In Beeld: Dikke afscheidskus van (voormalige) stadsdichter

Zaterdag 24 april 2021

Door David Levie

Aad van der Waal staat te boek als de meest zichtbare en productiefste stadsdichter van Apeldoorn. Tachtig van die gedichten zijn te lezen in een rijk geïllustreerde bundel die de titel ‘Apeldoorn tussen twee kussen’ heeft meegekregen. De eerste kus verwijst naar het beeld voor het NS station, de tweede is een afscheidskus van de poëet zelf.

Absurditeit is de theatermaker van huis uit niet vreemd. Maar een pandemie die alles stillegt overstijgt zelfs zijn voorstellingsvermogen. Alles wat hij na deze crisis schrijft, zal verbleken bij de chaos van corona. Maar dat Aad doorgaat met schrijven en theater maken staat als een paal boven water. Zijn eigen theater, Merlijn in Orden, heeft hij al enige jaren geleden moeten opgeven, maar in Wilp ligt een podium verscholen dat als Kleine Noordijk door het culturele leven gaat. Aad en de zijnen zullen daar ongetwijfeld van zich doen spreken.

 

“Je geeft wat door. Het bloed van Merlijn stroomt ergens anders verder.”

 

Dokter, acteur, auteur en stadgenoot Peter Jan de Wilde – hij neemt een dezer dagen afscheid als huisarts – is een van de mensen met wie Aad graag samenwerkt. En nog een handvol jonge mensen uit zijn tijd van Merlijn die hij liefdevol ‘de guerrilla’s’ noemt behoort tot de intimi. Hij is trots op dat stel dat al op jeugdige leeftijd bij hem kwam en waarmee hij nog regelmatig bijeenkomt, ook al hebben ze Apeldoorn vanwege hun studie elders verlaten. Twee van hen zijn zelf actief in de theaterwereld. De een op Oerol, de ander heeft naar zijn zeggen een toneelschool overgenomen in Zutphen. Met dank aan Aad die hen de liefde voor het theater bijbracht. “Mooi”, zegt de dichter met zachte stem. “Je geeft wat door. Het bloed van Merlijn stroomt ergens anders verder.”

Sprookje

Met de nadruk op verder, want terugblikken is niet zijn sterkste kant. Zo werkt hij met illustrator/beeldend kunstenaar Roel Ottow aan een sprookje op rijm en maakt hij gedichten bij een expositie die binnenkort te zien is in CODA.

Maar ook hij ontkomt niet aan een terugblik op zijn stadsdichterschap. Mede doordat zijn opvolger Herman Kattemölle de pen noodgedwongen even heeft moeten neerleggen om bij te komen van lichamelijk ongemak. Drie, zoals gezegd productieve jaren, namen Aad’s stadsdichterschap in beslag. Eindelijk viel de keus van de commissie die over de voordracht van de Apeldoornse stadsdichter op degene die dat al eerder verdiende. Zijn entree op een poëzieavond in CODA was kort, al lag dat niet aan Aad. Zijn voorganger eiste verreweg de meeste tijd voor zichzelf op.

Opdrachten

Aad kan er om lachen. Rancuneus is hij niet, en zelden doopt hij zijn pen in vitriool. Zijn milde spot en vakmanschap bleven in Apeldoorn niet onopgemerkt. Het aantal opdrachten dat hij kreeg was groot. Veel groter dan minimaal 4 verzen per jaar die de gemeente aan een stadsdichterschap verbindt.

 

“Een stadsdichter mag zich met alles bemoeien wat een goed gedicht kan opleveren.”

 

Een enkele keer schoot zo’n gedicht in een verkeerd confessioneel keelgat. “Zo vroeg de plaatselijke afdeling van de SGP zich af of, naar aanleiding van een gedicht over de Nashville Papers, een stadsdichter zich wel met politiek bezig mocht houden”, vertelt Aad. “Ik ben van mening dat een stadsdichter zich alles mee mag bemoeien wat een goed gedicht kan opleveren. Ik heb buiten mijn opdrachten veel eigen werk gemaakt. In totaal zijn dat 160 gedichten over uiteenlopende onderwerpen.”

“Neem alleen de anderhalve-meter-regel. Absurd toch? Voor de uitbraak van corona zou zo’n regel leuk zijn als drama-oefening. Je hebt 3 redenen om die afstand in acht te nemen. 1. Je vertrouwt me niet, 2. Je mag me niet of 3. je stinkt. Maar de werkelijkheid gaat daar overheen. Die verzin je niet.”

Stadsgrenzen

Tachtig van die gedichten zijn in de nieuwe bundel opgenomen. Zelf schrijft hij : “De dichter voert je, afwisselend op ernstige-, ironische-, soms hilarische-, dan weer ontroerende- maar altijd rake wijze terug naar die recente historie. Vele opdrachten en verzoekjes alsmede een lenige geest vormden de basis voor dit caleidoscopische panorama aan poëtische bespiegelingen. Zowel binnen- als buiten de stadsgrenzen. Korte, inleidende hoofdstukjes en aanvullende voetnoten bieden een even speelse als verhelderende blik in de keuken van de dichter.”

 

“Geef mij een pen, zet me in een hoekje en ik vermaak me wel.”

 

De keuken van Aad is een stukje groter en eindigt niet bij zijn stadsdichterschap. Gigant wist Aad aan zich te binden voor Wirwar, een project met theaterlessen voor mensen met een niet aangeboren hersenafwijking en voor debatavonden over levenskwesties als euthanasie. Binnen Gigant is ook een jazzclub nieuw leven ingeblazen. Je zou het bijna vergeten in deze ook voor de cultuur zo droevige tijden. Aad wijdde aan dat enthousiaste klankspel een aantal verzen. Als huisdichter zal hij ongetwijfeld nog van zich laten horen. En dan zijn er nog de basisscholen die zijn stadsdichterschap aangrepen om een beroep op hem te doen. Aad, de docent. Ervaring genoeg. “Van kleuters tot groep acht.”

Feestelijke doop

Uiteraard heeft ook Aad corona in de portemonnee gevoeld. “Zoals zovelen. Maar de vooruitzichten zijn gelukkig goed. De schrijfkant van mijn bestaan heeft mij overeind gehouden. Je ziet mensen tegen de muren opvliegen. Ik heb daar gelukkig geen last van. Geef mij een pen, zet me in me in een hoekje en ik vermaak me wel.”

De feestelijke doop van de bundel, een theaterprogramma met voordrachten en muziek is vanwege de huidige Covid-19 omstandigheden even geparkeerd. “Er bestaan plannen om die parkeerplaats in de uitgestelde Boekenweek weer te verlaten”, besluit de dichter. “Te zijner tijd zal daar zeker ruchtbaarheid aan worden gegeven.”

De bundel kost 17,50 en is te bestellen via www.aadvanderwaal.nl

Kus 2

Ik meet sinds kort met social distance maten

op anderhalve meter van het kwaad

en druk mijn lippen op verlaten straten

terwijl ‘t coronanieuws hier viral gaat

 

Mijn stad, ‘k beloofde je opnieuw te kussen

nog niet bewust van dat wat onbewaakt

geruisloos naderbij sloop ondertussen

en pas verscheen toen je werd aangeraakt

 

Ik hoop dat men niet van mijn kus kan zeggen

dat het er een is van een frontsoldaat

die er geen moed en troost in weet te leggen

en ‘t slagveld doodsbang en gehaast verlaat

 

Ik zou zo graag een prins zijn die niet rust

voordat hij hier iets wakker heeft gekust

 

© Aad van der Waal/ april 2020

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over ondernemen

Elke maandag ons nieuws in de mail?