Lichtjes in de Liffey

Vrijdag 23 januari 2015

Door Judith Velthuizen

foter/ Visentico

Een van mijn meest geliefde bezigheden is het bezoeken van steden, bij voorkeur in het buitenland. Niet omdat ik nou per se een stadsmens pur sang ben; ik hou ook oneindig van rust en natuur. Als ik een tijdje veel van het een heb gehad, is het andere broodnodig. Wat dan weer naadloos aansluit bij mijn favoriete spreuk ‘uit de tegenstelling groeit slechts de waarheid’, maar dat is geen toeval natuurlijk.

Hoe dan ook, mijn hart kan volledig opengaan voor een stad. Of niet, dat kan ook. Parijs vond ik oprecht leuk bijvoorbeeld, maar verliefd werd ik nooit. Dat had ik wel bij Lissabon. En Barcelona. En Venetië. Een lichte voorkeur voor mediterrane steden kan mij zeker niet worden ontzegd. Logisch vind ik, want in de zon is alles fijner. Vorige week echter verloor ik mijn hart aan een stad waar frisse wind en regen heersen. Ik verloor mijn hart aan Dublin.

Zelden bezocht ik een plek waar zoveel aardige mensen wonen. Tover op een willekeurige straathoek je plattegrond tevoorschijn en er is altijd een vriendelijke Ier die zijn hulp aanbiedt. Op een gegeven moment stonden wij met maar liefst vijftien behulpzame mensen om ons heen, omdat niemand wist waar de door ons gezochte bestemming zich bevond. Maar van opgeven wilde men niet weten. Uiteindelijk leverde een keurig geklede heer ons veilig en hoogstpersoonlijk af bij de niet al te bekende locatie. We waren diep onder de indruk.

Elke avond wandelden wij naar de andere kant van de stad via een van de bruggen over de Liffey, de rivier die Dublin zo rigoureus in tweeën deelt. Lichtjes dansten mysterieus in het water en de regen liet de keien van de smalle straatjes zilver glinsteren. Ik voelde een diepe verbondenheid met de kosmos en zelfs de pubs kregen iets religieus. Al kon dat natuurlijk door de Guinness komen, die rijkelijk en gastvrij vloeide.

Een ding staat als een paal boven water: Dublin is betoverend. Nergens hoorde ik zoveel goede muzikanten. Nergens vlogen er meer grappen in onweerstaanbaar Iers om mijn oren. Nergens vond ik mijn voortdurend door-de-wind-verwaaide-haren en mijn knalrood-van-de-kou-wangen zo onbelangrijk. En nergens voelde ik zo sterk dat alles was zoals het zijn moest.

Sinds ik thuis ben, denk ik met heimwee terug aan de stad van parken en pleinen. Van oneindig veel pubs en kathedralen. Van Jonathan Swift en Gulliver’s Travels, van Oscar Wilde en Bono. En van dansende lichtjes in de Liffey. In mijn hoofd klinken flarden van het gedicht ‘Dublin’ van Louis MacNeice. Ik weet zeker dat ik terugga.

This never was my town,
I was not born or bred
Nor schooled here and she will not
Have me alive or dead
But yet she holds my mind

 

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over vrouwen in de horeca

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?