In Beeld: Pieter Manintveld docent en kunstenaar

Zaterdag 3 september 2022

Door Ben Eggermont

Pieter Manintveld is een bekende Apeldoornse kunstenaar. Door de jaren heen heeft hij zijn kwaliteiten laten zien als docent in het voortgezet onderwijs en werkte daarnaast als zelfstandig docent en autonoom kunstenaar. Zijn werk is vele malen geëxposeerd in Apeldoorn en daarbuiten.

In september is werk van Pieter te zien in Café Nova in de Markstraat in Apeldoorn. Opening 4 september om 16.00 muzikaal omlijst door gitarist Harald Koll

“Ze moedigden me aan om daarmee verder te gaan en zeiden: ‘Jij moet naar de academie.’”

 

Wanneer werd duidelijk dat er een beeldend kunstenaar in jou schuil ging?

“Het allereerste begin is begonnen op de MULO, ik woonde nog in Maassluis. We hadden daar het vak Tekenen en af en toe ook mochten we ook schilderen, maar het was hoofdzakelijk tekenen. Het zat een beetje bij ons in de familie, mijn vader zou dat ook best hebben gekund. Het was vlak na de oorlog en er moest gewerkt worden en was er geen tijd voor leuke dingen als tekenen en schilderen. Een broer van mijn vader heeft het nog heel lang volgehouden met schilderen, mooi realistisch werk, maar daarnaast moest hij wel werken op de boerderij. Het zit wel in de genen.

Bij mij is het pas echt begonnen toen ik in de haven werkte bij de Rotterdamse  Lloyd in een administratieve functie. Er was in de familie wel interesse in de kunst, maar daarnaast was het varen ook heel belangrijk. Ik verzamelde alles wat te maken had met de scheepvaart. Ik schreef rederijen aan voor informatie en beeldmateriaal. Varen zat echt in de familie. Ik heb daar 2 jaar gewerkt en maakte dan voor de collega’s  en andere mensen wat opdrachten voor portretjes en landschapjes. Ze moedigden me aan om daarmee verder te gaan en zeiden: ‘Jij moet naar de academie.’.”

Over Pieter:

Geboren: 18 september 1946
Broers-Zussen: 1 broer
Meest trots op: mijn beslissingen en keuzes
Raakt geïnspireerd door: Jaap Wagemaker en Niicolas de Staël
Hekel aan: lauwe koffie
Is gek op: (neger)zoenen
Welk boek ligt er op je nachtkastje: Wie (niet) reist is gek van Ap Dijksterhuis
Waar  mogen ze je ’s nachts voor wakker maken: een handgemaakte bonbon van Puccini uit Amsterdam met een glas rode port

Waar heb je je kennis en ervaring opgedaan?

“Ik ben eerst nog wel blijven werken en volgde daarnaast de avondacademie. Het nadeel van de avondacademie is, je maakt te weinig uren. Ik ben toen naar mijn ouders gestapt met de vraag of ik naar de dagopleiding mocht en dat vonden ze goed. Daar bedank ik ze nog steeds voor. Als je van de avond- overstapte op de dagopleiding moest je weer opnieuw beginnen in klas 1. Ik heb er dus in totaal 5 jaar gezeten, ik genoot van de vrijheid als je het vergelijkt met een strenge MULO. Klaas Gubbels was een van de docenten en Pierre Janssen was in die periode de directeur en heeft het voor elkaar gekregen dat de hele school werd gerenoveerd. Naast de dagopleiding heb ik in de avonduren ook de mijn onderwijs acte behaald, was geen verplichting maar uiteraard wel heel praktisch om les te kunnen geven.

“Mijn interesse ging ook uit naar wat ze noemen industriële keramiek voor de openbare ruimte, grote keramische reliëfs”

Ik volgde de vakken tekenen & schilderen, keramiek en grafische technieken. Mijn interesse ging ook uit naar wat ze noemen industriële keramiek voor de openbare ruimte, grote keramische reliëfs. En elk jaar weer uitstel voor militaire dienst vragen. Ik had me aangemeld voor de aan- en afvoer troepen (AAT), daar heb ik toen al mijn rijbewijzen kunnen halen. Ik kreeg de mogelijkheid om voor een jaar uitgezonden te worden naar Suriname, echt een buitenkansje voor mij. Reizen deed en doe ik heel graag.”

Hoeveel jaar ben je eigenlijk al bezig?

“Ik ben al 52 jaar actief als docent en zelfstandig beeldend vormgever. Ik had mijn eerste atelier in Maassluis. Een  klein huisje aan de Vliet naast het assurantiekantoor van een vriend van me. In 1971 ben ik naar Apeldoorn gekomen.”

Beoefen je naast schilderen nog andere disciplines?

“Soms, maar ik ben echt een schilder/tekenaar. Het tekenen heb je eigenlijk nodig om te schilderen. Ik merk het aan mijn leerlingen, die willen zo graag schilderen en hebben eigenlijk een beetje een hekel aan tekenen. Dat is lastig, maar dat leer je weer op zo’n academie om het eerst goed op te zetten. Tekenen is en blijft de basis. Een portret kan ik niet schilderen als ik niet getekend heb. De eerste belijningen, je moet rekening houden met de anatomie, waar eindigt iets en waar begint iets. Dat moet allemaal kloppen. Het is zo mooi als na het zetten van een paar lijnen al kunt zien waar het heen gaat. Heel spannend en leuk om te doen. Zo gaat het ook als je buiten bezig bent. Het hoogtepunt is toch wel het schilderen, dan krijg je het leven erin.

Ik heb 20 jaar gewerkt met olieverf maar ben er vanaf gestapt. Vroeger werkte ik ook veel met materie. Ik vermengde dan olieverf met zilverzand waar ik een soort cementpapje van maakte dat zette ik met kartonnetjes en mesjes een landschap op en ging steeds verder vereenvoudigen. Na 24 uur is het droog en kun je er niets meer aan veranderen. Daarna moest het ingewassen worden met olieverf verdund met terpentine en die lucht gaat op je strot zitten. Met grote kwasten waste ik de basispartijen in, zette de ramen wagenwijd open en ging weg en ging je anderhalf uur weer verder met de volgende laag. Uiteindelijk heb ik besloten af te zien van deze manier van werken. Daarna ben ik overgestapt op acryl en dan heb je daar geen last meer van. Je kunt het verschil al bijna niet meer zien als je er een vernislaag overheen zet. Voor mij is het werken met acryl wel heel fijn omdat het snel droog is. Als je buiten bezig ben met olieverf is dat vervelend. Ik kan snel schilderen buiten en dan is dat impressionistisch en met acryl kan je daarin fantastisch doorwerken. Naast linnendoek heb ik veel gewerkt op MDF, dat is vlak en op masonite, dat is bijna niet meer te krijgen en heeft bijna hetzelfde effect als doek.”

“Tegenwoordig is iedereen kunstenaar, ze maken 3 schilderijtjes en dan zijn ze kunstenaar. Ik ben misschien ouderwets, maar zo denk ik er over.”

 

Heb je nog kunstenaars die een inspiratiebron voor je zijn geweest?

“Die heb ik zeker. Als eerste is dat Nicolas de Staêl, dat was een man die inspireerde mij ook om de landschappelijke dingen te vereenvoudigen. Een boompje wordt dan een vlek, je krijgt, strand en huisjes. Het werd allemaal teruggebracht naar vlekken. Dat vond ik heel interessant, maar tegelijkertijd ook weer moeilijk. Van mijn cursisten kan ik het eigenlijk niet vragen. Het gaat daarbij om de spanning in het schilderij die je moet maken en vasthouden. Dit in tegenstelling tot de gedetailleerde, romantische landschappen van Barend Cornelis Koekkoek. Je gaat alles terugbrengen naar vlakwerking, maar die moet zo spannend gebracht worden dat het evenveel uitstraalt als werkelijkheid die je ziet. Dat is heel lastig en voor mij de uitdaging. Als tweede wil ik noemen Jaap Wagemaker, een materieschilder geboren in 1906 en overleden in 1972. Vlakbij  de academie zat museum Boymans van Beuningen waar we met een docent vaak naar toe gingen. Ik ging dan altijd even naar de zaal waar Jaap hing. Hij werkte met materialen die hij had gevonden, roestig metaal, dingen uit de natuur, scherven, soorten hout en dergelijke. Samen met zand waren dat enorme composities. Als je het zo vertelt, denk je hij plakt maar wat, maar dat is het niet. Het zijn uiterst zorgvuldig opgebouwde composities. Dit zijn mijn twee grote meesters geweest. Nog even dit, ik heb eigenlijk altijd een beetje een hekel gehad aan het woord kunstenaar. Op mijn visitekaartje staat beeldend vormgever. Het probleem is dat tegenwoordig iedereen kunstenaar is. Ik heb natuurlijk mijn 5-jarige opleiding gehad in Rotterdam aan de kunstacademie. Dan ben je totaal nog geen kunstenaar, maar je hebt een opleiding in een bepaald vakgebied. Je hebt de basis gelegd door een proeve van bekwaamheid af te leggen voordat je je acte ontvangt. Tegenwoordig is iedereen kunstenaar, ze maken 3 schilderijtjes en dan zijn ze kunstenaar. Ik ben misschien ouderwets, maar zo denk ik er over.”

Hoe ervaar je het docentschap, een goed kunstenaar is niet perse een goed docent?

“Tot mijn 50ste heb ik met pubers gewerkt in het voortgezet onderwijs. Wat je noemt een lastige groep. Ik had er wel een leuke binding mee. Ik heb het zover voor elkaar gekregen dat het een volwaardig vak is geworden. Vroeger zeiden ze het is een vak achter de streep, van weinig belang. Ik heb het ontwikkeld tot een serieus te nemen vak. Ik werkte met vaste opdrachten en voor de klassen 1 tot en met 4 heb ik een draaiboek gemaakt, een dik boek waar alles in stond. Met voorbeelden en teksten. Aan de directie en het bestuur had ik het boek gegeven met de vraag of mijn vak even zwaar mocht meetellen als alle andere vakken. Daar gingen ze direct in mee en het werd in één klap goedgekeurd. Het was zelfs zo dat ze er op konden blijven zitten, het was een serieus vak. Er zijn nog steeds oud-leerlingen die zich de opdrachten nog kunnen herinneren. Repetities waren schriftelijk met praktijk werk. Als we dan klaar waren met een project hingen daar zo’n 125 werkstukken aan de muur, dat vonden ze geweldig. Het docentschap paste me als een warme jas, dat wist ik niet van te voren. Volgens derden had ik een natuurlijk overwicht. Door de schaalvergroting, opgelegd door de overheid, ontstonden grote scholengemeenschappen die in mijn ogen veel te groot werden. Het werkte niet meer. Ik werd rond mijn 50ste  werd ik ontslagen, het aantal leerlingen zakte onder de norm en er moesten er docenten afvloeien, waaronder ikzelf. Niet leuk, maar het creëerde wel weer nieuwe mogelijkheden. En zo ben ik mijn eigen school begonnen. Ik gaf al kleinschalig les en heb dat verder uitgebouwd en doe dat nu al 25 jaar. En hoop dat nog jarenlang vol te houden.”

Heb je in de loop der jaren je leerlingen zien veranderen, met name kijkend naar op het voortgezet onderwijs?

“Dat heb ik wel zien veranderen. Het leuke vond ik wel altijd als de brugklassen op school kwamen als timide jongens en meisjes waar je nog niets mee had. Je ziet ze door de jaren heen groeien naar jonge volwassenen.”

“Laatst had ik 42 foto’s gemaakt voor een portret en zat er eentje bij die ik kon en heb gebruikt”

 

Hoe zou jezelf je werk karakteriseren lettend op stijl, materiaal gebruik en dergelijke?

“Heel veel kunstenaars hebben vaak een bepaalde richting, impressionisten blijven impressionisten bij alles wat ze doen. Dat heb ik heel mijn leven nooit gehad. Ik was geïnteresseerd in het surrealistische als Dali en Magritte, bloemen vond ik vroeger verschrikkelijk, maar heb ik als vlek leren ontdekken met aquarel. Portretten doe ik ook graag, het liefst van een eigen foto er moet al een vonk overspringen bij het zien van de foto. Laatst had ik 42 foto’s gemaakt voor een portret en zat er eentje bij die ik kon en heb gebruikt. Impressionistisch werken vind ik ook heel fijn. Beesten in popartsfeer doe ik ook graag en pentekeningen. Ik houd veel van variatie in onderwerpen en stijlen. Doordat ik zo breed georiënteerd ben kan ik mijn cursisten op alle terreinen ondersteunen.”

Heb je een voorkeur voor de onderwerpen die je schildert?

“De natuur is voor mij een rijke, onuitputtelijk bron van inspiratie. Veel mensen kijken maar zien niets, dat moet je leren, kijken om te zien. Er zijn zulke onbegrijpelijke dingen die zich in de natuur afspelen waar een ongeoefend oog aan voorbij ziet. Vormen en kleuren, het is nooit saai. Neem nou, structuren van schorsenbomen en je bekijkt ze met een passe-partoutje, geweldig mooi. Eigenlijk loop ik altijd te schilderen als ik door de natuur loop. Schepen vind ik ook heel mooi om te schilderen. Eigenlijk is alles schilderbaar.”

Wat zijn voor jou de uitdagingen voor de komende tijd?

“Mijn grootste passie is dan reizen en het liefst het ontdekken van verschillende culturen. Dat is zo fascinerend. Laatst zag ik nog een reisprogramma over India. Je weet gewoon niet wat je ziet. Wat er allemaal gebeurt in de steden de mensen, de kleuren, prachtige gewaden. Daar kun je niet op de weg gaan zitten met je ezeltje maar moet je het hebben van je foto’s.”

Wat is de invloed geweest van de corona periode?

“Alles lag stil, ik kon niets, geen exposities, lesgeven kon niet, alles zat op slot.”

Wat is in jouw ogen de belangrijkste bijdrage van kunst in onze samenleving?

“Ik vind het wel jammer dat de toegankelijk van de musea door de hoge toegangsprijzen niet echt bereikbaar is voor de mensen met een smalle beurs. In Spanje hebben ze een mooi systeem, één dag in de week is de toegang gratis voor iedereen, zouden ze hier ook moeten doen.”

 

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over ondernemen

ONDERWERPEN

In Beeld Portretten
Elke maandag ons nieuws in de mail?