Sjaak (4): Weerzien

Zondag 3 november 2013

Door bazbo

Marcel Mooij

‘Sjaak? Sjaak Ondermaat?’
Ik keek op. De vrouw die mijn naam verkeerd had, was erg mooi. Nog mooier dan ze vroeger was. Toen ik haar voor het laatst had gezien was ze zestien of zo. Dat was in een koude fietsenstalling bijna vierentwintig jaar geleden. Dan was ze nu rond de veertig. Natuurlijk, haar huid was niet meer zo glad en bij haar ogen zag je wat barstjes, maar lieve help, wat waren die ogen nog altijd prachtig. Ook haar sproetjes en dat heerlijke lachje mochten er zijn. Haar lange blonde haren waren verdwenen. Ervoor in de plaats dit moderne kapsel, donker geverfd en van achter tot in haar nek. Ik stond op.
‘Fien. Je bent niets veranderd. Nog altijd dat schitterende meisje.’
Fien glimlachte en kwam naar mij toe. We gaven elkaar kussen op de wang.
‘Ga zitten,’ zei ik. Ze deed het. Ik ook. ‘Heb je het makkelijk kunnen vinden?’
‘Dank je.’ Haar stem klonk nog bijna net zo als dat meisje van zestien. ‘Het was goed te vinden. Ik woon hier al vijftien jaar niet meer, maar reed er toch zo heen.’
‘Wil je iets drinken?’
‘Doe maar een glaasje water. Mag gewoon uit de kraan, hoor.’
‘Je krijgt het beste water dat ze hier hebben.’ Ik stond weer op. ‘Gaaf dat je gekomen bent.’
‘Ik vind het ook heel leuk om jou weer te zien.’
 
Met moeite kon ik me losmaken van de glimlach. Ik liep naar de bar. Daarachter stond een serveerster die hier nog niet zo heel lang werkt. Waar Felicia was gebleven, was me een raadsel. Sinds een week of vier geleden, toen we zo gezellig in de tuin hadden gezeten, had ik haar hier niet meer gezien. Verder zaten er de gebruikelijke gescheiden veertigers aan de toog van dit café De Kalknagel.
‘Wat mag het zijn?’ vroeg het nieuwe barmeisje.
‘Een glaasje plat water. Niet uit de kraan. En een vaasje pils.’
‘Spa Blauw doen?’
‘Komt dat uit de kraan?’
‘Nee. Uit de fles.’
‘Nou dan. Wat begrijp jij niet aan: niet uit de kraan?’
‘Ik vraag alleen maar wat.’
‘Precies. En jij schenkt zeker ook alleen maar wat.’
‘Nou zeg, ik wil alleen maar helpen.’
‘Doe mij dan een glaasje water, niet uit de kraan, en een vaasje pils. Hoe heet jij eigenlijk?’
‘Coby.’
‘Coby, je hebt een lekker bol toetje en leuke ferme rondingen. Maar maak je geen illusies. Ik heb een pracht van een date.’
‘Kijk eens. Een Spa Blauw en een vaasje pils. Zal ik het opschrijven?’
‘Doe maar. Ik heb hier al een bon.’

‘Had je ruzie met de dame achter de bar?’ vroeg Fien.
Ik zette het glaasje water voor haar neer en zei: ‘Nee. Ik was gewoon heel duidelijk. Dat is vaak nodig bij bedienend personeel.’
‘Nou, op je gezondheid, Sjaak.’
‘Het is Jacques. En proost.’
‘Op ons weerzien.’
We tikten onze glazen tegen elkaar aan. ‘Ik kan het bijna niet geloven, Fien. Dat je nu hier in levenden lijve weer bij mij zit.’
‘Weet je nog dat we na afloop van de training in het fietsenhok altijd uren napraatten?’
‘Als de dag van gisteren.’
‘Ik heb die gesprekken altijd heel erg gewaardeerd. Je betekende veel voor mij, Sjaak.’
Het leek me vervelend om haar op dit cruciale moment te zeggen dat ze mijn naam verkeerd had. ‘Jij voor mij ook, Fien. Ik was een wat eenzame jongeman en ik had behoefte aan contact, aan gesprekken.’
‘Ik had het thuis niet gemakkelijk. Er gebeurde daar veel waar ik niets van begreep. Jij was een luisterend oor en je begreep mijn situatie. Toen je plots niet meer bij de vereniging was, voelde dat bijna als verraad.’
‘Ik wist niet dat het je zo aangreep. Voor mij brak er een andere tijd aan in mijn leven. Ik ontmoette Ellie en we gingen samenwonen. Jij had zo veel vriendinnen bij de club, dat ik dacht: die heeft mij niet nodig.’
‘Ik dacht nog vaak aan je.’
‘Ik ook aan jou. Nog.’
‘Je maakt me verlegen, Sjaak.’
‘Het is Jacques. Wat was de reden dat je naar me op zoek ging?’
‘Ik weet het niet. Echt op zoek was ik niet. Soms kom ik nog op dat volleyforum. Daar zit jij ook. Zo vond ik je. Ik denk dat ik wat afleiding zoek.’
‘Afleiding van wat? Uit je mails begreep ik dat je je leven naar tevredenheid hebt ingericht. Een mooie functie van dominee en een gezin.’
‘O, ik kan helemaal opgaan in mijn werk en mijn kinderen betekenen alles voor me. Ik ben heel dankbaar voor alles wat mij gegeven is. Maar soms vraag ik me af: hoe zou het zijn als mijn leven anders was gelopen?’
‘En die man van je?’
Fien sloeg haar ogen neer. ‘Hij heeft een drukke baan en is veel van huis,’ zei ze zachtjes. ‘Laten we het over iets anders hebben.’

Dat was niet moeilijk. De deur van café De Kalknagel was opengegaan en er was iemand binnengekomen. Ze kwam naar ons tafeltje toe en stond nu achter mij. Ik voelde twee armen om mijn nek. ‘Dag Sjaak,’ klonk een stem. Ik keek. Het was Lobke, de dochter van Renate Baardmans.
‘Dag meiske,’ zei ik. ‘Alleen hier?’
‘Ja. Eigenlijk ben ik hiernaast in de Bar Goens, maar daar draaien ze nu ongelofelijke kutmuziek. Dat was een goed moment om even snel hier binnen te wippen om te zien of jij er zat.’
‘Leuk dat je me opzoekt.’
‘Jij bent ook leuk,’ zei ze. Ze stond nog altijd achter mij met haar armen om mijn nek. Plots voelde ik haar tongetje in mijn oor woelen. ‘Mijn moeder wil graag naar bed met jou,’ fluisterde ze iets te hard. ‘Ze heeft het bijna nergens anders over.’
‘Wie niet?’ vroeg ik. Ik wist niet wat ik anders moest zeggen.
Lobke maakte zich los en gaf mij een kusje op mijn wang. ‘Nu moet ik weer gaan. Mijn vrienden wachten hiernaast op mij. Dag Sjaak. Zul je aan mij denken?’
Ik wilde zeggen: ‘Reken maar.’ Toch zei ik het niet.
Lobke had mij losgelaten en was naar de deur gelopen. Daar draaide ze zich nog een keer om en zwaaide ze uitbundig naar mij. Glimlachend zwaaide ik terug.

Ik keek tegenover mij. Daar zat Fien met open mond mij aan te staren. ‘Wie was dat?’ vroeg ze.
‘Och, zomaar iemand,’ haalde ik mijn schouders op.
‘Nou, daar zag het niet naar uit.’ Zette ze nou een pruillip op? Wat kregen we nu? Was de dominee jaloers? Aha, misschien zat er nog een mooi avontuur met deze jeugdvriendin in. ’s Kijken wat er verder ging gebeuren.
‘Het is de dochter van een kennis van mij,’ legde ik uit. ‘Ach, je weet hoe de jeugd kan zijn. Hoe waren we zelf?’
‘Ik heb nooit met mijn tong in jouw oor gezeten, Sjaak.’
‘Het is Jacques, Fien. Maar dat klopt. Vergeet niet dat jij zestien was en ik eenentwintig. Ik was de trainer en jij de pupil. Ik kende mijn verantwoordelijkheid. Dat goede gesprek in de fietsenstalling, dat vond ik al heel mooi. Over meer dacht ik niet eens na.’
‘Ik fantaseerde wel eens.’ Fien lachte alweer.
Ik legde een hand op haar arm en gaf haar een knipoog. ‘Wie niet, Fien? Wie niet. Het belangrijkste is dat we nu hier samen zijn. Jij nog wat drinken?’
‘Een water. Lekker.’

Bij de toog moest ik wachten. Er was meer volk het café De Kalknagel binnengekomen. Nog meer gescheiden veertigers.
‘Lekker wijf, wel.’ Naast mij stond die ene pief, hoe heet hij ook weer? Ik had hem hier wel eens vaker gezien. ‘Nieuwe vlam?’
‘Nog niet, pief,’ zei ik. ‘Nog niet.’
‘Maar wat niet is kan nog komen?’
‘Wie weet,’ zei ik. ‘Wie weet.’
De pief was aan de beurt om te bestellen. Ik draaide me naar het café en keek naar het tafeltje waar Fien zat. Ze zat me aan te kijken. Ik glimlachte naar haar. Zij lachte terug. Er glom iets in haar ogen. Tjonge, welke vonk sprong hier over? Leek het nou maar zo of wilde ze daadwerkelijk iets?  
De pief voor mij had zijn bestelling gekregen. Hij draaide zich om en zei tegen mij: ‘Nou, succes ermee. Ik wens je een hete nacht. Zoals ze kijkt, zou ik zeggen: dat wordt neuken.’
Zou het zo zijn? Was Fien op iets uit? Nee, dat kon gewoon niet. Ze was dominee en gezien haar positie kon ze zich geen misstappen veroorloven. Of toch? Haar gemeente bevond zich ergens in de kop van Groningen en daar zaten we nu toch heel ver vandaan. Het zou haar de gelegenheid geven om eens buiten haar ongelukkige huwelijk te treden.
‘Wat mag het zijn?’ Het nieuwe barmeisje, hoe heette ze ook weer, die Coby wachtte op mijn bestelling.
‘Nog eenmaal hetzelfde, graag. Zet maar op mijn bon.’
‘Een vaasje en een Spa Blauw?’
‘Je geheugen kun je bij het grof vuil zetten, als je alles moet navragen.’
‘Sorry, ik dacht… ‘
‘Niet doen. Is alleen maar frustrerend voor je. Schenk de drank in en sabbel jezelf dan ’s an je dikke tetten.’
Met een boze blik deed ze het. Althans, dat van die drankjes inschenken. Ik nam de bestellingen mee naar de tafel.

Stik. Fien was niet langer alleen. Chris Veestapel en Fred van Holwerk waren kennelijk ook binnengekomen en zaten nu om Fien heen.
‘Wat moet dat, heren uitschot?’ vroeg ik.
‘We zijn in gesprek met deze knappe dame, Sjaak,’ zei Veestapel.
‘Doe maar Jacques,’ zei ik. ‘Bovendien, de dame en ik hadden een date.’
‘Jij?’ vroeg Fred van Holwerk.
‘Ja, ik. Dat zeg ik toch? Doe niet zo verbaasd. Jij was sinds kort aan het rimmen geslagen met een andere lekkere vogel uit jullie contreien, was je bericht laatst. Je gaat me niet vertellen dat jij plots iets moois ziet in vrouwen en dan in het bijzonder deze dame met wie ik een afspraak heb.’
‘Maar jij was toch met Felicia?’ moeide Chris Veestapel ermee. ‘Zou je je niet eens ontfermen over haar?’
‘Wie is Felicia?’ vroeg Fien verbaasd.
‘Het barmeisje,’ legde Van Holwerk uit. ‘Ze is er een tijdje niet, want Sjaak heeft haar zwanger gemaakt.’
‘Wat?’ riep ik uit. ‘Ik? Felicia zwanger gemaakt? Hoe kom je daar nou weer bij?’
‘Heb je haar niet op Facebook?,’ zei Veestapel. ‘We hebben haar daar gesproken, Sjaak.’
‘Sjaak!’ riep ik. ‘Ik bedoel Jacques!’
‘Ja, jij. Felicia vertelde dat jij het was.’
‘Hoe lang is ze dan al in verwachting?’ Nu wilde ik weten ook wat dat loeder van een serveerteef voor verhalen de wereld in hielp.
‘Een week of vier is ze al niet meer ongesteld, zei ze.’
‘Ik heb alleen maar gezegd dat ik er last van had als ze haar maandstonden had. Dat was geen opdracht. Bovendien: verder heb ik er niets mee te maken.’
‘Wanneer heb je haar voor het laatst gezien, Sjaak?’
‘Dat gaat je geen ene rattenreet aan.’ Ik keek naar Fien, die wat wit weggetrokken op haar stoel zat. ‘Kom Fien, we gaan ergens anders zitten.’
‘Nee Sjaak,’ zei Van Holwerk. ‘Hier kom je niet zomaar mee weg. Felicia is volledig ingestort. Miste jij haar niet hier in het café en op Facebook?’
‘Ik doe niets met Facebook. Ik sprak haar hier in het echt. Natuurlijk vroeg ik me af waar of ze uithing,’ antwoordde ik. ‘Maar soms heb je dat zo. Het ene moment kom je iemand wat minder vaak tegen; het andere moment zie je die iemand weer meer dan je lief is.’ Ik keek de twee kerels aan.
‘Waarom heb je haar geen berichtje gestuurd? Of heb je haar niet bezocht?’ vroeg Veestapel. ‘Ik bedoel, jij hebt hier toch een grote verantwoordelijkheid in.’
‘Verantwoordelijkheid m’n reet!’ Volgens mij werd ik giftig. ‘Waar heb je het godverdomme over?’
‘Je zou heel wat meer karakter tonen als je eens wat aandacht zou besteden aan de moeder van je aanstaande kind.’
‘Ik krijg geen aanstaand kind!’
‘Sjaak, je kunt het niet langer ontkennen. Jij hebt toch seks met haar gehad?’
‘Ze rukte me af en ik klodderde mijn zaad over haar tieten. Daar wordt een mens niet zwanger van. En Jacques, graag.’
‘Zoals je wilt, Sjaak.’
‘Daarna is ze naar de Bar Goens hiernaast geweest. Om een partner te vinden. Wie weet wat daar allemaal is gebeurd.’
‘Het kan haar broekje in zijn gelopen.’ Chris Veestapel keek heel ernstig toen hij dit zei.
‘Jezus Christus, godverdegodver.’ Wat een onnozelaars. Waartoe had ik me laten verleiden?
‘Je moet het zelf weten, Sjaak.’ Ook Fred van Holwerk keek me nu hoofdschuddend aan. ‘Maar ik zou me nog eens bedenken. Zo denkt trouwens iedereen erover.’
‘Iedereen? Welke iedereen?’
‘Iedereen die het weet.’
‘Wie weet het dan allemaal?’
‘Iedereen. Moet je maar op Facebook kijken.’
‘Dat de duivel hen mag komen halen. Godverdegodver.’
‘Sjaak. Diep in je hart weet je heus wel wat je nu het beste kunt doen.’
‘Wat dan?’
‘Je zou op z’n minst met haar kunnen trouwen.’
Ik stond op. Het liefst had ik die Van Holwerk en Veestapel een enorme hengst in hun smoel gegeven. Maar dan was de ellende helemaal niet te overzien. In plaats daarvan pakte ik hun beider glazen beet en kieperde de inhoud in hun gezicht. ‘En nu oplazeren, voordat ik zin krijg om jullie in het openbaar anaal te vernederen.’
Fred en Chris veegden de drank uit hun ogen, stonden op en liepen zonder een woord te zeggen de kroeg uit.

Ik ging weer zitten. Tegenover mij zat nog altijd Fien met open mond te volgen wat er gebeurde.
‘Fien,’ begon ik. ‘Het spijt me dat je hier getuige van hebt moeten zijn. Denk niet dat ik echt …’
‘Ik denk dat ik maar beter kan gaan,’ zei Fien. Ze stond op. ‘Ik mail je wel.’
‘Maar Fien,’ begon ik, maar ze was al naar de deur gelopen. Zonder nog om te kijken verliet ze café De Kalknagel.
Ik ging naar de bar en zei tegen Coby: ‘Doe mij een vaasje en zet ernaast drie dubbele whisky’s, bolle.’ Terwijl ik wachtte op mijn bestelling, dacht ik aan Fien. Zou ik haar ooit weer zien?


Wordt vervolgd.
Een volgende keer: Sjaak (5): Preek


Apeldoorn, september 2013


Lees ook:
Sjaak (1): Onnozelaars
Sjaak (2): Koppijn
Sjaak (3): Plakkerig

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over apeldoorn stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?