Lohues mag ‘t vuurtje wat aanwakkeren

Vrijdag 16 juni 2017

Door David Levie

Reyer Boxem/Hollandse Hoogte

Nog een paar steden en dan komt er een eind aan de tournee van Daniël Lohues. De Drentse troubadour mag dan op zijn geliefde platteland wonen, zijn tocht met ’Moi’ langs theaters brengt hem eind deze maand naar grote steden als Amsterdam (de la Mar) en Den Haag (Koninklijke Schouwburg). Ook in de Randstad herkent de mens zichzelf in de liedjes van een man die zich bedient van zijn moerstaal: De Drentse variant van het Nedersaksisch.

Moi heet zijn programma. De titel verwijst naar zijn al weer tiende soloplaat. Moi is de dagelijkse groet van de Tukker en de Drent, iets in de geest van ’mogge’. En over de dagelijkse gang van zaken schrijft en zingt Lohues graag. Vaak met ingehouden verbazing en een fijnzinnig gevoel voor schoonheid die in het gedoetje van alledag is besloten.

In de nagenoeg volle Rabobankzaal van Orpheus zet hij (donderdag 15 juni) meteen de toon. Terug van een lange reis naar Amerika zit hij aan de keukentafel. Hij kijkt naar buiten. Hij heeft schilders aan het werk. Achterstallig onderhoud, geeft hij toe. Het brengt hem tot bespiegelingen. De grote wereld brengt hij terug tot de menselijke maat. Hij voelt zich kiplekker in de door hem geschapen microkosmos.

Erica waar hij woont mag dan niet al te mooi zijn, overzichtelijk is het wel. Helemaal als je niet buiten het dorp woont. Hij kan mijlenver kijken. Tot in Duitsland toe. Niet gehinderd door obstakels van steen. De dorpsbewoners gaan er hun gang en doen wat ze moeten doen. Zo ook Lohues zelf. Hij is liedjesschrijver. Hij zingt van ’Loat mie moar lekker dit doen omdat ik niet anders kan. Heden toekomst en verleden.’ De bezoeker van het concert dat doordesemd is met verhaaltjes en enkele overpeinzingen weet vanaf het begin waar-ie aan toe is.

En dat is meteen het enige minpunt. Lohues wordt zo langzamerhand wat voorspelbaar. In Moi blijven verrassingen uit. De liedjes zijn stuk voor stuk van hoge kwaliteit, zijn stem laat niets te wensen over, de anekdotes zijn boeiend, maar het kabbelt allemaal een beetje voort. Van de vleugellamme spreeuw in ’Vlieg dan toch’ tot de jongeman uit het dorp die juist eerst zijn vleugels wil uitslaan alvorens zich voorgoed op de boerderij van zijn (voor)ouders te nestelen.

,,Moak joe woar’’, zingt de Saksische bard later. Of te wel: laat ‘t het maar eens zien. Gelijk de door hem bezongen hertog Widukind, beter bekend als Wittekind. De vrijheidsstrijder nam in een grijs verleden de wapens op tegen de Karel de Grote, maar wist zijn kop en dat van zijn mensen te redden door zich te laten dopen. Zijn geest waart ironisch genoeg nog altijd rond tijdens de traditionele paasvuren, een van de schaarse tradities met een heidens verleden.

Lohues maakt deel uit van dat verleden, spot af en toe met zichzelf en deelt heel soms een plaagstootje uit door een Amsterdammer neer te zetten die vervreemd is van alles wat groeit en bloeit en absoluut niet tegen stilte kan . Maar ook in hoofdstad houden ze blijkbaar van de o zo menselijke liedjeszanger en verhalenverteller.

Lohues is de grenzen van de oostelijke noordelijke dreven des lands overgestoken. Maar steevast keert hij terug naar de plek die een hoofdrol speelt in zijn liedjes. Hij vraagt zich af waarheen de mensen gaan en ook waarheen hij gaat. Hij weet echter precies waarnaar hij terugkeert. Zijn heden, toekomst en verleden komen op de Saksische zwarte grond van Drenthe samen.

Da’s mooi, maar wat mij betreft neemt hij iets over van dat vuur van Widukind. Want dat heeft Daniël Lohues wel degelijk in zich getuige zijn instrumentale en vocale slotakkoorden in Orpheus. Hij hoeft dat niet tot de toegift te bewaren. Af toe het vuurtje op het podium wat aanwakkeren. Geen brandweerman uit Groningen, Assen, Enschede, Apeldoorn, Utrecht, Amsterdam, Den Haag of Emmen zal daar bezwaar tegen maken.

Daniel Lohues, donderdag 15 juni, Theater Orpheus

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?