Wethouders weg! Wat nu?
De foto's worden geladen.. Gisteren waren we niet alleen met de ijswakken op het kanaal landelijk nieuws, ook het opstappen van onze wethouders maakten van Apeldoorn een kijkcijferkanon. Dat van dat kijkcijferskanon is natuurlijk een slecht grapje en al helemaal geen reden om trots op te zijn of stoer om te doen.
Ze zijn weg. Opgestapt. Het college is niet meer. Het kwam uit de mond van Spoelstra zelf. Ze hadden de portefeuilles een week eerder al aangeboden, maar eerst moest er nog flink gedebateerd worden over het rapport in een door de loco-burgemeester chaotische geleide vergadering. De druk van menig partij op de wethouders was enorm. De regerende partijen probeerden het gezicht van hun leiders nog te redden door o.a. te stellen dat ze eerst de puin zelf moesten opruimen, alvorens op te stappen. Zitten blijven!
Vooral Spoelstra kwam na het vertrek van Metz enorm onder druk te staan, omdat hij met financiën in zijn portefeuille de wil is wet van Rob Metz heeft gefinancieerd. Lees: de zaken omtrent het grondbedrijf. Natuurlijk hadden ze met de kennis van nu, dit nooit zo gedaan en zou Spoelstra zeker met zijn stoere blik Rob Metz terecht hebben gewezen. Allemaal achteraf natuurlijk, want door het gebrek aan de kennis van toen, is dit allemaal wel gebeurd en kan de schuld oplopen tot – we noemen het nog maar een keer – € 200.000.000,-.
Gevolg is wel dat de toch altijd betrouwbaar ogende Paul Blokhuis en de jonge, gretige politieke honden Olaf Prinsen en Nathan Stukker nu ook weg zijn. Paul Blokhuis had misschien iets beter kunnen toezien op zijn collega wethouders of had misschien een vuist kunnen maken tegen het beleid dat door veel ambtenaren werd afgeraden. Hij kende zijn collega’s immers als wat langer. Misschien vertrouwde hij wel teveel op zijn collega wethouders; dat zou enigszins ook wel een verklaring kunnen zijn gezien zijn partij-achtergrond. Met de kennis van nu weet hij inmiddels ook beter. Ambtenaren geven in het rapport aan dat ze zich enigszins geïntimideerd voelden door de autoritaire beleidsvoering van wethouder Metz. Zou dit bij de wethouders onderling ook gespeeld kunnen hebben? En zou Fred (de Graaf) hier allemaal van geweten hebben?
En dan die Stukker en Prinsen… Hoe beleven zij dit echec grondbedrijf? Het grondbedrijf dat door leiders een decennia lang is voorgespiegeld als een goudmijn, is nu geklapt door crisissen en wanbeleid. Zijn staan aan het begin van hun carrière, maar ook zij stappen nu op, omdat andere wethouders niet goed en juist gehandeld hebben. Het is misschien een dapper besluit om als eenheid de verantwoordelijkheid te nemen. Aan de andere kant: is dit een deukje in de nog prille politieke carrières van deze talenten?
Tja, wat nu?

Het is het bestuur ten voeten uit. Je wordt niet gehinderd door kennis gecombineerd met een megalomane opstelling. Gaat het mis dan is de burger de klos. Belastingen verhogen, bijdragen verlagen, maar op civiel en strafrechtelijke( mogelijk) van de daders en de meelopers (medeplegers?) is nog steeds geen sprake. Erger nog zij gaan een wachtgeldregeling in en wachten op het moment dat hun politieke vrienden weer een goed betaalde baan voor hen heeft. Dit soort zaken moet eindelijk gestopt worden. Ik zou zeggen begin met het aanpassen van de gemeentewet en als het goed bevalt dan kan die lijn doorgetrokken worden naar het provinciale en landelijke bestuur.
Helemaal mee eens!!!
Triest, dat vanuit het principe van collegiaal bestuur ook wethouders moeten afreden die duidelijk geen bemoeienis hebben met het grondbedrijf. In het artikel worden de namen van Blokhuis en Stukker genoemd. Prinsen is een geval apart, hij is wethouder grondzaken, heeft een beerput ontvangen van Metz, maar heeft in de laatste twee jaar geen signalen afgegeven over de slechte financiële situatie van het grondbedrijf. Een houding die niet echt voor hem pleit. Toch heeft hij voor mij het voordeel van de twijfel.
Hoe verder: Graag op de cruciale posities niet weer een wethouder uit de raad. Kies voor externen, niet gebonden aan politieke voorkeuren. Een vakman die de materie beroepsmatig beheerst, en niet “is opgeklommen” vanuit de raad. (Hij zette zich zo goed in bij het canvassen, hij verwoordt zich zo goed in de commissie, en hij is nog slaafs ook)
Waar was tijdens deze raadsvergadering Metz?. Laat een ieder maar zijn oordeel geven over het feit dat hij niet aanwezig was. Mijn oordeel staat vast.
Is het u al opgevallen dat tijdens de raadsbehandeling er al oud wethouders duidelijk aanwezig waren in de raadszaal: Ober Walma-Scheur, Gutteling. Graag niet weer die monisten van de oude cultuur
Helemaal eens met de reactie en analyse van pcm de Sain:
Bestuurlijke hervormingen op alle niveau’s zijn hard nodig
Onze politiek bestuurders doen maar wat, nemen risico’s zijn vaak menselijk incompetent en als het mis gaat moet de belastingbetaler betalen.
Stop de wachtgeld regeling en 20 jaar geen functie meer in het openbaar bestuur.
Zoals iedere gewone burger melden bij de sociale dienst voor een uitkering!
Met solicitatieplicht en werken in de kassen van het Westland
Leo Schotman
Bestuurders zijn voorbijgangers. De laag daaronder blijft zitten (zowel in Apeldoorn als in Den Haag). DIE laag is volgens mij verantwoordelijk voor een heleboel ellende. Een bestuurder zal in de tijd die hem is toegemeten geen controle noch een kompleet overzicht kunnen krijgen. Het lijkt mij dan ook een goed idee om die tussenlaag eens goed op te schonen want zij hebben in de afgelopen 25 jaar heel wat verziekt denk ik. En de kosten?? ach, het is belastinggeld en daar is heel veel van…denken zij.
Citaat:
maar heeft in de laatste twee jaar geen signalen afgegeven over de slechte financiële situatie van het grondbedrijf
Einde citaat
Dit is fout, hij heeft er juist heel hard aangetrokken. maar of dat van hem zelf kwam of vanuit de raad, kan ik (nog) niet beoordelen.
moest ik toch even kwijt
Beste StrangeArt, ik had je al een reactie gestuurd maar dat ging mis. Het zit zo: Olaf Prinsen startte in het voorjaar 2010. Eind 2010 moest er een Meerjaren Plan Begroting worden opgemaakt. Dat gebeurt als het goed is elk jaar en gaat over de situatie binnen het grondbedrijf. Hij heeft toen de uitkomst over hoe het grondbedrijf er in zijn ogen voorstond met de gemeenteraad gedeeld.
In ieder geval is het weselijk om bij de solicitatieprocedure een assessmenttest optellen en aftrekken op te nemen. Verder hebben de wethouders hun verantwoordelijkheid genomen, waardoor de weg vrij is voor een schone lei (wat mij betreft ook voor de afgetreden wethouders die geen directe schuld aan dit debacle te verwijten valt).
Wat wel een beetje vreemd is, is dat deze wethouders allemaal op wachtgeld worden gezet ondanks ze ZELF opstappen, terwijl dat als een burger dat doet (die overigens niet een dusdanige fout maakt dat dit miljoenen gemeenschapsgeld kost), deze niet eens een uitkering krijgt in eerste instantie, sterker nog… deze krijgt nog een boete na ook.
Ik vind dat deze mensen ook op het minimum van € 873 moeten komen per maand. (Dit is een bijstandsuitkering voor een alleenstaande). Dit krijgt de burger namelijk ook, + een sollicitatieplicht, ook al ben je 60 en heb je al 40 jaar gewerkt. Want deze wethouders die, nogmaals GEMEENSCHAPSGELD, verkeerd hebben uitgegeven, hebben ook GEEN sollicitatieplicht. En door dat verkeerd uitgegeven GEMEENSCHAPSGELD word er nog meer bezuinigd op de minima, die toch al niets hebben.
Maar ja, armoede bestaat niet volgens onze minister-president.
Aparte wereld. En niet alleen apart, vooral oneerlijk!!!
Of is dit ook mijn eigen schuld? (volgens Minister Kamp namelijk wel)
Ter overdenking:
Marjolein Februari, NRC 6-2-2012
Als je op een hoogst efficiënte manier een gevangenis wilt runnen, dan kun je het best alle gevangenen bij binnenkomst meteen doodschieten. Dat zegt Paul Frissen, lid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO), een adviesorgaan voor de regering. U ziet dat op hoog niveau iedere mogelijkheid tot vooruitgang serieus wordt onderzocht.
Nu haast ik me te zeggen dat de Raad natuurlijk tegen het doodschieten van gevangenen is. Frissen wil maar zeggen dat je als bestuurder meer belangen in de gaten moet houden dan efficiëntie of kostenbeheersing alleen. Waarden als veiligheid en rechtvaardigheid zijn ook relevant. Dus als je zo fabelachtig efficiënt werkt dat gevangenen van de weeromstuit doodgaan, dat banken instorten, fabrieken ontploffen, dat steden verloederen en dat universitair studenten al aan het begin van hun studie een diploma cadeau krijgen, dan moet je bij jezelf nagaan of je wel de juiste afwegingen maakt.
In reactie op het financiële debacle bij woningcorporatie Vestia schrijven cultuurfilosofen deze dagen in de krant dat we ten onder gaan aan de cultus van efficiëntie en deelbelangen. En dat zulks de schuld van de managers is. Van graaiende, frauderende en onverschillige managers en bestuurders. Cowboys, schrijft de een. Polderbaronnen, schrijft de ander. Op de site van het tijdschrift Binnenlands Bestuur concludeert een manager dat hij inmiddels bijna net zo laag in aanzien staat als een pastoor.
In deze grimmige sfeer kan een recent rapport van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling – Tegenkracht organiseren – de gemoederen bedaren. Het laat zien dat het blindstaren op deelbelangen niet alleen ligt aan de slechtheid van managers, maar ook aan algemene denkstructuren. Aan metho- den die we allemaal hanteren. Jawel, er zijn graaiers en gemene oplichters, en de duivel moge ze komen halen, maar brave mensen in organisaties zijn ook vatbaar voor denkwijzen die op den duur leiden tot ellende. Voor perverse prikkels waardoor de hele organisatie vergeet wat ze eigenlijk aan het doen was, zodat deelbelangen gaan domineren.
Een van de gevaren waaraan brave mensen blootstaan is dat ze een model maken en dat vervolgens aanzien voor de werkelijkheid. Het rapport van de Raad geeft het voorbeeld van de Citotoets. Die toets is in feite niet meer dan een hulpmiddel bij het nemen van beslissingen over vervolgonderwijs, maar vervolgens gaat het simpele getal van de Citoscore de hele structuur van het basisonderwijs overheersen. Lesmateriaal en onderwijs worden erop aangepast, lijsten met resultaten gaan rondzingen, ouders kiezen een basisschool met de hoogste scores, het kind wordt zijn Citoscore. De rest van het kind verdwijnt in de prullenbak, bij de rest van de onderwijsdoelen.
Dit blindstaren op een deel van de werkelijkheid kom je niet alleen tegen in het onderwijs en de zorg, waarover de RMO schrijft, maar ook op allerlei andere terreinen.
Het kind wordt zijn Citoscore, de patiënt wordt zijn cholesterolgehalte, de homo economicus wordt zijn nutsfunctie, de roman wordt zijn oplagecijfer, de gevangenis wordt zijn kostenplaatje. Als bestuurders en managers zich door dit soort weergaven laten leiden en de rest van de werkelijkheid overboord kieperen, zijn ontplofte corporaties en verloederde kinderen het gevolg.
Misschien denkt u dat het zo’n vaart niet loopt. Dan wil ik u toch eens vragen te kijken naar het leerzame voorbeeld van Maastricht Aachen Airport. Daar werd jaren geleden de werkelijkheid op opmerkelijke wijze ondergeschikt gemaakt aan het model.
Rondom vliegvelden ligt een virtuele risicocontour, een lijn op de kaart, die aangeeft hoe groot het risico is om binnen het aange- geven gebied slachtoffer te worden van een luchtvaartongeval.
Na politieke afweging was besloten dat bij het vliegveld in Limburg maximaal drieëntwintig huizen mochten liggen binnen de contour waar dat risico was gesteld op tien tot de macht min vijf. Toen in 2003 een rapport werd opgemaakt, bleken veel meer huizen binnen die contour te liggen.
Als dit voor politici en bestuurders onacceptabel was, zou je verwachten dat er moeite zou zijn gedaan om de situatie in werkelijkheid te verbeteren. In plaats daarvan werd de situatie op de kaart verbeterd. Er kwamen graafmachines, de landingsbaan werd in het echt een stuk korter gemaakt en daarmee verschoof de contour op de kaart. Door het inkorten van de landingsbaan was de situatie natuurlijk in werkelijkheid niet veel veiliger geworden, maar op papier wonderlijk genoeg wel. Daar lag opeens geen enkel huis meer binnen de contour.
Dit voorbeeld, dat ik onlangs leerde kennen, heeft me dieper dan ooit doordrongen van het belang van de werkelijkheidstoets. De ellende in de wereld wordt niet alleen veroorzaakt door slechtheid, maar ook doordat we vergeten wat we eigenlijk aan het doen waren. Toets daarom af en toe aan de werkelijkheid. Probeer je iets heel efficiënts te doen met streefgetallen en de boel explodeert, wordt onveiliger, onrechtvaardiger, gaat failliet, splijt uiteen, barst open, wordt ziek en blijft achter bij de Chinezen, dan doe je waarschijnlijk iets toch niet goed.