Olaf Prinsen kan niet onopgemerkt over straat

Woensdag 6 juni 2012

Door Nataliefde

StrangeArt

“Als ik hier geen bestuurder meer ben, wil ik Apeldoorn goed hebben achtergelaten, zodat ik kan zeggen: ‘Mooi, dat is goed!’. Ik wil iets voor de stad betekenen. Er is een hoop ellende en die wil ik in ieder geval deels oplossen. En daar maak ik graag veel uren voor. Ik weet zeker dat mijn collega’s dat ook doen.”

Olaf Prinsen (1983) is dit jaar voor de tweede keer wethouder, nadat hij in februari dit jaar samen met de andere wethouders in het college was opgestapt vanwege de grondbedrijfaffaire. Prinsen kreeg de portefeuille in 2010 van Rob Metz (VVD) doorgeschoven, voelt zich verantwoordelijk zijn klus af te maken en koos bewust weer Grondzaken te nemen. Voor zijn wethouderschap was hij van 2002 tot 2010 actief voor D66 als fractievertegenwoordiger, -medewerker en lijsttrekker.

Durfde je Grondzaken wel weer aan in je portefeuille?
“Jazeker, ik wilde juist weer Grondzaken doen, omdat ik mijn klus nog niet had geklaard. En ik wilde heel graag dat iedereen begrijpt hoe het in elkaar zit. Het is een ingewikkelde portefeuille, het gaat om veel geld en projecten met een onzekere toekomst. Het gaat om complexe materie, er moeten berekeningen worden gemaakt, je hebt te maken met recht. Ik wil het ook eenvoudig maken voor de raad zodat de raad ons weer goed kan controleren. Naast het stellen van kaders is dat tenslotte de taak van de raad.”

Heb je je handen niet genoeg vol aan alleen Grondzaken?
“Dat valt mee, de ambtenaren hierboven doen natuurlijk het werk, de wethouders sturen de boel aan. Er werken heel wat mensen vijf dagen per week aan Grondzaken, ik ben er dus lang niet alleen maar daar mee bezig. Maar het is niet zo dat ik niks te doen heb. Sommige mensen schijnen te denken dat je de politiek ingaat om met je kop in de krant te verschijnen of zo, maar je gaat de politiek in om iets te veranderen in deze mooie stad. Dus voor de meesten geldt echt liefdewerk oud papier. Ik zou dus ook niet kunnen zeggen hoeveel uur ik werk, geen idee. Je werkt in principe meer dan full time, voor de stad.”

‘Werken’ met Pinksteren
“Als je gaat natellen heb ik bijvoorbeeld op Tweede Pinksterdag tien uur gewerkt. Ik stond rond half negen op, ging stukken lezen tot een uur of half één, toen had ik er genoeg van. Vervolgens ging ik met ambtsketen om als locoburgemeester naar een 65-jarig huwelijk. Daarna ging ik weer stukken lezen en ’s avonds werd ik uitgenodigd door jongeren in Orden om met hen te komen praten over hun wijk, waarna we samen nog een Turkse pizza hebben gemaakt en getafelvoetbald. Zo kwam ik aan tien uur werk, maar het voelde als nul uur, omdat ik het heel leuk vind. Er is eigenlijk geen duidelijke scheiding tussen werk en privé. Ik kan niet van de ene uiteinde van de Hoofdstraat naar het andere uiteinde lopen zonder te worden aangesproken met ‘Hee, wethouder Prinsen!’ of gewoon ‘Hee Olaf!’. Dat vind ik niet vervelend nee, mijn vriendin soms wel moet ik zeggen. Maar zij vindt het dan wel weer leuk dat ze mee kan naar alle culturele dingen.”

En als je dan wel echt vrije tijd hebt?
“Ik hou erg van lezen en dan geen zware biografieën, maar een beetje foute boeken zoals Zweedse thrillers, juist om even aan iets heel anders te denken. Ook hou ik van motorrijden, in oldtimers rijden en duiken. Als het maar spannend is, dan vind ik het leuk.”

In de raadsopdracht Agenda voor Herstel staat dat de overheid dichter bij de mensen moet komen. Hoe denk jij dat de overheid dichter bij de mensen komt?
“Dat ga ik je proberen uit te leggen. Als iemand in een hutje op de hei gaat wonen en één of een paar buurmannen krijgt, is dat nog wel onderling te regelen. Maar Apeldoorn bestaat uit 157.000 buurmannen. Dan heb je een overheid nodig die de boel regelt. We moeten als overheid beseffen: de gemeente heeft niets. Niets is het bezit van de gemeente, alles is van de inwoners. Ik ben ook gewoon een inwoner als jij. We moeten denken als Apeldoorner en voor de Apeldoorner. We moeten zaken afwegen – als iets niet kan, moeten we goed uitleggen waarom dat niet kan. We willen niet dwarszitten.”

Het nieuw te bouwen winkelcentrum in Orden hoort bij uw projecten. Hoe gaat het met het nieuwe winkelcentrum in Orden?
“Het mooie van dat project is: het kost ons geen geld. De projectontwikkelaars betalen alles, wij zorgen voor meer mogelijkheden. Toen de oude Detailhandelsvisie nog van kracht was, kwam dit project tussendoor. In de Detailhandelsvisie is afgewogen wat er gebeurt met omliggende winkelcentra als eentje uitbreid. Omdat dit nieuwe winkelcentrum zich aandiende voor de nieuwe Detailhandelsvisie, die nog moet komen overigens, hebben we afgeweken van wat we normaal doen. De wijk wilde graag een nieuw winkelcentrum en we hadden geen reden om ‘nee’ te zeggen. Dan moet je ermee doorgaan en het gaan faciliteren. Of ruimte bieden inderdaad, dat is goed wat je zegt, vind ik een veel beter woord. Faciliteren is zo’n ambtenarenwoord.”

Op de avond van de installatie van de wethouders kreeg je de minste stemmen uit de raad (24, red.). Zat je daarmee? Had je het verwacht?
“Ja, natuurlijk zat ik daarmee. Of je het kunt verwachten – ik denk dat je niks kunt verwachten, het zijn anonieme stemmen en je hebt weinig kijk op hoe de raad gaat stemmen. Ik wil zorgen dat het niet weer gebeurt en zie het als een opdracht aan mezelf er iets aan te doen.”

Wat is je favoriete portefeuille?
“Allemaal. Ik vind alle portefeuilles even leuk en bijzonder. Nou ja, Grondzaken is niet leuk, maar wel bijzonder. Als ik één portefeuille had gehad, was ik niet vrolijk geweest. De mix van portefeuilles maakt het leuk en uitdagend.”

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over politiek

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?