Sven Ratzke eindelijk in Orpheus’grootste zaal

Maandag 21 september 2020

Door David Levie

Dennis Veltman

In totaal 3 weken stond hij begin dit jaar met zijn ‘Where are we now’ in New York. En met nagenoeg hetzelfde programma, een ode aan David Bowie zou Sven Ratzke (Duitse vader, Nederlandse moeder) op 26 maart naar een uitverkochte Altioszaal in Apeldoorn afreizen. De ‘wonderboy of entertainment’, zoals de Berliner Morgenpost het ongrijpbare fenomeen omschreef, heeft er uiteindelijk een half jaar op moeten wachten. Maar het heeft Ratzke wel een upgrade opgeleverd. Op dinsdag 29 september staat hij waar een man van zijn niveau in Apeldoorn hoort te staan: in de Hanoszaal. Met z’n tafeltjes en stoelen geheel coronaproof.

Apeldoorn heeft Ratzke bepaald niet onmiddellijk omhelsd. Maar als de internationale pers met 5 sterren gaat strooien en een kwaliteitskrant als de NRC (‘onweerstaanbare performer’) daarbij niet achterblijft gaat zelfs in een cultureel ingedut dorp de wekker af. Sven Ratzke zelf kan er hartelijk om lachen. “Waar ik sta maakt me niet zoveel uit. Als ik maar kan spelen. Zeker na zo’n periode die we nu voor een deel achter ons hebben. Ik denk dat een groot deel van Nederland aan mij heeft moeten wennen. Ik maak nu eenmaal andere voorstellingen dan Van ‘t Hek of Kaandorp. De dingen die ik doe zijn wat lastiger om in een hokje te plaatsen. Het heeft enige tijd geduurd voordat ze daaraan in Nederland gewend waren.”

Hij vervolgt: “Ik vind het heel belangrijk hoe het publiek een voorstelling ervaart. Ik maak geen onderscheid tussen grote en kleine steden. Hier niet en in Duitsland niet. Ik wil een publiek opbouwen. Met Orpheus heb ik een goede connectie. De laatste keer dat ik in Apeldoorn was, werd ik heel hartelijk ontvangen. Ik hoorde dat ik nu in de grote zaal sta. Mogelijk heeft een recensie daartoe bijgedragen. Iets in de zin van ‘Apeldoorn, wordt nou eens wakker’. Hoe dan ook, ik verheug mij erop.”

Toen je een tijdje geleden in Apeldoorn was om tijdens een zogeheten Vriendenavond van Orpheus een korte toelichting te geven op ‘Where are we now’ was je net terug uit New York. Je zei dat je destijds aan Bowie persoonlijk had gevraagd of je dit programma mag brengen.

“Dat klopt. Ik heb via zijn management antwoord gekregen. Zijn manager liet weten dat Bowie van mening was dat ik net zo gek was als hij. Daar was ik heel blij mee, ja.”

Je trad in New York op in een theater dat zich tegenover het theater bevond waar de musical Lazarus werd gespeeld. Je kreeg de cast van Lazarus op bezoek.

“Ja, ze waren heel positief. Emotioneel ook. Er waren die avond ook muzikanten bij die nog met Bowie hadden gespeeld. Ook op straat ben ik wel eens aangesproken. In de zin van ‘We love you.’ Heel bizar.”

Na ‘Starman’ kom je opnieuw met een Bowie-programma. Deze keer met minder toeters en bellen. Jij en een pianist. Poëtischer naar verluidt.

“Dat is een bewuste keuze. Wat ik breng is een interpretatie van zijn songs. De titel is nogal zwaar. Bowie staat stil en vraagt zich af waar hij zich nu op de tijdslijn van zijn leven bevindt. Maar er is ook ruimte voor verhalen en voor humor. Bowie is iemand die mij, zo voelt dat, een aantal jaren heeft begeleid. Van zijn werk en zijn manier van optreden heb ik veel geleerd. Vooral van zijn fascinatie voor het theatrale en de manier waarop hij dat aanpakt. Zijn overlijden heeft een grote impact op me gehad.”

Als je Bowie moet plaatsen in een rijtje van Brecht, Weil en Dietrich, op welke plek zet je Bowie dan?

“Dan zeg ik toch Bowie. Hij is schepper én uitvoerder ineen. Veel creatieve eigenschappen van de anderen die je noemde zitten in hem, maar hij voegt daaraan als performer nog wat extra’s toe. In hem komen al die stukjes van de puzzel samen. Hij is wat menselijker ook, denk ik.”

Je hebt ook een programma gemaakt over de in Nederland wat minder bekende Friedrich Holländer. De tekst- en liedjesschrijver die net op tijd nazi-Duitsland ontvluchtte en in de Verenigde Staten onder meer filmmuziek schreef. Een van zijn liedjes, ‘Ich weiss nicht zu wem ich gehöre’, zou ook op jou kunnen slaan.

“Dat is zeker lange tijd zo geweest. Ik ben een patchwork van nationaliteiten. Ik vond het ook noodzakelijk om in Berlijn te gaan wonen. Daar leeft het genre dat ik bracht en breng ook meer dan in Nederland. Nu omhels ik beide landen. Ik treed graag in Nederland op.”

Maar ook Duitsland trekt aan hem. Nog voor de lockdown klopte het geëngageerde Berliner Renaissance Theater bij hem aan voor een hoofdrol als drag queen in ‘Hedwig and Angry Inch’ waarmee Ratzke al eerder successen boekte. Het befaamde magazine Rolling Stone prees hem regelrecht de hemel in en noemde de productie ‘the best musical of all’. “Maar ik heb nee moeten zeggen”, blikt Ratzke terug. “Mijn agenda zat boordevol. Tot… we met corona te maken kregen. Toen heb ik zelf contact opgenomen met het Renaissance Theater of ze nog interesse hadden. Ik was heel blij met het antwoord dat ik kreeg.”

Daarvoor was je al gevraagd om de hoofdrol te spelen in een nieuwe versie van de Rocky Horror Show: dr. Frank n Furter. Een rol die jouw als ‘homme fatal’ op je lijf is geschreven. Toch is, zoals je in Apeldoorn vertelde, jouw rol in deze musical die door corona tot 2021 is uitgesteld groter dan alleen die van performer.

“Dat is ook de belangrijkste reden waarom ik ja heb gezegd. Ik wil bij zo’n productie echt actief betrokken zijn in de zin dat ik mee kan denken en ontwikkelen en zo mijn ideeën kwijt kan. Die kans wordt mij nu door de producent geboden. Weer eens iets heel anders dan ‘Where are we now’. Ik weet vrijwel zeker dat ik nog wel eens iets met Bowie zal doen. Maar ik wil niet in hem blijven hangen. Ik hou van nieuwe uitdagingen, ontdekkingen en van contrasten.”

Hij legt uit: “De Rocky Horror Show is een cultstuk dat niet zo heel ver van mijn eigen wereld ligt. Spannend om te doen. Zeker in deze tijd van nieuwe preutsheid. De grenzen gaan we wel opzoeken. Verleiding, laten vallen, genieten, totaal over de top, een uit de hand gelopen suikerspin en natuurlijk rock-‘n-roll . Het is ook fijn om met meer mensen op het podium te staan. In ‘Where are we now’ moet ik het vrijwel alleen doen.”

In grote lijnen is ‘Where are we now?’ aan Nederlandse theater voorbehouden en de rockmusical ‘Hedwig and the Angry Inch’ aan Duitse. Twee producties die elkaar overlappen en aan tournees zijn gebonden. Een ander zou vrezen om zich over de kop te werken. Heb jij daar geen last van?

“Nee. Op de eerste plaats ben ik veel te blij dat ik weer kan spelen en ten tweede ben ik dit wel gewend. Het is echt niet de eerste keer. Ik voel me eerder bevoorrecht. Ik heb er heel veel zijn in.”

Nu eens een ingetogen programma, dan weer helemaal los. Nog meer ambities?

“Het gaat mij om vrijheid. Te doen wat ik wil. Dat doe ik dus al. Die vrijheid wil ik houden. Dat kan door keihard hard te werken.”

 

‘Where are we now?’ is op dinsdag 29 september in de Hanoszaal van Orpheus te zien. Er is nog een beperkt aantal kaarten.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?