Wat jij met een dildo doet

Zondag 8 oktober 2017

Door bazbo

Marcel Mooij

Ik verstond het toch echt. Uiterst nieuwsgierig was ik naar wie het had gezegd. En tegen wie. Ik sloeg rechtsaf en deed twee stappen de Turkse supermarkt in. In de deuropening keek ik achterom. Daar liepen twee jonge vrouwen. De een droeg een halflange zwarte jas en een zwarte broek met allerlei scheuren op de knieën. Ze was uitzonderlijk smal, eerder mager met spillebeentjes. De ander had zwarte laarzen aan en een kort zwart lederen jasje met wat bling-bling erop genaaid. In haar blauwe spijkerbroek bewogen op zeer aangename wijze twee volle billen. Beide vrouwen hadden lange, zwarte haren met veel krullen erin.

Terwijl de jonge vrouwen (de een met haar op zeer aangename wijze bewegende billen) verder liepen en ik ze nastaarde, dacht ik aan wat de ene tegen de andere had gezegd. Wat zij met een dildo doet. Allerlei beelden verschenen in mijn hoofd. Ik heb een levendige fantasie. Zou, dat wat zij doet, anders zijn dan wat andere vrouwen normaal gesproken ermee doen? Een andere gedachte: Ik zeg wel jonge vrouwen, maar hoe jong waren deze twee eigenlijk? Een jaar of zestien, hooguit achttien, leken ze me. Meisjes, dus. Wat moet een meisje … wacht, daar hadden die twee meisjes het dus ook over. Tenminste, als ik het goed had verstaan.
Ik twijfelde. Hád ik het wel goed verstaan? De laatste tijd heb ik steeds meer problemen met horen. Dat is een familiekwaal die vooral aan mijn vaders kant voorkomt.

Overgrootvader, Opa Kenter, de vader van mijn Oma Langereis, was in zijn latere jaren zo doof als ik-weet-niet-wat. Stekeblind ook. Zijn vrouw, Oma Kenter, las de krant daarentegen nog zonder bril, tot ze op haar zevenennegentigste overleed. Toen lukte het niet meer. Opa Kenter volgde haar initiatief een paar maanden later; hij werd uiteindelijk negenennegentig.
Opa Langereis, de vader van mijn Vader, was ook al zo slechthorend (en later ook blind). Tante Gerda, inmiddels ook al eenentachtig, belt me ieder jaar rond mijn verjaardag en verstaat nooit mijn hartelijke dankwoorden als reactie op haar felicitatie.
De Vader zelf loopt al ruim vijfentwintig jaar met gehoorapparaatjes. De vijfentwintig jaar daarvoor gilde Moeder om de haverklap dat hij doof werd en eens naar de gehoorspecialist zou moeten. Moeder is bijna zeven jaar dood. Vader is inmiddels drieëntachtig. Toen ik dit jaar op zijn verjaardag binnenkwam en een huiskamer vol bezoek aantrof, zei hij: ‘Ik zal boven even stoelen bij halen.’ Daarop sprong hij met twee treden tegelijk de trap op, iets wat ik hem zelf niet nadoe.

‘WANNEER GA JIJ WEER EENS JE GEHOOR LATEN TESTEN?!’ vraagt De Vrouw sinds enige tijd steeds vaker.
‘Je hoeft niet zo te schreeuwen, hoor,’ zeg ik dan.
‘O. Maar je hoort slechter, merk ik.’
‘Wat zeg je?’
Ik wil dat ze me aankijkt en dat ze haar hand voor haar mond weghaalt als ze iets tegen me zegt. Dat moet ik haar steeds weer zeggen. Wie is er nu doof? Of dement, dat kan natuurlijk ook.

Feit: ik hoor niet goed. Die wetenschap beangstigt me soms. Steeds vaker.
Op het werk vergader ik niet graag. Niet vanwege het overleg zelf, maar omdat ik bang ben dat ik het niet meer kan volgen. Tegenwoordig kom ik het liefst als eerste de vergaderruimte binnen, zodat ik de beste plek kan kiezen. Als dat niet lukt, durf ik soms te vragen of ik in het midden van de vergadertafel mag zitten, zodat ik iedereen goed kan zien en verstaan. Soms helpt dat niet, zeker niet als deelnemers aan het gesprek besluiten om door elkaar heen te praten of om onderling een gesprek aan te gaan, zodat ik van het gezegde (het overleg én het onderlinge gesprek) geen bal kan horen.

Er zijn winkels die ik mijd. Gelukkig herken ik ze van verre, want de denderende dancedreun komt me al halverwege de Hoofdstraat van ons zo majestueuze Apeldoorn tegemoet. Ze zullen er best leuke dingen verkopen, maar ik ben bang dat ik de blaag bij de kassa niet kan verstaan als hij me vraagt of ik een klantenkaart heb of een tasje wil. (Nee.)

Een café bezoek ik nog zelden. Vaak staat er muziek aan en als het druk is, gaan mensen harder praten en gaat de muziek weer wat harder, omdat je het anders niet hoort, met als gevolg dat de kroeggangers nóg harder gaan praten. Ik hoor dan alleen maar een brij van lawaai.
Onlangs was ik weer eens in Engeland, meer bepaald in Birmingham (geen aanrader). Aan het eind van de dag vonden we een public house waar zowaar geen muziek aan stond. Helaas gaan Britten aan het eind van de dag (lees: als ze een paar slokken bier op hebben) vaak heel erg schreeuwen, of er nu muziek aanstaat of niet. We lagen vroeg in bed.
Een feest is voor mij geen feest meer. Daar waar veel mensen samenkomen, daar ben ik liever niet meer. Laatst ontvingen we per post een uitnodiging voor een verjaardagsfeest met ‘een hapje, een drankje en gezellige muziek.’ Er zijn momenten dat muziek voor mij niet meer gezellig is.

Ik ging altijd graag naar concerten. Tegenwoordig durf ik nauwelijks meer. Vanwege het geluidsvolume én uit angst dat ik bekenden tegenkom en geen zinnig woord kan uitwisselen, omdat ik geen benul heb wat ze zeggen.
Na De Vrouw en De Zoon is muziek het allerbelangrijkste in mijn leven. (Ik twijfel nog over de positie van integriteit, geld en kaas.) Ooit heb ik gezegd: ‘Als ik moet kiezen tussen doof of blind, kies ik voor het laatste.’ Ik sta nog altijd achter die keuze, al bekruipt me de angst dat de keuze al voor mij is gemaakt. Om nog enige invloed te hebben, stel ik mijn gehoor niet meer bloot aan luide muziek. Een paar jaar geleden heb ik gehoorbeschermers laten aanmeten en die heb ik altijd bij me. Ze doen hun werk uitstekend. Toch blijf ik het een vreemde zaak vinden dat ik naar een concert ga om iets moois te horen en dat ik dan iets in mijn oren moet stoppen zodat ik het minder goed hoor.

Angstdroom:
Bijna vier jaar geleden kreeg ik plots psychische klachten. De huisarts noemde het ‘zwaar overspannen’ en ‘totale burn-out’, een psychiater had het over ‘depressief’. Mijn hersenen konden een tijd lang veel informatie niet goed verwerken. Gesprekken, twee stemmen door elkaar, hoorde ik niet als twee afzonderlijke stemmen, maar als twee geluiden door elkaar. Muziek ervoer ik niet als een prettige samenklank van meerdere noten, maar als allerlei klanken door elkander. Een derrie van herrie, een lawine van lawaai. Lange tijd was het doodstil in huis. Vrienden zeiden: ‘Bas geen muziek? Dan is er echt iets mis.’ Pas na vier maanden durfde ik, terwijl ik alleen thuis was, een cd te draaien. De eerste tonen deden me goed, maar na tien minuten moest ik hem, doodmoe en huilend van de teleurstelling, weer uitzetten. Ik had gekozen voor een van de mooiste platen ooit en het deed zeer dat ik nu de mooiste plaat ooit afgrijselijk lawaai vond en heel graag uit wilde zetten. Twee dagen later probeerde ik het opnieuw. Nu kon ik wat langer luisteren én ervan genieten. Toch duurde het nog bijna een half jaar voordat een plaat in de speler knallen weer het eerste was wat ik ’s morgens vroeg deed. Helemaal de oude is het niet en zal het ook niet meer worden. Als ik iets met De Vrouw bespreek of er is bezoek of ik neem de telefoon op, dan is de muziek uit.
Einde angstdroom

Dan is er ook nog die genadeloze pieptoon. Ik heb oorsuizingen, tinnitus. En steeds heviger. Vooralsnog is er in medisch opzicht niets aan te doen. ‘Je zult ermee moeten leren leven,’ zei de specialist een paar jaar geleden. Ik doe mijn best. Overdag gaat het redelijk, vooral als er andere achtergrondgeluiden zijn. Vandaar het muziekje dat ik draai of het deuntje dat ik zelf fluit of neurie. Alles om maar afgeleid te zijn. Echter, als het stil is en ik ben vermoeid, dan ben ik me bovenbewust van de snijdende fluittoon. Gekte, angst en paniek liggen dan op de loer. Ik moet dan alle zeilen bijzetten om de somberheid te weren, met als gevolg dat ik nóg vermoeider word en nou ja, u begrijpt het wel.

Een dezer dagen ga ik een afspraak maken bij de hoorwinkel. Die test moet er toch echt van komen. Het wordt te erg, het belemmert me, dat realiseer ik mij maar al te goed. Ik houd mijn hart vast voor de uitkomst van het onderzoek, want ik weet zeker dat mijn gehoor is verslechterd sinds de laatste test. Wanneer was dat ook weer? Bijna vijf jaar geleden. Of meer. Toen werd de test afgenomen door een alleraardigste jonge vrouw. Zou ze er nog werken? Dat zou een geluk bij een ongeluk zijn. Ik herinner me haar lange blonde haren en haar leuke achterkant. Vreemd: ik begon naar die gehoortest uit te kijken.
Door dit vooruitzicht herinnerde ik me plots de twee meisjes weer die achter mij liepen en het gesprek dat ze samen voerden. Vooral het meisje met de op zeer aangename wijze bewegende billen kwam me voor de geest en ik dacht: Barst, nu heb ik nog altijd geen antwoord op de vraag wat jij met een dildo doet.


Apeldoorn, augustus 2017

Meer lezen over cultuur

REACTIES