Nieuwe keuken

Zondag 25 januari 2015

Door Stukslaan

Mijn vriendin vond dat het tijd werd voor een nieuwe keuken. Ik vond dat eigenlijk ook wel, maar ik ben nogal krenterig van aard en een beetje keuken kost met gemak een half jaarsalaris.
“Schat!”, probeerde ik nog, “gas is toch gas? Het eten wordt toch niet lekkerder op een nieuw fornuis?”
Die vraag werd als retorisch opgevat en zo stonden we op een vrijdagavond bij een keukenboer ergens op de Veluwe.
De verkoper Bernard was, zoals mijn vriendin zei, een geinig mannetje. Hij zag er keurig verpakt uit: een colbert maatje 48 en lichtbruine schoenen met hele lange puntige neuzen. Ik schatte hem een jaar of 26.
Wat ik heel apart aan Bernard vond is dat hij bijna álle kastjes, afzuigkappen, ovens en aanrechtbladen in de showroom, zelf óók thuis had.
Maar Bernard wist heel veel. Tenminste: zo kwam dat op ons over. Als wij hem vroegen:”wat is het prijsverschil tussen een composiet- en een granieten aanrechtblad?”, dan zei hij: “Ach, dat zal mekaar niet zoveel schelen.” Dat antwoord gaf hij bij iedere vraag als het ging om het prijsverschil tussen het ene en het andere artikel.
Toen uiteindelijk de offerte kwam, bleek dat Bernards beleving bij het begrip ‘dat zal mekaar niet niet veel schelen’ geheel anders was dan die van ons. 
Wij kregen staaltjes mee, mailden tekeningen heen-en-weer, dronken koffie met Bernard en we tutoyeerden elkaar alsof we jaren met elkaar geknikkerd hadden.
Vier weken later werd de keuken geplaatst. 
 
De  intelligentste helft van Stukslaan, Jertaa, maakte vorig jaar een column waarin hij de confessie doet dat hij vreselijk jaloers is op mensen die een écht vak beoefenen. Ik heb ook jaloerse trekjes als het gaat om de vaardigheden van het gilde van timmerlieden, stukadoors, elektriciens en tegelzetters. Alleen heb ik nooit door waarom ze meestal iets anders doen dan zeggen. Of iets anders bedoelen dan dat ik denk.
Omdat ik een wantrouwend ventje ben, heb ik de verbouw van onze keukenruimte met álle daarbij behorende klussen op gepaste wijze gevolgd.
 
Ik heb een slechte rug, dus had ik bij mijn vriendin bedongen dat de oude keuken werd ‘weggehaald’. De sloper was dezelfde man die later de keuken zou plaatsen. Omdat de keukenkastjes ons eigendom waren durfde ik wel te vragen om twee kastjes te bewaren; die kon ik in de schuur wel ergens ophangen. Ik kwam vroeg thuis van mijn werk en zag dat er inderdaad twee kastjes buiten stonden. De rest van de keuken was weg. Omdat het zwaar regende, hadden de kastjes zich behoorlijk volgezogen met water. Ik was vergeten te vragen of de man de kastjes in de schuur of onder de overkapping van de veranda wilde zetten.
De loodgieter was eigenlijk elektricien, maar die paar waterleidinkjes kon hij ook wel even verleggen. “Knelkoppelingen en flexibele waterleidingen zijn de beste uitvindingen op de beugelfles van Grolsch na!”, grapte de loodgieter annex elektricien.
En inderdaad: de man verlegde de warm- en koudwaterleiding in no-time en ging naar huis. Dat de aan- en afvoerleiding van de centrale verwarming, die vlak bij de waterleidingen liepen en nu bloot kwamen te liggen omdat de aanrechtkasten weg waren, behoorlijk lekten, had de man niet gezien.
(Mijn excuses voor het niet zo lekker lopen van de vorige zin. Pure emotie; ik kan me er nog kwaad over maken.)
Wij kwamen daar de volgende ochtend pas achter. Ik gleed uit op de keukenvloer waarop een plas water lag en sloeg met mijn hoofd tegen de grond. Het verhaal over de hechtingen die op de Spoedeisende Hulp in mijn hoofd gemaakt moesten worden laat ik even achterwege. Deze column gaat over keukens.
We moesten dus op stel en sprong ‘onze’ verwarmingsboer optrommelen. “Ik wou net vandaag mijn administratie doen, maar ja: ik laat u niet in de kou zitten (waarschijnlijk een standaard c.v.-monteursgrapje). De verwarmingsmeneer was er snel en zei: “Welke prutser is hier nou weer bezig geweest?” Hij repareerde, terwijl ik ‘m wel 30 keer ‘stelletje prutsers’ hoorde mompelen, de verwarmingsleidingen. Hij wilde geen koffie.
Toen ik dezelfde middag aan de loodgieter vroeg of hij de lekkage niet gezien had, zei hij: “Neen!”
Omdat mijn columnruimte beperkt is bij Apeldoorn Direct, rats ik er nu even wat leermomenten doorheen. U kunt er uw voordeel mee doen: ik hoef daarvoor geen bedankjes: het enorm uitgebreide kerstpakket dat ik ieder jaar van Apeldoorn Direct ontvang is voor mij een blijk van waardering namens u allen.
Als een keukeninstallateur vraagt: “hebt u voor mij een emmer?”, dan bedoelt hij: “ik wil een emmer. Die hou ik en die neem ik mee naar huis. Ook pik ik nog twee emmers uit uw schuur en die neem ik óók mee naar huis!”
Als de stukadoor vraagt: “hebt u een keukentrapje?”, dan is dat bouwvakkertaal voor: “Ik gebruik uw keukentrapje en klieder die helemaal onder de pleisterrommel en flikker het trapje dan zonder schoon te maken weer ergens in de hoek van de garage.”
Als de stukadoor óók om een emmer vraagt, je daarna drie kwartier aan het zoeken bent omdat je wéét dat je er minimaal drie moet hebben en er uiteindelijk nog een vindt in de kelderkast, dan moet je ervan uitgaan dat hij het bekalkte afvalwater achter in je tuin over de hemelsleutels en de campanula’s dondert.
Een stukadoor zal ook altijd zijn best doen om de inbouwdozen van de stopcontacten (de elektricien noemt die ‘wandcontactdozen’) helemaal dicht te smeren, terwijl hij weet dat de stroomdradentrekker de volgende dag de rotzooi uit de gaten moet bikken. Het opgedroogde goedje vind je al snel niet meer terug: dat vermalen de heren onder hun werkschoenen en lopen dat weer mooi verspreid uit over de houten vloer in de huiskamer.

De keuken is binnen de afgesproken termijn geplaatst. We zijn tevreden. Na een paar weken is één van de mannen nog bij ons geweest om de keukenkastdeurtjes na te stellen.
We hebben hem koffie aangeboden en hem op een emmer laten zitten.

Robber

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over vrouwen in de horeca

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?