Van Merwijk neemt met sterke liedjes 2019 door

Woensdag 30 oktober 2019

Door David Levie

Persfoto Orpheus

Jeroen van Merwijk is niet te beroerd om zichzelf opnieuw uit te vinden. Deze keer kiest hij niet voor een alter-ego, maar voor een uitzonderlijke manier om zich als liedjeszanger te profileren. Hij kan putten uit eigen, actueel werk waarmee hij begin dit jaar is begonnen: het dagelijks(!!!) schrijven van een liedtekst. Zo is hij in staat om een steeds wisselende oudejaarsshow op het podium te brengen die zijn gelijke niet kent en daardoor meteen minder geschikt is voor een groot (tv)publiek. ’Was volgend jaar maar vast voorbij’ luidt de titel’. Ironie ten top en in dat genre is Van Merwijk een meester.

Wat te zeggen van een titel die hij in het recente verleden gebruikte om zijn ‘’laatste’’ show uit te luiden: ’Er zijn nog kaarten.’ Zelfspot is de kleinkunstenaar niet vreemd. Zelden is er een voorstelling van hem uitverkocht. Maar wat wil je als je een nichemarkt bedient voor fijnproevers en liefhebbers van spelen met taal? Dan blijven er stoelen leeg en gisteren was dat in de Altioszaal van Orpheus niet anders. Maar het was druk genoeg voor een vermakelijk en toch wat afwijkend avondje cabaret waarop Van Merwijk gebruik maakte van zijn sterkste kant: die van liedjesschrijver. Want heel veel betere zijn er in dit zompige landje niet te vinden.

Weergaloze rijmelarij

Ga er maar aanstaan, 365 dagen lang een lied schrijven. Over grote, actuele onderwerpen als de Brexit, het klimaat, vluchtelingen, het nageslacht van vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat, de dood van Rutger Hauer en Martine Bijl, Zwarte Piet, de boreale oprispingen van Thierry Baudet en klein leed in de vorm van een paard dat op de snelweg richting Zwolle draaft. Weergaloze rijmelarij levert dat alles op met als hoogtepunt Brexit, als je tot aan je nek in de drek zit.

Heel eventjes tipt hij ook zijn eigen strijd aan: vechten om het hoofd financieel boven water te houden. Ook al steek je qua niveau hoog uit boven het landelijke maaiveld van de kleinkunst. Maar als je de lach niet aan je kont hebt hangen, daar ook niet echt naar op zoek bent en als performer zelden de hoogte haalt die je als schrijver wel bereikt loop je vanzelf tegen beperkingen aan. Alle spitsvondigheid en woordkunst ten spijt. Daarin kan zelfs de door Van Merwijk ten tonele gevoerde nekveldocent en klimaatdrammer geen verandering brengen.

Maar is het mooi om te zien dat Van Merwijk op zijn wijze een speelse en opvallend milde inhoud kan geven aan het fenomeen oudejaarsshow. Met oog voor detail en gevoel voor de traditie die wijlen Wim Kan ooit introduceerde: de meezinger op het eind. Van ’kamelen op het behang’ tot ’Jelle zal wel zien’. Van Merwijk doet het op een eigentijdse manier met het lied

Weet je wat het is,

weet je wat het is

weet je wat het is,

Je weet ’t niet.

En daar is met het vizier gericht op het nakende 2020 geen speld tussen te krijgen.

Jeroen van Merwijk in ’Was volgend jaar maar vast voorbij’. Orpheus, Altioszaal 29 oktober.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?