Bluegrass, baarden en een banjo

Maandag 16 juli 2012

Door Rob Feber

Rob Feber


Plato’s muziekcafé heet plotseling Plato’s muziekterras. Oude wijn in nieuw zakken wat mij betreft. Zondag om 16.15 uur zit een handjevol mensen in Plato’s muziekterras dus, klaar voor Morgan O’Kane, een Amerikaanse banjovirtuoos lees ik op het internet. “Als Jimi Hendrix de banjo speelde, dan zou dat klinken als O’Kane”, schrijft een of ander muziekblad. O’Kane ziet er een beetje uit als Bob Dylan in zijn vroege jaren.

Zijn band bestaat uit een kerel met een baard die met twee lepels in zijn rechterhand tikkend op zijn linkerknie voor drummer speelt, een ongeschoren violist en een dobro-speler, eveneens met net zoveel haar op de kin als op het hoofd.

Bluegrass zoals het hoort. Je waant je op een veranda of bij een kampvuur. Lekkere rauwe muziek. Echt goed zingen doen de mannen niet, maar zo af en toe zijn ze lekker drie- of zelfs vierstemmig bezig. Elk nummer begint met een mengeling van een stukje fingerpicking op de vijfsnarige banjo en het speels stemmen van het instrument. “These banjo’s are always out of tune!”, grapt Morgan. Later zegt hij: “All the songs are in a different tune.” Maar als de banjo weer gestemd is en de nummers losbarsten, is de ergernis van het gedraai aan de stemmechanieken weer gauw vergeten. O’Kane tikt, zittend op een koffer, met zijn voet op een pedaaltje dat tegen de koffer klopt voor de broodnodige bassdrum. De baard met de dobro doet af en toe gek en springt op de maat mee.

Wat mij betreft mag Morgan O’Kane de titel ‘banjovirtuoos’ nog niet dragen, maar ik heb best wel wat met mannen die mij met drie kwartier vette bluegrass weten te boeien.

Jan Pier, Tjoris en Corneel. Die spelen bluegrass!
En Bas Langereis: sorry dat ik je filmpjes verpest heb.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?