In Beeld: Analoge dichter kietelt digitale wereld

Zaterdag 27 januari 2018

Door David Levie

In deze week van Nationale Voorleesdagen en de Gedichtendag extra aandacht voor onze stadsdichter Aad van der Waal. Zojuist is zijn bundel ’@chterhoedegevechten v@n een trendontduiker’ verschenen met een speels kaft dat onmiddellijk de aandacht trekt door z’n digitale tekens. @@d van der w@@l heeft duidelijk moeite met dit digitale tijdsgewricht en steekt dat niet onder stoelen of banken. Bovendien is hij op de kop af halverwege zijn periode als stadspoëet. Genoeg redenen om eens wat dieper op de zaken in te gaan die de dichtende theatermaker zoal bezighouden.

Zijn verzen kenmerken zich door een doodgewone rijm. Althans de meeste. Aad van der Waal wil gelezen worden en zeker als stadsdichter toegankelijk zijn voor zoveel mogelijk lezers en toehoorders. Dat begint al in het voorwoord van zijn bundel. Op rijm. Vaste vormen. Maar eerst de titel ’Achterhoedegevechten van een trendontduiker’. Een vette knipoog van een analoog mens in een digitaal tijdperk naar alles wat hem raakt. Hij voert – en weet dat als geen ander – een achterhoedegevecht. Van een verloren strijd wil de /theatermaker/toneelschrijver/dichter en muzikant echter niets weten.

,,Ik hoop dat wat ik schrijf toch wat uithaalt, tot denken stemt. Ik doet dat op de vierkante millimeter, dan besef ik echt wel. Je dreigt er niet meer bij te horen als je niet de nieuwste trends en ontwikkelingen volgt. Ik kan mij ook niet aan wat er op digitaal gebied gebeurt onttrekken. Ik ben wel alert. In de zin van: niet meteen omhelzen.’’

Hij komt met een schrijnend voorbeeld van een Engelse vrouw die op Facebook aankondigt dat ze een eind aan haar leven wil maken. De reacties van de zogeheten ‘’vrienden’’ die op haar noodkreet wél reageren zijn nagenoeg allemaal negatief. ,,Ze schelden. Willen niets van narigheid weten. De vrouw pleegt uiteindelijk daadwerkelijk zelfmoord en later blijkt dat de reacties ook uit haar buurt komen. Letterlijk mensen die vlakbij haar wonen, op een paar straten afstand.’’

 

SCHUREN

„Ik kietel graag. Het mag af en toe ook een beetje schuren. Wie goed leest, begrijpt wel wat ik bedoel.”
De dichter zwijgt even. Hij weet dat de vereenzaming enerzijds op de loer ligt, maar dat de computer anderzijds mensen uit hun isolement kan halen. Hij schrijft over die eenzaamheid, maar doopt zijn pen nimmer in vitriool en aan een belerend vingertje heeft hij een bloedhekel. ,,Ik kietel graag. Het mag af en toe ook een beetje schuren. Wie goed leest, begrijpt wel wat ik bedoel.’’

Hij doet dat onder meer met verzen op rijm. Vaste vormen. Maar door de woorden die hij kiest, de onderwerpen die hij aansnijdt en door de muziek in zijn pen zijn ze ver boven het modale sinterklaasgedicht verheven. Niet iedereen kan de door hem gekozen vorm waarderen. ,,Ik krijg wel eens de opmerking: moet dat allemaal zo, op rijm. Ik zeg dan: het moet niet, maar ik kies ervoor. Vanwege de toegankelijkheid. Niet zeuren over de vorm als je een verhaal te vertellen hebt. Ik doe dat op mijn manier.’’

 

Uit danceparty (op het Apeldoornse marktplein)
Debiele deuntjes drijven, dof en dreunend
De makke meute mutsen bij elkaar
Dit volk oogt, op massieve bassen steunend
Dynamisch als een stramme zoutpillaar…..
..Ik vrees dat er voor dit soort droefenis
In Apeldoorn toch vaak een markt is.

Van der Waal doet me vaak denken aan een andere dichter/schrijver/voordrachtskunstenaar: de veel te vroeg overleden (1991) Johnnie van Doorn, alias de Selfkicker. Ook iemand die niets van trends moest hebben. Een a-modieus wezen in de pap der tijden, die in zijn laatste levensjaren prachtige korte verhalen schreef waarin hij onder meer de vloer aanveegde met trendvolgers en overactief geitenharen sokkenvolk. Die net als Van der Waal achterhoedegevechten voerde tegen wat hij noemde: het zuur. Niet in staat om het tij te keren, maar met te veel poëtische bagage om zich met de stroom te laten meesleuren.

 

UNDERDOG EN SCHLEMIEL

De bundel van Aad van der Waal, die het vaak opneemt voor de underdog en de schlemiel, is bijzonder. Want met poëzie is in dit land nauwelijks droog brood te verdienen. Toch vond hij in Kontrast een uitgever die zijn werk de moeite waard acht om te publiceren. Van der Waal is verguld met hetgeen die uitgever te vertellen heeft over zijn boekje. ,,Naast mensen in al hun verschijningsvormen – etnische minderheden in het bijzonder – en communicatie eist het thema ’stad’ dan ook een substantiële plek op in deze bundel waarin ernst en hilariteit elkaar ritmisch afwisselen.’’ Vooral dat ritmisch doet hem goed. De muzikant in hem wordt daardoor naar voren gehaald.

„Wat ik steeds meer mis,. is het loket of een even een praatje in de bakkerswinkel. We dreigen elkaar uit het oog te verliezen.”
Van der Waal schrijft liever dan dat hij over zichzelf praat. De man van het achterhoedegevecht is een theatermaker die dicht en niet zozeer een dichter die theater maakt. Toch is de poëzie in zijn proza nooit ver weg. Net zo min als zijn woordspelingen overigens (zijn gedicht Syriës Request). Hij heeft in zijn toneelstukken een grote voorliefde voor non-verbale communicatie. Al houdt hij ook van het woord. Maar dan van mens tot mens. Niet anoniem van achter de computer. ,,Wat ik steeds meer mis is het loket of een even een praatje in de bakkerswinkel. We dreigen elkaar uit het oog te verliezen.’’

 

Uit Social media
Een huisgenoot of buurman uit jouw straatje
Is binnen een seconde gepasseerd
Elk medemens, fysiek aanwezig, laat je
Uitsluitend op je schermpje gefixeerd
Ver achter je, volkomen genegeerd
’Nee broer, ik heb geen trek in jouw verhaal’
De media, de media! Wat zijn ze toch sociaal!

 

„Ik heb ook wel gedichten gemaakt waarmee ik misschien tien tot twaalf mensen blij maak, maar als stadsdichter heb ik een andere taak.”

 

 

 

 

 

In de bundel kijkt de stadsdichter voortdurend over de schouder van de dichter Van der Waal mee. Her en der duikt de stad Apeldoorn op.
Zijn schrijfstijl is soepel. ,,De zinnen moeten blijven lopen, de klank van de woorden vind ik heel belangrijk. Ik heb ook wel gedichten gemaakt waarmee ik misschien tien tot twaalf mensen blij maak, maar als stadsdichter heb ik een andere taak.’’

 

Uit Erosie van een stad
De gevel raakt twee letters kwijt
De bakens van mijn kindertijd
Een vreemd idee
Wat lange tijd onkwetsbaar leek
Toch voor de tand des tijds bezweek
Dag V & D.

 

DEUREN

Hij strijkt voor zijn stadsdichterschap 3000 euro per jaar op. Sinds deze week is hij halverwege zijn periode. Maar de wegen van de commissie die hem heeft voorgedragen zijn ondoorgrondelijk. De termijn kan zo maar met een jaar worden verlengd. Ook ontvangt Van der Waal wat leges van de toneelstukken die hij schreef. Vijftien zijn er uitgegeven. Met name ’De laatste trein’ wordt met enige regelmaat in den lande opgevoerd. Rijk is hij van zijn schrijverij en theater maken niet geworden. Maar sinds hij tot stadsdichter is benoemd zijn er her en der wat deuren voor hem opgegaan. CODA doet af en toe een beroep op hem, net als kerken, Gigant, het onderwijs en een organisatie als Amnesty.

Aad van der Waal heeft weinig gemeen met zijn voorganger Hans Mirck. Van der Waal is Apeldoorn trouw gebleven, Mirck is inmiddels al weer verhuisd. De laatste had een veel fijnere neus voor publiciteit, een eigenschap waarvan Van der Waal wel een paar onsjes meer zou kunnen gebruiken. Ook is het (nog) niet tot een samenwerking met de huidige stadsdichter gekomen. Dat laatste ligt overigens niet aan Van der Waal. Wat Mirck en Van der Waal wel delen is de liefde voor poëzie. Mirck (leraar Nederlands) probeert die liefde over te brengen op zijn leerlingen, Van der Waal en zijn jonge discipelen haalden met een theaterversie op koldergedichten van Cees Buddingh (zogenoemde gorgelrijmen) de planken van Orpheus. Ook kiezen ze voor totaal andere vormen. Van der Waal weigert de vrije vorm waarin de dichter rijm en metrum loslaat tot de zijne te maken. Een trend in zijn ogen. ,,Al heeft iedere dichter daartoe het volste recht.’’

Dus van der Waal is een post-avantgardistische trendsetter als hij beweert dat de ’ouderwetse’ rijm een langere adem heeft dan de trend van het loslaten. Hij moet lachen om deze contradictie. De strijder tegen de trend is ineens als een trendsetter ontmaskert. Nee, Van der Waal jaag je niet op de kast. Hij trekt eerder de jas aan die hem past. Die van de milde zelfspot. ,,Ja, als je het zo bekijkt dan snijd ik inderdaad in eigen vlees. Dat kan af en toe ook geen kwaad. Ik ben kritisch en dat blijf ik. Ook op mezelf.’’

De bundel @chterhoedegevechten v@n een trendontduiker kost 15 euro en is te bestellen bij iedere boekhandel. (ISBN 978-94-92411-32-7)

ONDERWERPEN

In Beeld Portretten

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?