Biologisch zoenen (S004)

Zondag 31 mei 2015

Door bazbo

Marcel Mooij


‘Hé, hoooi!’ hoorde hij een zachte vrouwenstem, toen hij de prijssticker op een banaan plakte. Gelijk daarna volgde zijn naam.
Hij keek op. Ach, zij was het. Hij kende haar wel.

Eens kijken, had hij gedacht toen hij de supermarkt was binnengekomen, wat had hij allemaal nodig? In ieder geval brood. Vorige week had hij hier het pompoenbrood gekocht en dat had hem geweldig gesmaakt. Met een beetje mazzel hadden ze er nog eentje voor hem. Het liep tenslotte al tegen het eind van de ochtend. Hij was hier nog niet zo heel lang bekend en was bang dat het pompoenbrood uitverkocht zou zijn. Het kleine winkelkarretje duwde hij voor zich uit.
Dit was een goede winkel, vond hij. Sinds enige tijd koos hij ervoor om zo veel mogelijk biologische producten te gebruiken. In het geval van vlees vond hij dat nog wel eens lastig, maar de meeste andere producten waren goed verkrijgbaar, was zijn ervaring. Zeker hier in deze ecowinkel. Nu al een paar weken kwam hij hier iedere woensdag en in het weekend. Zijn route liep eerst langs de groente en het fruit. Bananen, die waren in de aanbieding. Een pond voor twee euro en dat leek hem niet heel prijzig. Het duurde even voordat hij exemplaren vond zonder al te veel bruine plekken erop. Uiteindelijk had hij een fikse tros van zeven stuks gekozen en was hij naar de weegschaal gegaan.

‘Wat leuk dat ik je hier zie!’ zei ze. Ze kwam naar hem toe en keek hem aan met grote, bijna gretige ogen. Haar donkerblonde krulharen hingen losjes langs haar hoofd.
‘Dag,’ zei hij wat bedeesd terug. Bijna vijftig en toch nog altijd zo schuchter tegenover vrouwen.
‘Joh, wat ben jij afgevallen!’ riep ze uit.
‘Ja, dat klopt.’
‘Hoe veel wel niet?’
Wel niet? Wat is het nou? dacht hij. Wel of niet? ‘Bijna vijfentwintig kilo,’ antwoordde hij.
‘Dat is veel! En zo dik was je niet.’
‘Ik ben nu weer zoals toen ik dertig was.’
‘En was het een bewuste keuze? Het is toch niet om iets naars, hoop ik?’
‘Nou, de aanleiding was niet zo goed.’ Tegelijkertijd vroeg hij zich af: Bestaan er keuzes die je niet bewust maakt? Zelfs niet kiezen is een keuze.
‘O? Vertel, joh.’ Nieuwsgierig boog ze wat naar hem toe.
‘Heel ziek was ik.’
‘Dat klinkt ernstig. Lichamelijk?’
Hij wees op de zijkant van zijn hoofd. ‘Nee. In de kop. Psychisch.’
‘Jij? Je komt anders over als iemand die zich niet zo gauw druk maakt of gek laat maken.’
‘Tja, het verbaasde mijzelf ook,’ gaf hij toe. ‘Je wilt niet weten hoe erg ik van mijzelf ben geschrokken. En nog steeds. Het heeft alles te maken met hoe veel ik van mijzelf vraag.’
‘Gaat het nu wel goed met je?’

Ja, nu ging het wel beter. Nog altijd vallen en opstaan. Soms twee stappen vooruit en er drie terugsodemieteren. Maar over het algemeen was het stijgende lijn. Hij vertelde veel. Niet alles.
‘En nu sta je hier,’ zei ze.
‘Vreemd is dat. Ik beleef de eenvoudigste dingen die ik doe tegenwoordig zó intens.’
Ze knikte begrijpend. ‘En je deed altijd zo veel, weet ik nog.’
‘Nou, tegenwoordig doe ik helemaal niets. Behalve dan huishoudelijke dingen. Boodschappen doen, bijvoorbeeld. En dat beleef ik dan heel intensief.’
‘Ben je overal mee gestopt?’
‘Ik schreef heel veel, maar dat weet je. Sinds ik ziek ben lukt dat niet meer en ik weet niet of het ooit nog terugkomt.’ Hij keek wat beteuterd. ‘Het is zoals het is.’
‘Wat een verhaal! Maar het is goed je te zien,’ zei ze. ‘Kom hier, ik wil je gewoon even zoenen.’ Ze deed een stap op hem af, greep hem bij de armen en trok hem naar zich toe. Drie zoenen kreeg hij. Op de linkerwang twee en op zijn rechter eentje. Hij zoende terug.
Tjonge, dacht hij. Ik sta zomaar met een vrouw te zoenen in de biosupermarkt. Zou dat gezonder zijn dan ergens anders?
‘Ik weet dat het nu beter met je gaat,’ zei ze. Ze lachte stralend haar witte tanden bloot. Hij keek haar wat verward aan. ‘Ik zie het aan je. En het zal alleen maar nog beter gaan. Je straalt kracht uit. Ik voel zo veel warmte om je heen.’
Hij dacht: Eigenlijk zou ik mijn scheten eens moeten tellen.
‘Ik heb zelf ook veel meegemaakt,’ vertelde ze zonder dat hij haar iets gevraagd had. ‘Ik ben ook nog steeds onder behandeling.’

Plots vond hij haar een beetje eng worden. Ze zou toch niet ineens heel agressief worden of zo? Hij bekeek haar met een blik die zijn achterdocht verborg. Ze had een goed figuur, droeg halfhoge laarzen en een kort jasje. Lang was ze, zag hij nu, misschien wel bijna een kop groter dan hij. Ze was een mooie vrouw, vond hij. Hoe oud zou ze zijn? Ongeveer van zijn generatie, wellicht een jaar of tien jonger, schatte hij. Hij had haar wel eens zien fietsen met twee kinderen van een jaar of tien. Van een afstand had ze er altijd jeugdig uitgezien. Nu stond hij dichtbij en hij zag wat rimpels in haar gezicht. Toch is ze mooi, knikte hij onzichtbaar. Wel heeft ze hangende ogen, alsof ze vermoeid is.
‘Ik wil alleen maar leuke dingen doen,’ ging ze verder. ‘Dingen die ik zelf kies en niet omdat anderen ze van mij willen.’
‘Ha, dat ken ik wel,’ zei hij.
‘O ja?’ Ze keek hem indringend aan, alsof ze in hem een bondgenoot zag.
‘Ja.’
‘Je bent zo sterk.’

‘Onzin,’ wuifde hij haar compliment weg. Even leek ze te schrikken. ‘Nee, wat ik bedoel is: eerder ging ik naar allerlei bijeenkomsten, naar het café of naar een opening van een expositie. En dan zag ik daar allemaal dezelfde mensen. Al die mensen die je altijd overal in de cafés, bij bijzondere gelegenheden en evenementen tegenkomt. Oh, hoe gaat het met jou, vroegen ze dan. En als ik dan vertelde hoe het ging, kreeg ik al heel snel hún verhaal te horen. Ze kwamen er niet voor de kunst of voor het evenement of om anderen te ontmoeten, maar om aan anderen te vertellen of te laten zien hoe goed het met ze gaat en hoe goed zij zelf zijn. Om gezien te worden en rond te roepen hoe fantastisch ze zijn. En ik wil helemaal niet ergens heen dáárvoor. Ik wil naar een expositie omdat ik de schilderijen of de foto’s of weet-ik-wat wil zien. Het leven is al leeg genoeg.’
‘Precies. Ik ben het helemaal met je eens.’ Ze knikte hem bemoedigend, ja zelfs enigszins hoopvol toe. ‘Het is belangrijk dat je voor jezelf kiest, dat je de dingen doet waar je zelf achter staat.’
Nu sta ik achter mijn boodschappenkarretje, dacht hij. En dat is niet voor niets. Ik moet spullen kopen, daar kwam ik voor. Niet om hier ellenlang te staan kletsen, hoe leuk de vrouw ook is. ‘Ja, zo zou het moeten zijn,’ zei hij maar. Hij maakte aanstalten om zijn karretje vooruit te duwen.
‘Maar ik ga verder,’ zei ze. Ze had ‘m door. ‘Ik moet ook nog het een en ander doen vandaag.’
Aha, niets alleen maar dingen doen die je leuk vindt, dacht hij. Hij hoopte dat ze hem nogmaals zou zoenen. Hij zei: ‘Nou, tot kijk dan.’
‘We komen elkaar vast weer tegen,’ glimlachte ze. ‘Ik voel het.’ Zag hij een stiekem verlangen in haar ogen? Ze zoende hem niet. Wel wreef ze hem zachtjes over zijn arm. Ze zei: ‘Goed je even gesproken te hebben,’ lachte hem grijnzend toe en draaide zich om.

Hij keek haar na, glimlachte, vond haar mooi, warm, lief zelfs. En daarbij: ze bewoog dusdanig met haar achterkant, dat hij haar net zo lang bleef nastaren tot ze ter hoogte van de groentesappen achter een stelling verdween. Hij zuchtte.

Bij de broodafdeling bleek het pompoenbrood op. Nog een zucht. Stik! Het enige wat er nog lag, was desem-vierkorenbrood. Daar durfde hij zich niet aan te wagen. Terwijl hij het karretje met slechts de tros bananen erin naar de kassa duwde, dacht hij terug aan de mooie vrouw en vroeg hij zich af: Hoe heet ze ook weer?


Apeldoorn, oktober 2014


Dit is het vierde deel van de eindeloze serie Schrijver.

Lees ook:
Kartelmes (S001)
Zakgat (S002)
Vakman (S003)

En overigens.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?