Voor Dirkje

Dinsdag 30 december 2014

Door Judith Velthuizen

Vorige week betrapte ik mezelf op het hard en onbenullig zingen van kerstliedjes in de auto. Het waren niet zomaar kerstliederen; het waren liedjes van het Leger des Heils. Nu zing ik wel vaker als ik in de auto zit. Mijn radio is al tijden kapot en uit gemakzucht vergeet ik steeds om daar iets aan te doen. Maar die dag drong opeens onverbiddelijk tot me door, dat ik nogal vaak spontaan Leger des Heils liedjes zing als ik alleen ben. Omdat ze me zo’n fijn gevoel geven. Omdat ze me terugbrengen naar mijn jeugd. Mijn vader deed precies hetzelfde, herinner ik me. Hoewel hij niet bijzonder gelovig was, barstte hij in de auto luidkeels en zonder schaamte uit in het zingen van geestelijke liederen. Een verklaring voor deze onschuldige familieafwijking is snel gevonden: mijn oma was Heilsoldate.

Als kind ging ik maar al te graag met oma mee naar de familiekerstfeesten. Geweldig vond ik dat. Al die mensen in uniform, al die kaarsjes in een mooi versierde zaal en al die prachtige verhalen. Het allerfijnst  was het muziekcorps op het podium. Een vreemd gevoel van vervoering overviel me als het geluid van blaasinstrumenten en trommels aanhief. In mijn onervaren kinderoren klonk het oneindig groots en meeslepend allemaal.  Diep ontroerd was ik als de hele zaal ‘Blij kerstmisklokgelui’ zong en alle aanwezige mannen met krachtige, donkere stem ‘Bim Bam’ riepen.  Mijn jonge meisjeshart jubelde van vreugde.

Ach, mijn oma Dirkje. Ze stamde uit een heuse Leger des Heils familie. Haar vader, de oude Dirk, was een charmant, maar driftig en gedreven mannetje. Trots droeg hij zijn uniform en gloedvolle toespraken hield hij voor ieder die het horen wilde. Dirkje bleef bijzonder vroom, ook toen zij ouder werd. Ze voelde zich thuis in het Leger des Heils en haar geloof was oprecht en bijna kinderlijk te noemen. Al haar tijd gaf ze aan de Heer. Elke zondag tijdens de dienst zat zij dankzij haar tomeloze inzet vooraan op het podium.

Op een dag zag mijn opa haar zitten. Een klein, kittig heilsoldaatje, de lange, golvende haren stevig in een knot bijeengebonden onder het verplichte hoedje. Hij viel als een blok voor haar dromerige ogen en verlegen lach. Hoewel opa zich tot die dag nooit zo met het geloof had beziggehouden, kwam hij vanaf dat moment elke zondag naar de samenkomst. Wanhopig probeerde hij haar blik te vangen. Tevergeefs, want in het leven van Dirkje was slechts plaats voor een man: Onze Lieve Heer.

Na verloop van tijd begreep opa Henk dat kijken alleen hem niet ver zou brengen. Hij verzamelde moed, trok wat onwennig zijn verleidersschoenen aan en vroeg het meisje van zijn dromen mee voor een romantisch wandelingetje in de buurt. Met een dergelijk, niet al te spannend, date-idee kwam je in die tijd als man nog prima weg. Dirkje stemde verlegen toe en de rest is geschiedenis.

Vier zonen, negen kleinkinderen, waaronder ik, en een heleboel achterkleinkinderen later, denk ik nog vaak met liefde aan deze twee bijzondere mensen terug. Al zijn ze beiden overleden; ze maken voor altijd deel uit van mijn leven, van het leven van mijn kinderen en van het leven van alle generaties daarna. Omdat ze in ons zitten en we ze blijven doorgeven.

Nu ook mijn geliefde vader veel te vroeg is overleden, dringt tot me door dat alle liederen van het Leger des Heils na mij voorgoed uit onze familie zullen verdwijnen. Dat mag niet gebeuren. Ik neem me voor om in 2015 de liedjes luidkeels en zonder schaamte te zingen, thuis en in de auto. Bij voorkeur in het bijzijn van mijn kinderen. Het gegniffel en de medelijdende blikken leg ik onverstoorbaar naast mij neer, zoals mijn vader dat ooit deed. Waardering en begrip komen heus later wel. En het is voor het goede doel tenslotte: ik doe het voor Dirkje.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?