Goed (S013)

Zondag 8 november 2015

Door bazbo

Marcel Mooij

De schrijver keek door het grote raam naar binnen. In de winkel zag hij bijna niemand. Zou het te vroeg zijn op de ochtend? Bij de kassa stond een mevrouw en de jongeman met het baardje hielp haar. Verder was het leeg bij de schappen. Zou ze vanochtend nog boodschappen komen doen? Het was woensdag, de dag dat hij haar hier eerder had ontmoet.
De winkel was de enige echte supermarkt voor biologische boodschappen. De laatste tijd leefde hij bewust. Dat was niet zo vreemd. De hele toestand, zijn geestelijke gesteldheid, maakte dat hij zich onafgebroken in het hier en nu bevond. Hij kon niet om de werkelijkheid heen, maar wist zich ook geen voorstelling te maken van wat hem morgen boven het hoofd zou hangen. Dat laatste maakte hem dan weer onzeker, gespannen en angstig.

Nader beschouwd verbaasde het hem niet dat hij haar juist hier, in een biologische supermarkt was tegengekomen. Ze had altijd al een wat zweverige indruk op hem gemaakt. Ervoor had hij haar trouwens niet eens veel ontmoet. Waar kende hij haar eigenlijk van? Hij moest diep graven in zijn herinneringen en ook toen vond hij het niet. Het zal wel op een van die vreselijke feesten of bijeenkomsten zijn geweest, in de tijd dat hij als schrijver nog door velen gezien en opgemerkt wilde worden. Dat was nu wel anders. Het liefst ging hij volkomen anoniem door het leven en nu hij zich dat zo bedacht, knikte hij tevreden in zichzelf.

Hij draaide zich om. Als ze er in de winkel nog niet was, misschien kwam ze dan zo aangefietst? Het was druk op straat en er waren een boel fietsers, die hun weg langs geparkeerde auto’s probeerden te vinden, maar geen van allen stopte bij de biowinkel. ‘Toe maar,’ zuchtte de schrijver, ‘eet maar onbewust en ongezond. Stop je lijf vol met chemische rommel waarvan we nu nog totaal geen inzicht hebben welk effect het op langere termijn heeft.’ Hij had geen zin om zich nu druk te maken over de voedselindustrie. Liever dacht hij terug aan enkele weken geleden. Toen botste hij in het winkelpad waar de aardnoten, de tofu en het zeewier lagen, bijna tegen haar op.

‘Het gaat goed met jou, ik zie het aan je!’ had ze gezegd.
‘Nou, niet helemaal. Maar zeker beter,’ moest hij toegeven.
‘Vertel!’ Ze keek hem enthousiast en uitnodigend aan. Haar moede ogen begonnen te stralen.
‘Ik ben helemaal gestopt met antidepressiva,’ begon hij.
‘Wat goed!’ Ze kwam naar hem toe en gaf hem drie zoenen op zijn wangen. ‘Mooi dat je het niet meer nodig hebt.’
‘Dat weet ik eigenlijk niet eens. Ik ben gestopt met die medicatie omdat ik heel veel last had van lichamelijke bijwerkingen. Dus de psych zei dat ik ze moest afbouwen, dan zouden we later kijken wat ervoor in de plaats kon komen.’
‘Ach zo. En nu?’
‘Nu? Niets. Ik was gestopt en toen raadde die behandelaar aan dat ik eerst drie weken eens helemaal zonder moest zijn om te ervaren hoe het was. Ik zou hem dan een mail sturen met uitgebreid verslag en dan zouden we verder zien.’
‘En?’
‘Nooit antwoord gehad op mijn mail. Verder ook geen contact meer gehad.’
‘Huh? Maar het gaat nu wel goed?’
‘Geen lichamelijke bijwerkingen meer, in ieder geval.’ Dat leek hem nogal logisch. ‘En dat is prettig, want ze waren echt zeer hevig.’ Hij vertelde maar niet verder. Geen woord over dat hij ’s nachts niet meer uitzinnig zweette en onrustig sliep, geen woord over dat hij niet meer te pas en te onpas naar het toilet hoefde te rennen omdat hij zijn darmen niet onder controle had, geen woord over dat hij weer kon klaarkomen, ook al had hij niet de behoefte aan seks of voegde hij de daad bij het woord, maar toch. ‘En jij?’ vroeg hij maar. ‘Hoe is het met jou?’
‘O, ook een heel stuk beter!’ Ze lachte en hield een heel verhaal dat hij niet goed kon volgen. Iets met steviger in haar schoenen staan, dat ze maar af en toe haar behandelaar opzocht, over leuke dingen doen. Plots zei ze: ‘Ik vind het zo fijn om met jou te praten.’
Hij schrok.

Ondertussen was ze mooi nog niet komen opdagen. Waar bleef dat mens? Er scheurde een grote leasebak over het natte asfalt. Het geraas deed zeer in zijn oren. Een fiets stopte, een man met een lange baard stapte af en zette zijn rijwiel tegen de gevel van de winkel. De schuifdeur van de winkel ging open en een jonge moeder duwde een kinderwagen naar buiten. De warme lucht van binnen kwam hem tegemoet. Zou hij naar binnen gaan? Wie weet stond ze achter in de zaak te twijfelen bij het assortiment rechtsdraaiende bioyoghurt.
‘Ik vind het zo fijn om met jou te praten.’ De schrijver geloofde er geen fuck van, maar het zinnetje deed hem goed.


Apeldoorn, oktober 2015

Dit is het dertiende deel van de eindeloze serie Schrijver.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?