‘Van krot naar gerespecteerde nationale instelling’ – Johan Kruithof over Herinneringscentrum Apeldoornsche Bosch
Door Gerrit Steenbergen

Op 21 januari 1943 werden ruim 1400 mensen – cliënten van de psychiatrische inrichting het Apeldoornsche Bosch, samen met hun verzorgers in één nacht afgevoerd naar Auschwitz. Een van de grootste deportaties in West-Europa. Decennialang was dat een onderwerp waar Apeldoorners niet over spraken, te pijnlijk. Tot 2018, toen een tijdelijke tentoonstelling in een gebouw op het terrein veel bezoekers trok. Mensen realiseerden zich ineens: we weten veel te weinig van onze eigen geschiedenis. Dit is deel twee van een tweeluik. Oud-voorzitter Johan Kruithof blikt terug op de totstandkoming van het permanente herinneringscentrum.
Van koffietafelgesprek tot voorzitterschap
Het begon heel informeel. Theo de Korte en Donald de Leeuw zaten met Kruithof in de brasserie en vroegen of hij bestuurslid wilde worden van een nieuwe stichting. Kruithof aarzelde niet lang. “Ik had bestuurlijke ervaring, affiniteit met het onderwerp en ik was net gepensioneerd,” zegt hij. Toen kwam Theo met een voorstel: “Jij moet voorzitter worden.” Kruithof protesteerde: “Ik vond mezelf niet meteen geschikt, maar Theo hield vol. Met een kopje koffie en een klap op tafel werd het afgesproken. Theo zou secretaris worden, Donald penningmeester.”
De opdracht voor ons was helder: een permanent herinneringscentrum bouwen. Maar de stichting had geen geld, geen gebouw, niets. “We hadden 25.000 euro van de gemeente,” herinnert Kruithof zich. “Meer niet.”
Een bouwval wordt monument, ’s Heerenloo
De keuze viel op de voormalige dienstwoning van dokter Fuldauer, directeur van het kindercentrum. Het pand was een bouwval – met 25.000 euro kon je daar niets mee. Kruithof ging in overleg met de eigenaar ’s Heerenloo. “Ik zei: dank u dat wij deze locatie van u ter beschikking hebben gekregen, maar hoe gaan we het opknappen?” ’s Heerenloo voelde een sterke, morele verantwoordelijkheid. Zij hadden het terrein in 1952 van de staat overgenomen – het was ooit eigendom van de Joodse stichting het Apeldoornsche Bosch. Dat morele appel werd sterk door ze gevoeld. ’s Heerenloo knapte het pand volledig op, dat was een aanzienlijk bedrag. “Ik heb nooit gevraagd hoeveel het was,” zegt Kruithof. “Ik wilde het eigenlijk liever niet weten.” Het was een enorme stap vooruit.
CODA
CODA, verzorgde de inrichting. Ook zij deden het in natura – een professionele tentoonstelling met zeven verhalen over mensen die er leefden en werkten. Boven vier kleine kamers voor gesprekken met jongeren. “Ze hebben het als een normale taak gezien,” zegt Kruithof. “Dat is wat je noemt maatschappelijk verantwoord ondernemen.”
De uitbouw: van droom tot werkelijkheid
Maar al snel botsten ze op een praktisch probleem. Het huis was te klein. Je kon geen schoolklas ontvangen of grotere groepen. De burgemeester van Apeldoorn riep regelmatig: “Iedere leerling in Apeldoorn moet hier minstens één keer geweest zijn.” Maar hoe, in zo’n woning?
Simpele oplossingen gingen over tafel als: ‘zet er zeecontainers neer’. Dit werd snel verworpen. “Over mijn lijk,” dacht Kruithof. “Ik wil geen voorzitter van een stichting zijn die een ijzeren container op een Tweede Wereldoorlog-herinneringscentrum zet. Mijn medebestuurders dachten daar hetzelfde over. Laten we groots dromen. We bouwen een fatsoenlijke aanbouw.”
Financiering
Drie jaar zochten we naar geld. De eerste begroting was 500.000 euro. De laatste 1,5 miljoen. Kruithof gebruikte zijn netwerk. Hij belde ondernemers. “Niet tientjes,” zei hij, “maar tienduizenden euro’s. In één klap.” Zes Apeldoornse ondernemers – allemaal anoniem – legden samen zo’n 700.000 euro op tafel. “Die hebben het mogelijk gemaakt,” zegt Kruithof dankbaar. “Dat geld maakte ook dat anderen zich moreel verplicht voelden mee te doen.”
De kunst van bestuurlijke druk
Wij wilden in 2025 klaar zijn in verband met het 80 jarig einde van de Tweede Wereldoorlog. “Ik gaf de bouwopdracht terwijl het financieel nog niet helemaal rond was,” zegt hij. “Ik ging naar de gemeente en zei: we gaan bouwen, we komen nog een paar ton te kort. We kunnen niet te laat zijn. Ik zei tegen hen: jullie kunnen toch niet zeggen dat we het maar moeten afblazen? Dat zeiden wethouder Messerschmidt en burgemeester Ton Heerts ook niet hoewel het lastig was hebben ze dit volledig gesteund. Zonder hun besluit en lef was dat niet gelukt.”
Het werkte. De gemeente en provincie legden het extra geld op tafel. “Ik maak gebruik van de kennis die ik heb,” zegt Kruithof. “Ik beschouw dat als mijn taak. Je weet hoe de processen werken in zo’n politieke arena.”
Een gebouw met allure
De architect, John van Dijk van MTB architecten slaagde in iets bijzonders. De oude woning blijft zichtbaar, maar wordt omarmd door een moderne aanbouw. “Dat beeld vind ik mooi. Ook de commissie ruimtelijke kwaliteit, die plannen moest goedkeuren gaf complimenten.”
Op 21 januari 2025 – exact 82 jaar na de deportatie – opende het herinneringscentrum haar deuren. Prinses Margriet heeft het vernieuwde centrum geopend. Wij zijn onderdeel geworden van een netwerk met Westerbork, Amersfoort en het Oranje Hotel. Het ministerie van VWS beloofde structurele financiering: enkele tonnen per jaar voor vier jaar.
Parkinson en afscheid
Ondertussen werd Kruithof ziek. Parkinson. “Ik functioneer nog op een behoorlijk niveau,” zegt hij, “maar ik wilde niet achter mijn rug horen: het wordt wat minder met die man.” Na de opening gaf hij ook hier het voorzitterschap af. “Ik heb het als een cadeau beschouwd,” zegt hij. “Van een krot naar een gerespecteerde nationale instelling in zeven jaar. Dat is extreem snel.”
Wil je het werk van het Herinneringscentrum Apeldoornsche Bosch steunen? Kijk op apeldoornschebosch.nl/steun-ons.
