Krap (crap)

Zondag 4 maart 2012

Door bazbo

Marcel Mooij

“I wish I was in London, I really miss the rain
Oh, take me home again”
– Roger Hodgson

‘Oeps,’ zei ik, toen ik de deur van de hotelkamer openmaakte. En tegen Vrouwlief die achter mij stond: ‘Niet schrikken.’
‘Is het zo erg?’ Ze keek langs mij heen. ‘O ja, wat erg.’
‘Hoe veel had je ook weer betaald?’
Ze noemde een bedrag ver boven de vierhonderd euro.
‘Waar laten we onze twee koffertjes?’
‘Schoonmaken, zouden ze dat hier doen?’ vroeg Vrouwlief.
‘Wat had die Indiase meneer allemaal voor problemen daarnet bij de receptie?’
‘Hij zei dat we niet hadden betaald, maar dat hadden we wel. Ik heb hem de betalingsbevestiging laten zien. Maar hij zei dat hij het niet kon controleren.’
‘Computer zeker kapot?’
‘Hoe raad je het zo? Hij had geen internetverbinding.’
‘O, moet je hier zien. De badkamer. Nou ja: ‘kamer’?’
‘Er zijn ook geen handdoeken, terwijl we die toch echt besteld hebben. Ga jij ze zo even bij de receptie vragen?’
‘Wedden dat we moeten bijbetalen?’
‘Nou, mooi niet! Het is al gruwelijk veel geld voor een dergelijke kamer.’
‘Hm, het bed lijkt in orde,’ zei ik. ‘Het neemt wel alle ruimte in. Er kan maar een iemand staan naast het bed in de kamer.’
‘En inderdaad, waar laten we onze twee koffertjes? Er is geen klerenkast of kapstok.’
‘De meeste ruimte is in de douchecabine, zie ik.’
‘Vijf nachten! Houden we dat vol?’
‘Het valt me nog mee dat het toilet niet onder de douche staat.’
‘Er is ook geen wc-papier.’
‘Dat past er niet meer bij in.’
‘Ik weet al wat er mis is gegaan,’ zei Vrouwlief met een rood hoofd. ‘Normaal boek ik bij zo’n boekingssite. Dan weet je zeker dat de kwaliteit gemiddeld tot goed is.’
‘En deze keer eens niet?’
‘Op de site van het hotel zag het er goed uit.’
‘Mooie foto’s zeker?’
Haar hoofd werd nog roder.
‘Ah joh, ken het schelen. We komen hier toch alleen om te slapen.’
‘Laten we aankijken hoe het deze eerste nacht gaat,’ zei ze. ‘Als het niets is, dan kunnnen we altijd nog op zoek naar een beter hotel.’
‘Hebben we nog zo veel geld dan?’
‘Nee, dat niet.’

Gelukkig is de stad zo groot en is er zo veel te zien, dat we nauwelijks in onze hotelkamer hoeven te zijn. We gaan de hele dag op pad. We bezoeken het Natural History Museum, the Barbican Centre, the Museum of London, Covent Garden en Soho. We wandelen langs het Koninklijk Paleis, the Houses of Parliament, the Royal Albert Hall, Tate Britain, the London Eye, Westminster Abbey, Downing Street, the National Gallery, London Festival Hall, St. Paul’s Cathedral, door de Burlington Arcade, Kensington Gardens, Hyde Park en Green Park, en over The Mall, Trafalgar Square, The Strand, Shaftsbury Avenue en Picadilly Circus. Ook hebben we afgesproken met Paul en Gwyn en hun kinderen. Als we dorst hebben drinken we ale en lager in verschillende pubs, waaronder Lamb and Flag, een van de oudste cafés in de stad. We eten in Chinatown of Indiaas in Covent Garden en maken zelfs een boottocht over de rivier Thames. Vanaf het water is het uitzicht op the Southbank, The City, The Tower en the Tower Bridge schitterend.
En dan nog hebben we tijd te kort. Aan het eind van iedere avond blazen we uit in de pub The Gallery. Als het sluitingstijd is, hoeven we maar een paar honderd meter te lopen naar de plek die we ‘onze hotelkamer’ moeten noemen.

Zowaar, het bed viel mee, moesten we na de eerste nacht concluderen. Vrouwlief ging als eerste eruit om te douchen. Even later mocht ik. Toch lastig bij het elkaar passeren. We moesten zeer efficiënt omgaan met iedere vierkante centimeter.
‘Waar heb jij net je handdoek gelaten toen je ging douchen?’
‘Er is geen haakje, dat klopt.’
‘Op het deksel van de wc? Er zit geen deksel op de wc.’
‘Leg je hem toch even op de grond?’
‘Daar is het zeiknat. Volgens mij lekt de douchebak. Wacht, ik leg hem wel opgevouwen hier op de rand van de wastafel. Nou ja, fonteintje.’
Wonderbaarlijk, het lukte.
‘Heb ik mijn haren zo een beetje behoorlijk geborsteld?’
‘Ik heb wel een spiegeltje in mijn toilettas.’
‘Ach wat, hier kent toch niemand mij, bazbo De Grote.’
‘Maar goed dat je niet echt zo groot bent. Je had niet in de kamer gepast.’
‘Grappig.’
‘Zullen we gaan ontbijten?’
In de ‘breakfast room’ stonden vier barkrukken, ieder met uitzicht op de muur. De meneer van de receptie stond in dezelfde ruimte achter een aanrechtje met de hand bordjes af te wassen; als hij zich een kwartslag omdraaide, stond hij voor de balie van de receptie. Op smalle tafels langs de muur zag ik een koffiezetapparaat, een broodrooster en wat bakjes met kuipjes jam. De vier barkrukken waren bezet. Nog een stuk of wat mensen ontbeten staand.
‘Daar komt een kruk vrij’, zei Vrouwlief.
‘Ik wacht buiten wel even,’ was mijn antwoord.
Voor de ingang van het hotel stond een echtpaar te roken.
‘Hello, can we ask you something?’
‘Sure,’ zei ik.
‘Do you know where the nearest tubestation is? Last night we asked a policeman on duty, but he didn’t know it either. Do we really have to walk all the way to St.Pancras?’
‘No, there’s another station very near, at the end of the street.’
‘What? Really? We’re staying here for three nights now and we’re walking our asses off.’
Ik lachte.
‘Well, now I think of it, I’d rather walk than take the tube,’ ging de man verder. ‘Because I don’t understand shit about all these lines and timetables.’
‘Actually, it’s very simple, if you have a map.’ Ik had mijn Capitoolgids niet bij me om het hem goed uit te leggen.
‘Nah, nevermind. Think we’ll keep on walking anyway.’
We praatten nog wat verder over wat we al hadden gezien en nog wilden gaan doen in de stad. Daar was Vrouwlief. ‘Er is een kruk voor je vrij. De meneer van het hotel is je toast voor je aan het roosteren.’
‘Wat kost dat extra?’
Na het klunzige ontbijt, bestaande uit een kop koffie en twee geroosterde boterhammen met jam, gingen we weer naar buiten.
‘Wie waren die twee mensen daarnet?’ vroeg Vrouwlief.
‘Weet ik veel. Gewoon een stel ergens uit Engeland. Leuke lui, wel.’
‘Wat hadden ze?’
‘Vooral veel te klagen.’
‘Ook over het hotel?’
‘Nee, dat dan weer niet. Vreemd.’
‘Het zal hier wel gewoon zijn, dat je je scheel betaalt voor een in onze ogen abominabele hotelkamer.’
‘Maar als we thuiskomen, vertellen we alles over de stad, maar niets over het hotel!’ riep ik uit. ‘Aan helemaal niemand.’
’s Kijken hoe lang ik dat volhoud.

Apeldoorn, februari 2012

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over apeldoorn stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?