Schijtzooi (1)

Zondag 15 april 2012

Door bazbo

Marcel Mooij

Ik ging ’s naar de dokter. Het had nu lang genoeg geduurd en de klachten stapelden zich op.
De dokter. Hoe zag ze er ook weer uit? Ik was al in geen jaren bij haar geweest. Waarom zou ik ook? Zo lang mijn botten nog niet uit open wonden staken en ik mijn ingewanden nog niet uitbraakte, zag ik er geen enkele reden toe haar een bezoek te brengen. Nu had ik meerdere kleinigheidjes en leek me een consult wel te verdedigen.

Mijn gehoor ging steeds meer achteruit. De dame van de hoortoestellenwinkel had gezegd dat het nog niet zorgelijk was en dat het zou kunnen schelen als ik mijn oren eens goed liet schoonmaken.
Het zit in de familie. De grootouders van mijn vader waren stokkedoof. Ze werden wel achtennegentig jaar oud. Dat dan weer wel. Met de zus van mijn vader is telefoneren onmogelijk. Mijn vader zelf is al jaren voorzien van gehoorapparaten. Hij werd slechthorend toen hij rond de veertig was. Volgens mij was hij gewoon selectief doof. Hij sloot zich vaak af voor het gesnerp van mama. Toch werd het later erger. Eens per jaar liet hij zijn oren uitspuiten en dan kwam hij opgewekt weer thuis: ‘Er is weer een nieuwe wereld voor mij opengegaan.’
En nu ben ik dan aan de beurt. In drukke gezelschappen kan ik gesprekken steeds lastiger volgen, in mijn hoofd klinkt voortdurend een hoge pieptoon (alsof ik te lang voor de geluidsboxen tijdens het concert van Children of Bodom heb gestaan), als ik in onze halfopen keuken bezig ben versta ik niet meer wat Vrouwlief in de woonkamer zegt en het achtuurjournaal moet een beetje harder, anders hoor ik de ellende in de wereld niet.
Schoonmaken dus. Afspraak maken bij de dokter. Of de doktersassistente.

Die huid van mij verdient ook geen schoonheidsprijs. Sinds mijn dertiende heb ik volop pukkels en mee-eters. Nog steeds. Een vent van zesenveertig met jeugdpuistjes: je zou er ook iets positiefs in kunnen zien.
Vervelender is de steeds weer terugkerende en erger wordende psoriasis. Jaren geleden kreeg ik er een zalfje voor en dat hielp. Weg was de jeuk en weg waren de plekken.
Vorig jaar dacht ik dat ik een muggenbult op mijn kuit had. Geeft niks: krabben! Huid kapot, nog meer jeuk, nog meer krabben. Die plek bleef maar en bleef maar en groeide en groeide. Ondertussen was hij al tien bij twaalf centimeter. En of dat nog niet genoeg was, waren daar ook weer de plekjes op mijn ellebogen. En wat was dat hier op mijn bil? Jeuk. Krabben, dus. Waar is mijn zalfje? O, dat was op. En als er nog wat restte, dan was het vast ver over de datum. Hoog tijd om een nieuwe tube aan te vragen. Maar hoe heette die rommel ook weer? Toch de dokter eens naar die plekken laten kijken.

Laat ik dan gelijk ook maar het volgende eens voorleggen. Als ik er nu toch ben.
‘De laatse weken, maanden, jaren, heb ik een darmprobleem, dokter. Ze werken onregelmatig en zijn onvoorspelbaar. Ik heb vaak diarree en als ik naar de wc moet, dan moet ik ook gelijk. Anders gaat het fout.’
‘Gebeurt dat vaak, dat je diarree hebt?’
‘Toch wel een paar keer per week. Ik probeer er ’s morgens vroeg voor te zorgen dat ik goed naar het toilet ben geweest als ik naar het werk ga. Maar soms lukt het niet. En als ik moet, dan moet ik. Dat is bijzonder lastig als ik de deur uit moet.’
‘Gaat het ook wel eens fout?’
‘Een enkele keer. Vaak vind ik onderweg wel ergens een bosje of een boompje.’ Ik vertel maar niet verder over mijn wildkakken.
‘Komen er darmziektes in je familie voor?’
‘Nu u het zegt. Mijn grootvader is overleden aan darmkanker. Zijn oudste dochter, de zus van mijn moeder, is ook overleden aan darmkanker. En mijn moeder zelf had ook vaak diarree.’
‘Dan lijkt me dit een serieus probleem, waarvan we serieus moeten uitzoeken wat de oorzaak is.’
Ik knik. De angst drukt alweer op mijn endeldarm.

‘We gaan eerst bloed laten prikken,’ zegt ze. ‘Het kan namelijk zijn dat er sprake is van een allergie.’
Ik knik.
‘En verder raad ik je aan om goed te letten op je voeding.’
‘Met mijn voeding is niets mis, dokter. Het is biologische modder voor, zoutarme raapstelen na en vetloze schorseneren ertussen.’
‘Ik zie je volgende week voor de uitslag van het prikken.’

Daar zit ik dan opnieuw bij de dokter.
‘Hoor je al beter?’
Het lijkt me heel flauw om nu te vragen: ‘Wat zegt u?’ In plaats daarvan zeg ik: ‘Niet heel veel, maar ik houd het goed in de gaten. Over een jaar ga ik nog ’s naar zo’n hoorspecialist voor een nieuwe test.’
‘Doe dat. En hoe gaat het met je psoriasisplekken?’
Ik trek een broekspijp omhoog en laat mijn kuit zien.
‘Dat geneest al mooi. Goed doorgaan met smeren.’
‘Dat doe ik, dokter.’
‘En dan was je hier nog voor wat anders. Eens kijken in de computer. Hmm, het bloedonderzoek heeft ons niet veel wijzer gemaakt. Je hebt geen allergie en je vertelde dat je al gezonde voeding eet. Dat betekent dat we over moeten gaan tot een darmonderzoek: een coloscopie.’
‘Dan moeten we dat maar doen, dokter.’

‘Het is een vrij vervelend onderzoek,’ gaat ze verder. ‘Van te voren moet je zorgen dat je darmen helemaal schoon zijn. Dat betekent dat ze leeggespoeld moeten worden. Je krijgt een drankje, dat je met liters water moet blijven innemen. Je zit dan een dagje op de wc. Het is een zware kuur. Je hebt een heel vol gevoel van de medicijnen, maar als iemand vraagt of je iets wilt eten, wil je maar wat graag wat eten. Maar dat mag natuurlijk niet.’
Ik kijk voor me uit.
‘Dan moet je nog iets weten. We voeren het onderzoek alleen uit als het echt nodig is. Er zit namelijk een groot risico aan.’
Ik schrik. Ik kijk haar aan, maar hoor maar half wat ze zegt. Toch galmen haar woorden door mijn hoofd.
Voor het onderzoek word ik onder een lichte narcose gebracht. Het is een soort kijkoperatie via de anus. Als ze poliepen of verkeerde cellen aantreffen, dan kunnen ze die gelijk wegschrapen. Dan kan er een wondje of zelfs gaatje in de darmwand ontstaan. ‘Als dat het geval is, moet je onmiddellijk geopereerd. In het ergste geval kan het zijn dat je wakker wordt met een stomazak op je buik.’
‘Wat moet, dat moet,’ houd ik me groot. Inmiddels is De Grote Boze Wereld al in z’n geheel ingestort.

Nog een dag later is de oproep van het ziekenhuis er al en dan begint Het Oneindige Slaaptekort.
Ik poep in mijn broek van angst.

(Wordt vervolgd. Klik hier voor deel 2.)

‘Life’s a piece of shit
When you look at it
But always look on the bright side of life’
– Eric Idle


Apeldoorn, maart 2012

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?