Urbanus zelf: een feest van herkenning

Maandag 24 november 2014

Door Ben Eggermont

PR Orpheus

Vrijdagavond 21 november 2014 om kwart voor 8 is de foyer van het theater Orpheus al aardig volgelopen met publiek voor de voorstelling ‘Urbanus Zelf!’. Het is een gemengd publiek met een redelijke spreiding in leeftijden, zowel jong als oud heb ik gezien en ook alles er tussen in.

Wat te verwachten van een artiest die na een lange tijd van afwezigheid weer op de planken staat? Ik ken hem (Urbanus) slechts van zijn films en theaterregistraties voor de televisie, niet een echte fan dus. Wat ik van hem ken en weet is dat hij leuke liedjes kan schrijven die soms ontroeren, clowneske en licht absurdistische scenes weet neer te zetten en de onderlinge Belgische / Nederlandse vooroordelen aardig weet te bespelen. Gelet op de aankondiging is dit ook wat ik verwacht.

De openingsact bevestigt dit vermoeden, hij verschijnt in een komisch pak en de bekende rode punthelm uit eerdere optredens. Na wat gepraat over jeugd en opvoeding brengt hij zijn eerste liedje ‘Cote d’ Azuur’, waarin hij (de hoofdpersoon in het liedje) onbegrepen en ongezien zijn Ma-rie-loewiesje mist als hij ligt te bakken aan de Cote d’Azuur. Na een kort babbeltje zet hij de voorstelling voort met het lied ‘De wereld is om zeep’, waarin alles draait om de zin ‘De wereld is om zeep, er gebeuren rare dingen rondom mij’ waaraan hij de meest waanzinnige zaken koppelt die tot nadenken stemmen als je probeert te vatten wat hij zou bedoelen. Via wat uitspraken over kookprogramma’s, te kleine kerkhoven en moslima’s is het tijd voor het lied ‘Aan ons voordeur lag een mat’, waarin de angst voor allochtonen op een ludieke wijze wordt bezongen. Op het eind van het lied werd de mat waar welkom op stond, door de ‘ongewenste’ allochtoon maar omgedraaid. Langs nog wat grappen en grollen werd het lied ‘De aarde’ ten gehore gebracht, een lied waarin hij op kinderlijke, naïeve wijze zijn ver/bewondering bezingt over onze aarde, een ontroerend liedje. Zo gingen we richting de pauze een goed moment om even de keel te smeren en met en half oor te luisteren wat men er zo van vond, de algemene stemming was zeker positief.

Na de pauze ligt in eerste instantie het accent meer op de kolderieke scenes waarin thema’s aan de orde komen als gevangenissen, ontsnappingen en hoe men in de gevangenis eenvoudig aan een schilmesje komt, de zwarte pieten discussie, waarom pygmeeën tegenwoordig verticaal minderbedeelde medemens worden genoemd en zo belanden we via de 2de wereldoorlog bij het lied over vriend Theo die zich wil verdrinken. Het lied is de droevige illustratie van deze gebeurtenis met merkwaardige wendingen. Na een verrassend ingevoegde goochelact en het verhaal hoe het toch komt dat op iedere kerstboom een piek prijkt, belanden we aan bij het overbekende ‘Bakse vol met stro’ waarin hij de geboorte van Jezus op geheel eigen wijze bezingt. Op weg naar het einde van de voorstelling worden we nog verrast met het licht erotische getinte ‘Poesje stoei’, gezongen met een bloeiende prei op het hoofd.

Als toegift kregen we nog het schone lied ‘Madammen met een bontjas’ waarvan de strekking u niet onbekend zal zijn en een soort grammofoon parodie op het Franse chanson. Het publiek beloonde hem met een daverend applaus waarna iedereen met een tevreden gevoel en met een glimlach de zaal verliet.

Tot en met april 2015 is deze voorstelling nog te zien in diverse theaters in Nederland.

P.S. Om eerlijk te zijn, mocht Urbanus in de toekomst Apeldoorn nog eens aandoen, zal ik niet in de rij staan voor een kaartje, dit zegt wellicht meer over mij als over de bezoekers die deze avond genoten hebben van ‘het feest van herkenning’.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?