Bacon and eggs (2b)

Zondag 7 april 2013

Door bazbo

Marcel Mooij

Weer geen bacon and eggs bij het ontbijt vanmorgen! Zou je die Pakistani’s niet? Gelukkig voor hen vind ik het vandaag niet passend om al te assertief te zijn. Het is 6 maart en De Vrouw viert vandaag haar verjaardag. Ik heb geen cadeau voor haar. Gisteren betaalde ik tenslotte die 12.354e handtas van dit jaar voor haar al, dus dat maakt alles goed en ze mag me best dankbaar zijn. Ze mag ook kiezen wat we vandaag gaan doen. Ik had al een leuk plan gemaakt en het is aan haar om te kiezen: ja of nee. Het wordt ja. Een alternatief is er namelijk niet. Mooi.

We nemen weer allerlei ondergrondsen, vooral de groene lijn, die overigens op het laatste deel van het traject ook bovengrondse is. Uiteindelijk stoppen we bij een station op de zuidoever van de Thames. Het is nog maar een paar honderd meter lopen naar Kew Gardens.
Wie zei ook weer dat alle musea en parken en tuinen in Londen gratis waren? Of ik even twee keer zestien pond wil afrekenen. Ik trek mijn bankpas tevoorschijn en steek die in de betaalautomaat bij de kassa. Een boel gepiep, maar geen betaling. ‘Oh no, no Maestro,’ zegt de meneer van achter het glas. ‘Only Visa or other cards.’ Fraai is dat. Gelukkig heb ik een heleboel contanten in mijn broekzak. Die geef ik af en we mogen naar binnen. Hoewel, het betreft hier gardens; dat zijn tuinen en die bevinden zich doorgaans toch echt buiten. Dat is niet erg, want de temperatuur is nog steeds aangenaam. De lucht is grijs, maar onze jassen hangen open. Misschien wordt het lente.
Eerst maar eens koffie. In de kantine zijn allerlei biologische versnaperingen verkrijgbaar. Zelfs de koffie is groen. Eh, niet letterlijk, natuurlijk. Maar wel natuurlijk. Wacht, dit wordt verwarrend. Waar kan ik hier kakken?

Al koffie slurpend stippelen we een globale route door de botanische tuinen uit. Kew Gardens blijkt helemaal onder bescherming van een soort Britse Natuurmonumenten te staan. (Weet ik ook veel.) We kijken over een grasveld en zien tientallen medewerkers bezig met het onderhoud aan de perken, bomen en struiken. Als de koffie op is, lopen we in de richting van het eerste grote paviljoen, The Palm House. Hier zijn exotische planten en bomen uit alle continenten verzameld. We zien het begin van een grote tros bananen en ergens in een hoekje staat de oudste potplant ter wereld. Op zich zouden we in deze kas alleen al een halve dag kunnen doorbrengen, maar we willen door. Er is nog zo veel meer.

Kew Gardens – The Palm House

Nog geen half uurtje later komen we het Princess of Wales Conservatory binnen. Wat hier te zien is, is helemaal overdonderend. Tenminste, als je van groen houdt. Nu vind ik zelf een tuin voornamelijk prima om lui in te hangen met een biertje onder de parasol en hoef ik niet precies te weten hoe de verschillende planten en bloemen allemaal heten. Toch kom ik ogen te kort. Houd ik dan toch van groen? Ik heb een abonnement op een biologisch groentepakket en een zoon die werkt bij een plantenkweker, telt dat ook?
We slenteren van de ene afdeling naar de andere en komen in verschillende klimaten terecht. De Vrouw moet regelmatig haar beslagen bril afzetten. Als die een beetje is geacclimatiseerd, zet ook zij grote glazen op van bewondering. Orchideeën, vleesetende planten, woestijnspul, noem het allemaal maar op.

Kew Gardens – Princess of Wales Conservatory

Aan het begin van de middag staan we weer buiten tussen de bomen en is het tijd voor een lunch. In de voormalige oranjerie kopen we broodjes en water en pauzeren we uitgebreid.
‘Moet je zien, bij iedere boom, struik, plant of bloem staat een bordje,’ zeg ik als we weer op pad gaan. We komen langs een paar heel oude bomen. Als ik mijn armen spreid, is de boom nog breder. Hoe oud zou dat zijn? Kew Gardens staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO en dat vind ik niet zo gek. Ondanks dat het nog winter is, de meeste bomen en struiken kaal zijn en er nog weinig bloemenkleur is te vinden, kijken we onze ogen uit. Er is zo veel te zien en volgens ons is er hier in ieder seizoen veel te beleven.
We bereiken het Temperate House. Dit is de oudste glazen kasconstructie van Europa en wordt nog steeds gebruikt voor de kweek van inheemse plantensoorten.

Kew Gardens – Temperate House

Als we weer een tijdje verder lopen, komen we in een Japanse tuin. Ook hier zijn talloze medewerkers bezig met onderhoud. Er staat een schitterend klein paviljoen en alles straalt intense rust uit.
Ik wil nog even langs de Chinese pagode om een foto te maken. Mijn jeugdhelden werden er in 1970 vereeuwigd; nu ik.

ELP in Kew Gardens 1970

Kew Gardens – pagode

Dan wandelen we terug naar de ingang. In de winkel koop ik een uitgebreide gids van Kew Gardens. Dat is een mooi souvenir om later nog eens door te lezen en te bladeren.
We nemen de groene lijn van de underground naar South Kensington en stappen daar over op de donkerblauwe lijn naar het hartje van London. Het is vier uur en plots staan we in Covent Garden.
We nemen een kijkje op de toeristische markt in de Piazza en lopen langs de vele straatartiesten op het plein eromheen.

Covent Garden – Piazza

Eigenlijk is het al lang tijd voor een goede verjaardagsneut en dus gaan we snel naar The Round House pub, waar ik een lager voor De Vrouw bestel en een London Pride ale voor mijzelf. Zullen we er nog eentje nemen? Vooruit, we nemen er nog eentje. En dan? Hebben we nog tijd voor nog eentje? Ja, we hebben tijd voor nog eentje. Pas om zeven uur hebben we afgesproken met James. Tijdens de derde pint komt er een sms binnen: James is vertraagd; hij komt pas om half acht. Mooi, dan nemen we nog een vierde.
Precies om half acht komt James uit de ondergrondse en de begroeting is zeer hartelijk. Hij neemt ons mee naar een Indiaas restaurant, waar hij een tafel heeft gereserveerd. Het eettentje is niet ver van hier. We bestellen Kingfisher bier en kiezen van de kaart voor allerlei verschillende voorgerechten en curry’s, zodat we van alles kunnen proeven.
James vertelt over de tijd dat hij in Londen woonde. Nu heeft hij met zijn gezin een huis iets ten noorden van Londen, maar het is slechts een half uurtje met het openbaar vervoer en dan staat hij hier in het centrum.
Het is de allereerste vegetarische verjaardag voor De Vrouw. James weet wat hij uitkiest. Zelfs een carnivoor als De Vrouw vindt het geweldig smaken. De kaas is onverwacht lekker, we smikkelen van de groentecurry’s en de Kingfisher gutst goed weg.

We laten de kok met zijn nagerecht zitten en vertrekken. James weet een pub met goede bieren, iets verderop richting The Strand. Het is een klein stukje lopen.
De pub blijkt een heel grote en populaire, al is het er nu rustig. Op de benedenverdieping zijn zitplaatsen en kunnen we elkaar verstaan. James haalt allerlei donkere ales en daarna is het mijn beurt. Proost! Cheers!
Het is half twaalf als we weer bij de underground staan en we afscheid nemen. James zien we overmorgen terug, maar dan in geheel andere omstandigheden. Wij nemen de rode lijn, stappen uit in Queensway en lopen direct naar het hotel.

*

En nog steeds geen bacon and eggs bij het ontbijt, verdikkeme! Het is maar goed dat ik geen wapens het land in mocht brengen. Ik rooster de toast en neem sloten koffie en sap. Zowaar, de kaas is goed te pruimen en de dikke plakken ham zijn zelfs lekker.
Terug in de hotelkamer pakken we de koffers in en trekken we onze jassen aan. Nadat we in de lobby hebben uitgecheckt, vraag ik of we de koffers even mogen laten staan en die over een uurtje of twee weer op kunnen halen. Dat mag, maar het kost een pond per koffer. Ik trek twee losse ponden tevoorschijn. ‘Anything else for you sir?’ klinkt het uit de Pakistaanse grijns. Ja, we willen nog even melden dat de tv in de kamer het niet doet. ‘Have you turned on the switch by the bed?’ No, dat hebben we niet. Idioot land. Met hun belachelijke stekkers en aan/uit-knopje om het stopcontact in werking te zetten.

Kensington Gardens – Italian Gardens

We lopen de Inverness Terrace uit, steken Bayswater Road over en betreden Kensington Garden. Het regent heel lichtjes, maar dat deert ons niet. In het park is het rustig. Ginds ligt de Round Pond. We passeren het Kensington Palace, werpen een blik op de Royal Albert Hall en komen uiteindelijk terecht bij de Italian Gardens. In een pub langs Bayswater Road drinken we koffie en jus d’orange. Was dit ongeveer twee uur? Ja, ongeveer. Tien minuten later staan we weer in het hotel om onze koffers op te halen. Zowaar, we krijgen ze terug. Gratis.
De gele undergroundlijn brengt ons naar station St. Pancras. We slenteren langs de vele winkeltjes en kopen tijdschriften en water. Bij een hamburgertent eten we een lunch. Hamburgers? Ik? Het zijn wel burgers afkomstig van koeien uit de omgeving en misschien nog wel biologisch ook. Maakt dat een beetje goed? Dan is het tijd om naar perron 4 te gaan. Onze trein staat al klaar.

St. Pancras station

De Vrouw heeft mooie plaatsen gereserveerd. We zitten bij het raam en hebben een tafeltje. Buiten is de miezerregen overgegaan in bakken. Zo beleven we het typisch Engelse landschap op gepaste wijze. We rijden over heuvels en door weilanden, langs uitgestorven dorpen en naargeestige industrieterreinen. We passeren Luton, Bedford, Wellingborough en Kettering. De trein wordt leger en leger. Uiteindelijk zitten we zo goed als alleen in de coupé.
Na iets meer dan een uur komen we aan op het station van Corby. Eindpunt van deze trein. Het is koud, guur, nat en we willen naar het hotel. Er staat welgemikt één enkele taxi voor het station. We zijn de enigen die uit de trein zijn gestapt, dus die ene taxi is voor ons.
‘Rockinham Forest Hotel,’ zeg ik. Ik krijg geen antwoord door de intercom. We gaan rijden.

Corby station

Het tochtje gaat over de Rockinham Road. Veel te zien is er niet. De regen slaat als de straal van een hogedrukspuit tegen de ruiten van de taxi. Daarnaast is alle bebouwing van een weerzinwekkende grauwheid. ‘Hier! Kijk ’s links!’ roep ik uit. Daar ligt The Raven Hall. We zullen er de komende dagen veel te vinden zijn. Maar de taxi rijdt door. We nemen nog zeker twee rotondes en dan lijkt het of we uit de bebouwde kom zijn. We passeren het kerkhof en daaraan grenzend zien we het hotel. De taxirit kost zes pond. Dat valt dan weer mee.
Clare is een ontzettend leuk meisje. Haar voortanden staan scheef en ze heeft een licht snorretje, maar verder is ze prachtig. Vooral het lachje op d’r smoel, als ze ons vertelt dat het weer de komende drie dagen exact hetzelfde zal zijn, is om in te lijsten. Verder legt ze ons alles uit over de kamer, over het ontbijt en over de bar in het hotel. En als we nog iets te vragen hebben, mogen we altijd naar haar toe komen. Ik baal dat ik niets te vragen heb.

De hotelkamer blijkt een zeer mooie, zeker in vergelijking met die we hadden in Londen. Veel ruimte en zitgelegenheid, een tv waarvan we de werking snappen en een bed ter grootte van de kamer die we in Londen hadden. Helaas kan ik nog altijd de accu van mijn fototoestel niet opladen, omdat ik de oplader thuis heb laten liggen.
Wat gaan we verder doen? We gaan bier drinken. In de bar van het hotel bestellen we de ene ale na de andere lager en er komen verschillende schalen met hapjes aan te pas.
‘Waar blijven de anderen?’ vraag ik me hardop af.
‘Joh, die zitten nog ergens in Manchester bij een concert,’ zegt De Vrouw. ‘Die komen morgen pas.’
‘Ach zo.’
Het is elf uur als we het grote bed in de hotelkamer gaan uitproberen.
Weer geen cliffhanger.

Wordt vervolgd.


Apeldoorn, maart 2013

* Deel 1 niet gelezen? Klik dan hier.
* Deel 2a niet gelezen? Klik dan hier.
* Kunt u de foto’s niet zien? Lees dan een versie mét plaatjes hier.

* Portret auteur: Marcel Mooij
* Overige foto’s: bazbo

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?