Bevrijdingsverhalen: ‘We waren ook wel eens stout’

Dinsdag 14 april 2020

Door Redactie

In de serie ‘Bevrijdingsverhalen’ gaan we op zoek naar de mensen achter de geschiedenis; zij die erbij waren toen Apeldoorn op 17 april 1945 bevrijd werd. Hoe kwamen ze daar, wat deden ze en hoe voelden ze zich? Voor dit verhaal ontmoetten we 2 Apeldoornse jongens, Johan Mulderij en Dirk Testerink, die door hun jonge jaren de oorlog vanuit een heel ander perspectief meekregen.

Johan Mulderij — Kwajongensstreken

De codenaam van zijn vader was ‘de Snor’ herinnert Johan zich, al had hij geen snor. Als jongetje maakte Johan zich daar niet al te druk om. Waar hij wel mee zat was zijn vader’s verzetswerk; daar heeft hij veel onder geleden: ,,Er kwamen Duitsers aan de deur om te vragen ‘wo ist Dein Papa?’ en dan zei ik maar dat hij zaden was halen in Enkhuizen.” Vreselijk vond Johan dat, maar in die tijd deed je wat er nodig was om je geliefden uit handen van de bezetter te houden.

Niet alleen voor geliefden, herinnert Johan zich, want er woonden ook onderduikers op de zedenkwekerij van zijn vader. ‘De Snor’ verborg ze in een gat in de vloer, tussen de schuur en de zaadwinkel die zich bevond aan de Sperwerlaan/1e Wormenseweg. Dat gat liep naar een verborgen ruimte, waar een aantal joden zaten. Wat Johan het meest bijstaat was dat ze soms een luchtje schepten en wat oefenden op het blussen van brandjes, om ook een beetje kracht op te bouwen. 

Zelfs voor Johan, in de oorlog nog zo jong, was de dood alom aanwezig. ,,Van Gerrevink was de vader van mijn vriendje Dick.” Hij werd geëxecuteerd als vergelding voor een verzetsactie en op de hoek van de Piet Joubertstraat gelegd. ,,En mijn buurman werd doodgeschoten na de aanslag op de Woeste Hoeve.” Ook één van Johan’s vriendjes zou het einde van de oorlog niet halen.

,,We waren ook wel eens stout”, herinnert Johan zich, als hij denkt aan de ‘jongetjes van de 1e Wormenseweg’. Zo wisten ze elkaar goed op te jutten, ‘we gaan kol’n jatten bi de Duitsers’, daagden ze elkaar uit. Bij het spoor lag een dijk, vanaf waar ze tuurden of er Duitse bewaking aanwezig was. Was de kust veilig dan zette ze het op een rennen, grepen een hand kolen, en maakte dat ze wegkwamen. ,,Hennie Ten Tijde keek over de dijk…” Hij werd gesnapt. Een knal, een kogel. Hennie zakte ineen. Het was de laatste keer dat ze ‘kol’n jatte.’

Dirk Testerink — Het koffertje

Voor Dirk is de herinnering aan de oorlog heel anders, niet echt een herinnering, maar verhaal dat hem zo vaak vertelt is dat hij het kan dromen. Hij was er zelf bij, maar pas net geboren: ,,Mijn ouders trouwen in 1935 en hadden al snel een eerste jongetje, Johan. Voor de oorlog volgde Paulina en in de oorlog werd een tweede meisje, Gerritje, geboren. Ikzelf werd geboren op 2 april 1945.”

Toen de Canadezen richting Apeldoorn optrokken, rond 11 april, was kleine Dirk dus nog geen tien dagen oud. Zijn vader had in alle haast een ondergrondse schuilplaats gebouwd en in de dagen voor de Apeldoornse bevrijding was dat een zegen, zo niet een noodzakelijkheid. De familie woonde aan de Deventerstraat, een centrale ader in de strijd om Apeldoorn. 

,,Vlak na mijn geboorte gingen de luchtsirenes af”, en signaleerde een aankomend bombardement. ,,De hele familie moest de schuilplaats in. Iedereen moest snel nadenken; wat zouden ze met mij, de pasgeborene, doen? In alle haast besloten ze me in een koffer te stoppen en die de kelder in te brengen. Zo bracht ik mijn eerste dagen door, in een koffertje, in de schuilplaats gemaakt door mijn vader. Die kofferkribbe was volgens mijn moeder dé reden dat ik opgroeide als zo’n reislustig jongetje—dat ben ik nog steeds!”

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

ONDERWERPEN

vier17april

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?