Hoe doe je dat nu ‘ een Charlie Hebdo zijn’ ?

Vrijdag 9 januari 2015

Door Wilco Westrik

© JRobert

Gistermiddag zag ik via twitter de oproep van De Stentor en de Gemeente Apeldoorn voorbij komen. Een bijeenkomst op het stadhuis van Apeldoorn n.a.v. de verschrikkelijke gebeurtenissen die in Frankrijk hadden plaatsgevonden. Een aanslag tegen de persvrijheid en in dit geval cartoonisten. Ik besloot om 18.00 aanwezig te willen zijn.

Ik teken weliswaar niet, maar ik schrijf wel stukken voor Apeldoorn Direct. Ook hier gaat het soms om mijn geheel eigen kritische kijk op de hedendaagse politieke ontwikkelingen. Meestal luchtig van aard. Ik kan mij voorstellen dat de berichtgevingen worden gevolgd door belanghebbenden. Daar ben ik al achtergekomen in de praktijk. Mensen die je willen volgen via twitter of via Facebook. Helaas nooit middels een rechtstreeks commentaar onderaan de geplaatste artikelen. Omdat het te klein van aard is? Nog niet die toon heeft dat dit grote belangstelling trekt, nog niet te kritisch dat dit reacties uitlokt?, nog niet zodanig opgesteld in ieder geval dat ik word bekritiseerd, gestalkt, wordt bedreigd of meer van dat soort.

Maar wat nu als dit alles wel het geval zou zijn? Ik niet meer kan schrijven wat ik wil, wat ik voel, wat mij echt bezig houdt. Ik een breder publiek zou kennen en raken en zij mij zouden aanspreken? Dat aanspreken dat mag, bekritiseren ook. Echter bij bedreigen zou ik mij vervelend, opgejaagd en gevolgd voelen, Laat staan als er bedreigingen zouden worden geuit.

Toch lees ook ik juist die stukken van diegene die met name uitgesproken meningen hebben, humoristische grappen maken in hun column. Columns die soms op het randje zitten, waarvan ik vind dat ze wel of net niet kunnen. En toch is het goed dat ook zij, diegenen die dit juist wel durven, de ruimte krijgen en blijven krijgen om dit te kunnen blijven doen!

Daarom was ook ik gisteravond aanwezig, en ja ook met een A4’tje die ik overigens uitgereikt kreeg bij de voordeur van het stadhuis van een medewerker van de politieke partij D’66 met daarop de tekst: JE SUIS CHARLIE.

Binnen het stadhuis naar waar ik schat een honderdtal verontruste Apeldoorners zich hadden verzameld volgde kort een toespraak van burgemeester Berends alsmede waarnemend hoofdredacteur Rob Krabben. ( zie video opnamen hiervoor ) en passend bij dit alles een minuut stilte voor de gevallen slachtoffers, hun moed om te schrijven, tekenen.
Een goede zet en initiatief van beide partijen om dit op deze wijze te organiseren. Het een podium te geven, elkaar hierover als verontruste Apeldoorners te spreken onder het genot van een bak koffie. Bezig zijn met schrijven of dat nou luchtig of kritisch en of scherp is, dat past nu ik er weer bij stil sta ook wel bij mij en bij nog veel meer vele bloggers die ik als collegae van Apeldoorn Direct van dichtbij steeds beter leer kennen. Ik hoop dan ook dat juist die wijze van schrijven blijft voortbestaan.

Thuis gekomen kon ik nog net een klein stukje van DWDD meepikken en zag ik hoe Matthijs van Nieuwkerk nog antwoordde op de vraag van een tafeldame: “En Matthijs wat heeft dit alles wat er in Frankrijk is gebeurd jou persoonlijk als presentator van dit programma DWDD gedaan?” Matthijs vertelde oprecht maar toch ook overdenkend en iets wat geëmotioneerd en zichtbaar aangedaan dat hij na de uitzending net even iets harder door de stad naar huis fietste. Waarmee hij mijn inziens wilde duidelijk maken dat het momenteel een zeer onvoorspelbare wereld is en dat er onvoorspelbare gevaren zijn die een onuitwisbare indruk op hem maakten. Ik vond de wijze waarop Matthijs dit benoemde getuigen van oprechte betrokkenheid, bezorgdheid en het durven laten zien en tonen van ook zijn kwetsbaarheid.

zo’n miljoenenpubliek trek ik als blogger natuurlijk nog lang niet, maar de kern van het verhaal en het kwetsbaar zijn herken ik als mens en blogger als geen ander. Toch blijf ik net als (hoop ik) heel veel anderen met mij schrijven want: ‘Ook ik ben Charlie “!

 

Bekijk ook de fotoreportage van de bijeenkomst in het stadhuis gemaakt door JRoberts Germeraad

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Dinsdag 21 november 2017

Door Martijn de Frankrijker

Ellis Peeters

Ik sta hier tussen de mensen. Ze zijn allemaal een beetje zoals ik. Misschien wat ouder, wat jonger, wat dikker, veelal wat dunner, maar eigenlijk wel vooral zoals ik ook ben. Ze zijn zo goed als allemaal blank, hebben een baan, zeggen vaak dat ze het druk hebben (al zeggen ze niet meer ‘druk, druk, druk’) en zitten op dit moment allemaal in de kroeg. Ik zit dus ook in de kroeg. Bier in m’n hand. Dat doe ik vaker wanneer ik in de kroeg zit. Ook hebben ze het er allemaal over wat ze doen. Ze doen een hoop.

,,Dat heb ik echt nog nooit gehad.” Ik was aan het vertellen wat ik dacht. Of…wat ik belangrijk vind om te denken. Hij is het niet eens met wat ik denk. Dat merk ik aan de toon van z’n stem. Hij lacht me nog net niet uit. Alsof hij wil zeggen: ,,wat een belachelijke gedachte”, maar dat doet hij niet. Hij vertelt meer over wat hij nog nooit heeft gehad, maar ik luister amper. Ik ben aan het bedenken waarom hij niet hetzelfde denkt. Het is belangrijk wat ik denk. Dus ik zal het hem wel verkeerd uitgelegd hebben. Nu probeer ik te bedenken hoe ik het beter moet uitleggen.

Uiteindelijk heb ik niets bedacht. Geen idee hoe ik het beter kon uitleggen. Ik vertelde hem dat ik heel veel bezig ben met vragen waarom. Waarom mensen doen wat ze doen, waarom het zus moet of waarom het niet zo kan. Toch, de belangrijkste waarom die ik de afgelopen tijd aan mezelf heb gevraagd is: ,,Waarom sta ik op?” En dan bedoel ik niets iets depressiefs of existentieels, maar juist iets heel praktisch.

Elke ochtend word je wakker in een warm bed en is ’t zo makkelijk om lekker te blijven liggen, maar toch sta je op? Waarom? Sta je op omdat je moet? Een baas die je verwacht? Of sta je op omdat je zo graag verder wil werken richting je doel, droom of lot?

Dat vertel ik hem. Dat ik mezelf afvraag waarom ik opsta, op zoek naar de kern van mijn reden tot leven. Waarom elke dag opstaan belangrijker is dan elke dag blijven liggen. Waarom deze dag wel zonder mij kan, maar ik niet zonder deze dag. Hij begrijpt me niet. Hij lacht bijna. En ik denk dat ik het verkeerd heb uitgelegd. Want dit is toch iets wat belangrijk is?

We staan hier tussen de mensen. Net waren ze nog allemaal een beetje zoals ik. Ze doen nog steeds veel, nog steeds druk (maar niet druk, druk, druk), maar nu voel ik dat we toch anders zijn. We hebben het erover wat we doen, maar weinig over wat we denken. Dat is ook moeilijk, want straks zijn we het niet eens. En als ik vraag waarom iemand ’s ochtends opstaat krijg ik niet altijd een zielvol antwoord dat me energie geeft. Dat is jammer. Gelukkig sta ik in de kroeg.

REACTIES