Allemensen! : Reizigers

Donderdag 22 februari 2018

Door Judith Velthuizen

Pixabay, Creative Commons

Sinds een jaar of twee maak ik deel uit van de Orde der treinreizigers. Samen zoeven wij dagelijks door de seizoenen en het steeds veranderende landschap. Oprecht hou ik van de ochtenden waarop zwierige nevel trouwhartig met ons meereist en sprookjesachtige dansen uitvoert boven de weilanden. Of van kraakheldere winterdagen, waarop de wereld zich uitnodigend wit en verpletterend mooi aan ons laat zien. Het allermeest echter hou ik van het zien opkomen en ondergaan van de zon tijdens mijn treinreis. Als in een magisch schimmenspel staan de silhouetten van bomen en gebouwen strak afgetekend tegen een dieporanje achtergrond. Zoveel schoonheid maakt nederig en blij.

Ook de trein zelf is een immense bron van inspiratie. Ergernissen, ontroering, humor, schrijnende situaties; zo’n treincoupé vol reizigers is een heuse afspiegeling van onze samenleving. Als je zo vaak met elkaar op pad bent, ontstaat er onvermijdelijk een band. Zo onopvallend mogelijk bekijk ik al die verschillende mensen, die ik heimelijk mijn treinfamilie noem en ik beschrijf ze in het notitieboekje dat ik altijd bij me heb.

Over de corpulente meneer met de driedubbele onderkin schrijf ik, die onmiddellijk in slaap valt zodra de trein gaat rijden. Ritmisch hoor ik hem ronken en bij elk geluid wil ik niets liever dan weten wat hij droomt. Erg gelukkig ziet hij er niet uit, vind ik en ik hoop dat zijn dromen hem naar onweerstaanbare oorden brengen. Als ik toevallig naast hem zit, moet ik de neiging bedwingen om zachtjes over zijn warrige haardos te aaien. Niet omdat ik stiekem gevoelens koester voor de man, maar slapende mensen stralen een soort onschuld uit. Als grote, zoete baby’s die bescherming nodig hebben.

Of over de werkende moeder, die er altijd een beetje moe uitziet. Dat gejakker naar je werk elke dag en de zorg voor een gezin gaan je niet in de koude kleren zitten. Ik weet er alles van. Net als ik zucht ze diep als ze ’s ochtends een zitplaats heeft bemachtigd. De eerste horde is genomen; de trein is weer gehaald. Omdat het in mijn straatje past, heb ik bedacht dat ook zij alleen met haar kinderen woont. Elke dag wisselen we blikken van verstandhouding; alleenstaande moeders onder elkaar. ,,We kunnen het” zeggen onze ogen ,,zet ‘m op vandaag.”

De mevrouw met de knaloranje jas, de spierwitte, lange haren en de felgekleurde hoofddoeken is mijn favoriet. Tweeëntachtig is ze, vertelde ze me ooit en vroeger was ze danseres. Ik zie het aan de sierlijke manier waarop ze lichtvoetig de coupé binnendanst. Ze is op een natuurlijke manier kwiek en jeugdig en ze straalt zoveel energie uit dat ik graag in haar buurt ben. Soms help ik het toeval een handje, gewoon om naast die bijzondere vrouw te kunnen zitten en me te laven aan de fabelachtige verhalen over haar leven.

Stuk voor stuk worden ze me dierbaar na verloop van tijd. De hieperdepieperjongen die elke ochtend op het laatste moment de trein binnenstormt en me vrolijk maakt door uit het diepst van zijn hart te roepen: yes, made it. Het onzekere pubermeisje dat erg moeilijk loopt door een of andere aandoening die mij niet bekend is en daarmee zo’n veel zwaardere opdracht meekreeg in dit leven dan de meesten van ons. De vrouw met de prachtige huid en de droevige ogen. De strak-in-het-pak-zakenman die zich groot en belangrijk maakt achter zijn schermen en die ik niet geloof, omdat ik denk dat niemand groot van binnen is. Sommige mensen kunnen alleen net iets beter doen alsof. Zelfs de neuspeuterende ploert krijgt zijn eigen onsmakelijke plekje in mijn hart.

Allemaal behoren we tot hetzelfde genootschap tenslotte. Reizigers zijn wij, onderweg naar weer een nieuwe dag.

Deze blog is ook te lezen op www.allemensen.eu

 

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over apeldoorn stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?