‘50 Jaar Later: Eindexamengroep KABK 1970’, Ferry Staverman blikt terug

Dinsdag 15 februari 2022

Door Ben Eggermont

Het ACEC toont de bezoeker van 15 januari tot en met 20 februari de expositie ‘50 Jaar Later: Eindexamengroep KABK 1970’ samengesteld door de Apeldoornse kunstenaar Ferry Staverman. Samen met Ferry bekijk ik deze tentoonstelling. Hij blikt hierin terug op zijn studietijd aan de KABK (Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten) in Den Haag.

Wat was de situatie op de academie eind jaren zestig toen je daar studeerde?

“Het was op dat moment een hele traditionele academie. Ik zat op de afdeling tekenen/schilderen. Eén dag in de week werkten we voor ruimtelijke vorming samen met de groep beeldhouwen. We moesten vooral in het begin heel veel gipsen koppen tekenen, af en toe tekenden we elkaar. Allemaal heel strak, streepje boven en streepje onder, waartussen het model in de juiste proporties moest worden getekend. Dat ging zo twee jaar door en ik verheugde me al op het derde jaar, want dan mochten we met olieverf gaan werken. In de eerste twee jaar werd er hooguit gouache of aquarel gebruikt. En verder veel tekenen, koppen en stillevens, oefenen en nog eens oefenen. Aan het eind van het tweede jaar werd al een voorzet gegeven dat de afdeling zou gaan veranderen van traditioneel werken naar monumentaal. De leerlingen die dat niet wilden vertrokken naar andere meer traditionele academies als Den Bosch.

Tegen ons werd gezegd jullie gaan nu monumentaal tekenen- en schilderen, vooral op grote formaten. Er was geen houvast meer. Ik had die houvast wel nodig. De academie beschikte over hele grote zalen, daarin stonden alle grote gipsmodellen van beroemde klassieke Griekse en Romeinse beelden als studiemateriaal. Het Rijksmuseum had er geen belangstelling meer voor en had ze aan de academie overgedragen. Een aantal van ons vond het eigenlijk ook maar niks en ging alles opruimen. We hadden ruimte nodig. Het was een verwarrende tijd waarin duidelijke sturing en een gezamenlijke richting ontbrak. In de loop van het derde jaar stelde docent Joost van Roojen de vraag: “Hoe zijn jullie van plan om over twee jaar eindexamen te gaan doen?” Daar schrokken we wel van. We wisten dat Joost van Roojen als kunstenaar al min of meer afscheid had genomen van de traditionele richting. We hebben hem toen gevraagd of hij onze begeleider wilde worden richting het examen.”

Zo zorgde hij dus weer voor houvast en richting. En dat hielp?

“Jazeker, hij hielp ons met instructies en opdrachten om op die manier naar een eindpunt te kunnen werken. Hij gaf de opdracht om vijf losse werken en één toegepast werk te maken. Het toegepaste werk moesten we ook echt realiseren buiten de academie. Niet ergens een muurtje pakken binnen de academie, maar echt met een opdrachtgever een werk realiseren buiten de muren van de academie. Ik was in die tijd sterk aan de kerk (de Kloosterkerk in Den Haag) verbonden en ik had gevraagd of ik in de achterruimte bij de crypte mijn eindproject mocht uitwerken, dat kon goed. Uiteindelijk is de hele groep geslaagd. De examenwerken zijn hier samen op een wand te zien.”

 

“Je leerde zo goed kijken en onder woorden brengen wat je zag. Ik heb daar heel veel aan gehad.”

 

Hoe ben je eigenlijk op de academie terechtgekomen?

“Als kind ben ik na de lagere school met mijn ouders naar Tunis gegaan, waar we twee jaar hebben gewoond. Ik was daar zeg maar een niet-lerende leerling, omdat ik de taal niet sprak en ik wist echt niet wat je moest doen om te leren. Vanuit Tunis ben ik op de HBS (hogereburgerschool) beland. Na het eerste jaar zeiden mijn ouders: ‘Dat wordt helemaal niks’ en omdat ik altijd met mijn handen bezig was, stuurden ze me naar de LTS (lagere technische school). Dat was de eerste keer dat ik besefte: het loopt niet echt zoals ik verwacht had. Je moest echt een vak leren, soms stond je urenlang te vijlen en dat was niet wat ik me had voorgesteld. Ik ben toen in een zogenaamde Ster-klas geplaatst waar meer ruimte was voor de theoretische kant en gericht op doorstroom naar de MTS (middelbare technische school). Dat heb ik afgerond, het was goed te behappen. Op de MTS werd echter duidelijk dat het helemaal niet bij mij paste. Bezoeken gebracht aan fabrieken om eens rond te kijken en daar wilde ik echt niet werken. Omdat mijn ouders beiden op de kunstacademie hadden gezeten en die MTS toch niet bij mij paste, leek de kunstacademie misschien wel wat. Dat was uiteindelijk de goede keuze. Maar de twijfel bleef knagen: op de vragen “ben ik wel een kunstenaar?” en “wanneer ben je een echte kunstenaar?” kwam niet echt een antwoord. Ik ben altijd door mijn hele leven heen een enorm zoekende kunstenaar geweest. Pas bij mijn kartonnen objecten had ik het gevoel dat ik het licht zag.”

Hoe werd er op de academie gewerkt in die roerige tijden?

“De laatste twee jaar hadden we de methode van de wekelijkse werkbespreking.  Als groep hadden we elk een kleine, eigen werkruimte, een soort pijpenlaatje waar je de hele week rustig kon werken. Ik deed dat niet, ik werkte in mijn eigen kleine atelier thuis. Eén keer per week bespraken we het werk. In principe mocht je wel een keer overslaan, maar er moest altijd werk zijn wat besproken kon worden. Je moest je eigen werk toelichten en je mening geven over het werk van de anderen. Je leerde zo goed kijken en onder woorden brengen wat je zag. Ik heb daar heel veel aan gehad. Inhoudelijk theoretisch werd er weinig over gesproken. Op een gegeven moment maakte ik bijna helemaal zwarte aquarellen met een enkel weggetje, daarop kreeg ik van een medeleerling de opmerking dat ze het zo dramatisch vond, maar dat werd niet verder uitgediept.

We waren niet wat je noemt een hechte groep. Soms werden wel gezamenlijke projecten ter hand genomen. Zo heb ik samen met Petra de Jong een ontwerp gemaakt voor de lelijke achtergevel van de Bijenkorf in Den Haag, dat is overigens nooit uitgevoerd. Donald Duk en Mariëtta van den Bos vormden voor mij de verbinding met de groep. Uiteindelijk heeft iedereen na de academie zijn eigen pad bewandeld. Met door de jaren heen incidentele ontmoetingen.”

Voor deze expositie heeft Ferry de 7 examenkandidaten weer samengebracht onder één dak met een deel van de oorspronkelijke examenwerken en werk uit latere tijd. Direct bij binnenkomst in ACEC sta je oog in oog met werk van mentor Joost van Roojen, werken die nog niets aan zeggingskracht hebben verloren.

ACEC Roggestraat 44, ZONDAG 20 FEBRUARI 2022 van 14:00 tot 16:00 uur – Finissage

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

Elke maandag ons nieuws in de mail?