Hongaarse Anna thuis in Apeldoorn

Zaterdag 23 december 2017

Door David Levie

Nog niet eens zo heel lang geleden sprak Anna Surman geen woord Nederlands. Van Apeldoorn had de Hongaarse student nog nooit gehoord. Pakweg vijf jaar na dato is alles anders. Ze spreekt ze onze taal weliswaar niet accentloos, maar beter en verzorgder dan menige Nederlander. Hun gaan, hun doen, groter als mij, Anna weet wel beter. Maar een universitaire opleiding in Boedapest is in haar ogen ontoereikend om de Nederlandse taal te leren spreken. Vandaar dat ze hier is. En als we haar mogen geloven is ze, ondanks een kerstvakantie in haar vaderland, nog lang niet weg.

Ze spreek zacht, bedeesd bijna. Let goed op haar woorden en is zuinig met kritiek. Ze wil vooral niet als wijsneus door het leven en zeker niet opvallen. Ze houdt haar oren en ogen echter goed open. Mede om straks een baan te vinden die bij haar niveau past. Als het even kan in de cultuursector. Gigant, waar ze vrijwilligerswerk doet, zou een droom zijn. Of anders bij een onderneming die zaken doet met Hongarije. Ze pluist de advertenties er op na. Maar vooralsnog kan ze dankzij betaalde arbeid in Orpheus (gastvrouw, garderobe, horeca) de huur van haar kamer in de wijk Zevenhuizen betalen en haar eigen broek ophouden.

Duits spreek ze ook. Haar naam verraadt Duits bloed. Twee jaar lang bekwaamde ze zich tijdens een vakopleiding bedrijfscommunicatie in de taal van onze oosterburen. Totdat ze een aantal studenten ontmoette die Nederlandse taal en letterkunde studeerden. Eigenlijk was dat precies voor haar het vervolgtraject dat ze zocht. Een Germaanse taal binnen een niet al te groot taalgebied. Dat had net zo goed Zweeds of Noors kunnen zijn. Maar in de zomer van 2013 wist ze het zeker: Nederlands. Waarom Nederlands?, vroegen vrienden haar vaak. Om van het gezeur af te zijn, kwam ze met een geestig antwoord. ,,Ik hou van kaas.’’ En aangezien Hongaren van eten houden, namen ze daarmee genoegen.

 

Barbie

Anna komt uit het plaatsje Ujlengyel, een uur rijden, ten zuiden van hoofdstad Boedapest. Vader heeft een administratieve baan op het vliegveld, moeder staat voor klas. Zij is van het bouwjaar 1961. Een jaartal dat Anna later in Deventer tegenkwam in het Speelgoedmuseum. ,,Daar hadden ze een barbiepop uit 1961. In die tijd had mijn moeder alleen maar een maiskolf met een soort haar die in de verte wel wat op een pop leek om mee te spelen.’’

„Ik kende de Nederlandse taal van de boeken. Dat is voor mij niet genoeg.”
Het tekent het plattelandsleven van een kind in de tijden van voor de val van de Muur. Jonge mensen kunnen zich nu wat makkelijker ontplooien. Een stap naar het buitenland maken als au pair bijvoorbeeld. Om een taal te leren. Zo kwam Anna in Apeldoorn terecht. ,,Ik haalde mijn diploma in 2016. Vooral het tweede en derde jaar waren heel zwaar. Soms studeerde ik en vertaalde ik tot diep in de nacht. Al waren er overeenkomsten met het Duits. Ik heb daar veel aan gehad. Ik wist hoe je het moest aanpakken om een Germaanse taal te studeren. Het was een brede studie ook. Cultuur, literatuur, spreken, vertalen. Mijn eerste docent was een Vlaming, later alleen Nederlandse docenten. Maar ook al haalde ik mijn diploma, de studie was theoretisch. Ik kende taal van de boeken. En dat is niet genoeg voor mij.’’

In de nazomer van 2016 kwam ze naar Apeldoorn. Internet had haar letterlijk op weg geholpen. Naar een vacature, naar meer kennis voor een stad, omringd door een rijke natuur. ,,Dat past goed bij mij. En het voelde ook meteen goed. Al was het wennen. Omgaan met kinderen die je tegenspreken, hoe je je moet uitdrukken als je een beetje boos bent, een nieuw leven opbouwen. Een strak schema ook, maar in de weekenden had ik vrij. Ik kreeg een museumkaart, een cadeau van het gezin waar ik woonde en waarvan ik net als een NS abonnement veel gebruik heb gemaakt. Zo heb ik ook het land en de mensen beter leren kennen.’’

 

Argumenten

Een land met mondige mensen, die zich eerder laten horen dan ze van huis uit gewend was. ,,Nederlanders zijn directer, maar de meesten die ik heb ontmoet zijn wel gevoelig voor argumenten. Ze kunnen wel van mening verschillen, maar dat hoeft geen probleem te zijn. Er is wel respect voor je mening. Meer dan in het Hongarije van dit moment denk ik.’’

„Ik vind Apeldoorn een prettige stad om te wonen”
Apeldoorn met al dat groen in en buiten de stad vindt ze een prettige plaats om te wonen. Ze komt dan ook terug na haar vakantie. Waarom zou ik naar en andere stad gaan? Ik heb hier inmiddels vrienden, ik ken hier mensen en heb hier een leventje opgebouwd. Ergens anders zou ik weer helemaal opnieuw moeten beginnen.’’

Wat schoorvoetend geeft ze toe dat er inmiddels ook een vriendje is. In Hongarije naar een baan zoeken is voor haar geen optie. Ook niet als het om een firma gaat die zaken doet met Nederland. Maar andersom lijkt haar wel wat. Dan kan ze hier haar talenkennis aanspreken en op het niveau werken waarvoor is ze is opgeleid.

„Het liefst werk ik in de cultuursector”
Maar na enig trekken geeft ze toe dat haar hart uitgaat naar betaald werk in cultuursector. Niet voor niets werkt ze in Orpheus – ze heeft er al verschillende voorstellingen gezien – en is ze vrijwilliger bij Gigant waar ze nauw betrokken was bij de organisatie van Cultuur bij je buur.

Op dit moment snuift ze de cultuur van haar geboorteland weer in. Genieten van hetgeen haar moeder kookt, regelrecht van de boerderij van haar grootouders. Ze gaat Kerstmis vieren en oud en nieuw, een feest dat daar Silvester heet. Ja, ze gaat ook een beetje dronken worden. Maar het meest verlangt ze naar de frisheid van kou, droge kou, die we in deze contreien niet kennen. ,,Ik ben trots op mijn afkomst’’, besluit ze. ,,Op mijn moederstaal. Ik kan in Nederland genieten van het feit dat je anders bent. Dat is hier mogelijk. Ik denk echt dat ik een goede keus heb gemaakt.’’

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over apeldoorn cultuur

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?