Mag je als ambtenaar personen in het openbaar diskwalificeren?

Donderdag 20 september 2018

Door Roelof Rump

Soms lees je wel eens wat, zo las ik op de internetsite van ‘managementcolumns’ een reactie van een ambtenaar die – gezien de genoemde voorbeelden – een Apeldoornse Ambtenaar moet zijn.
De ambtenaar werd na een, in de pers, breed uitgemeten ontruiming bedreigd. Iemand had de naam van de ambtenaar op Facebook gezet (Persoonlijk opmerking: dat hoort niet).

De persoon die de naam van de ambtenaar op Facebook zette wordt in de column van de ambtenaar getypeerd als voor wie feit en fictie ongeveer hetzelfde zijn’.
Personen die ook op Facebook gereageerd hebben worden getypeerd als ‘halve zolen, idioten en lafbekken’

De vraag „Mag je als ambtenaar personen in het openbaar diskwalificeren?” laat ik over aan het openbaar bestuur en de chef van de columnschrijver.
Mijn antwoord: verlaag je als ambtenaar niet door onbekenden een psychisch label of afwijking toe te dichten. Blijf neutraal.

De Column:

Het staat letterlijk in mijn CV: “Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd.” Maar een paar maanden geleden belandde ik in een andere werkelijkheid; de werkelijkheid van bedreigingen via Facebook.
Het begon met één bericht van een persoon, voor wie feit en fictie ongeveer hetzelfde zijn. Hij berichtte over een schrijnende situatie, koppelde daar lukraak mijn naam en functie aan en vroeg aan digitaal Nederland wat er met mij zou moeten gebeuren. Hierop volgden vele suggesties, waarbij kwistig met touwen en kogels werd gestrooid. Ik besloot de opsteller van het bericht op te bellen. Hij schrok merkbaar. Niet zozeer van zijn bericht, maar van de gevolgen voor mij. Maar ja, een bericht dat duizenden keren werd gedeeld weghalen, dat is zoiets als de kip met de gouden eieren slachten. Wel woorden van spijt, geen tekenen van berouw, zoiets.

Het is niet leuk om te lezen dat je opgeknoopt moet worden, met als belangrijkste argument dat een kogel te duur is. Ik merkte echt pas hoe het mij raakte toen één van mijn kinderen mij merkwaardige contactverzoeken liet zien van volslagen onbekenden. Ik vroeg mijn werkgever – die ook wat beduusd was van deze aandachtsorkaan – om in actie te komen en deed aangifte bij de politie.
In de maanden erna leerde ik dat er een groot verschil is tussen “Ik vind dat deze meneer moet worden opgeknoopt” en “Ik wil jou opknopen”. Het eerste is niet bedreigend, werd mij uitgelegd, het tweede wel. Ik begrijp de redenatie, maar moet zeggen dat het niet verschillend voelt. Ik kreeg prompt een dieper begrip voor mensen met écht publieke functies, zoals politici. Als soms-zichtbaar-maar-meestal-onzichtbaar-manager overkomt dit mij een enkele keer, voor ministers, staatssecretarissen, gedeputeerden, wethouders en volksvertegenwoordigers is dit dagelijkse kost. Respect.
Ik wiste mijn Facebookaccount. Ik wil onvindbaar zijn, en wil zeker niet dat via mijn account mijn gezinsleden vindbaar zijn voor halve zolen, idioten en lafbekken. Met volstrekt andere gegevens, een andere naam en een dier als profielfoto opende ik een nieuw account: ik gebruik Facebook om mensen te vinden om samen mee te duiken. Tot mijn verbazing krijg ik toch voortdurend contactverzoeken van mensen die ik ken. 

Facebook wil helemaal niet dat ik onvindbaar ben en leidt bekenden naar mij toe! En zo vind ik, maanden later, een medeverantwoordelijke voor die bedreigingen. Onze grote vriend ‘Facebook’.
Ik kan er niet om lachen.  

 

 

ONDERWERPEN

Gemeenteraad Apeldoorn

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?