Allemensen! : Ode aan mijn jarige zoon

Donderdag 17 mei 2018

Door Judith Velthuizen

Pixabay, Creative Commons

Heel lang geleden, toen 19 mei op een mooie tweede pinksterdag viel, werd ik moeder. Dat klinkt minder wereldschokkend dan ik het toen met elke vezel in mijn lichaam voelde. Moeder worden was mijn meest adembenemende en allesomvattende ervaring ooit.  Het maakte een kracht in me los, die ik nooit bij mezelf had kunnen vermoeden. Tegelijkertijd maakte het me zo week en zacht als ik nog nooit eerder in mijn leven was geweest.  Betoverd was ik door dat grote wonder in mijn armen. Zoals al heel veel moeders voor mij waren. En zoals nog heel veel moeders na mij zullen zijn.

Vanaf het allereerste moment was ik smoorverliefd op het jongetje dat niet perfecter had kunnen zijn. Vol ongeloof vroeg ik mij af hoe zoiets onvoorstelbaar moois in vredesnaam in mijn eigen lichaam kon ontstaan. De vader van mijn kinderen sprak schouderophalend over een postnatale euforie. Elke minuut, elke seconde, elke microseconde van de dag wilde ik bij mijn kind zijn. ’s Nachts sliep hij vredig naast mij in mijn bed en zijn middagslaapje brachten wij samen doezelend door op de bank.

Omdat ik na een paar maanden weer aan het werk moest, had ik met de allergrootste zorg en pijn in mijn buik een kinderdagverblijf gekozen. Al toen hij een ochtendje mocht proefdraaien, ging het helemaal mis. Na nog geen uur werd ik gebeld met de vraag of ik toch alsjeblieft snel wilde komen; mijn zoon was ontroostbaar zonder mij. Toen ik arriveerde en van afstand zijn naam riep, keerde hij met een ruk zijn verdrietige hoofdje in mijn richting en was stil. Stevig drukte ik hem tegen mij aan en allebei slaakten wij een zucht van verlichting. Zo was het goed.

Deze wellicht wat overdreven moederlijkheid leek gelukkig weinig schade aan te richten; mijn kind was de belichaming van het woord levenslustigheid. Het allerliefste was hij buiten, waar hij zich elke dag zo smerig maakte, dat ik hem ’s avonds grondig schrobben moest. Familie en vrienden konden er smakelijk om lachen en keken het allemaal hoofdschuddend aan; nog niet eerder zagen zij zo’n smeerpoets van een kind.  Ons kon het geen greintje schelen; schoon blijven en buitenspelen waren niet verenigbaar en voor hem lag nog een heel leven om netjes en aangepast te zijn.

Met volle teugen genoot ik van het jongetje, dat zonder enige terughoudendheid iedereen begroette die hij tegenkwam: dag (h)ondje, dag postbode, dag (s)graafmachine… Zelfs de kortste wandeling duurde uren en werd met volledige aandacht voor wereld, mens en dier beleefd. Toen hij iets ouder werd, stond hij soms stil tijdens het lopen en riep hij plotseling met luide stem: “ik eis een andere wereld”. Zelf vond ik dat een prachtige uitspraak, maar veel mensen keken ons gek aan. Wanneer ik heel af en toe een dipje had, troostte hij mij met uitspraken als: “mam, als het geluk jou niet vindt, dan moet jij het geluk zien te vinden.” Waar hij deze wijsheden oppikte weet ik niet, maar zijn timing was werkelijk elke keer perfect.

Jaren later kijk ik nog altijd vol bewondering naar het kind dat inmiddels in Utrecht Social Work studeert. Dat hij mild is en niet veroordeelt ook al wordt hem pijn gedaan, vind ik bijna ongekend.  Het is een eigenschap die hem uitermate geschikt maakt voor dat soms toch wat onbaatzuchtige beroep waar hij voor koos. En al liet ik hem volledig vrij in die keuze; stiekem ben ik reuze blij dat hij iets doet waarmee hij het verschil kan maken en waarmee hij mensen onvermoeibaar verder helpt.

De reden van mijn melancholiek mijmeren is niet zo moeilijk te raden. Over twee dagen wordt hij eenentwintig en vraag ik me af waar al die jaren bleven. Over twee dagen wordt hij eenentwintig en denk ik aan zijn babyhoofdje op mijn borst. Over twee dagen wordt hij eenentwintig en knap ik nog altijd bijna uit elkaar van pure trots. Zoals al heel veel moeders voor mij deden. En zoals nog heel veel moeders na mij zullen doen.

Deze blog is ook te lezen op www.allemensen.eu

 

Meer lezen over stad

REACTIES