Kleurrijk Apeldoorn

Vrijdag 3 juni 2011

Door bazbo

Kleurrijk Apeldoorn (foto: bazbo)

Nee, geen stukje over de multiculturele samenleving. Dat durf ik niet. Vóór je het weet heb je het Meldpunt Discriminatie achter je aan. Terwijl ik niets tegen de gekleurde medemens heb. Integendeel; we zijn allemaal wereldburgers en hoe meer contact we met elkaar hebben, hoe meer we van elkaar leren. Ik eet ook graag spullen uit de Turkse supermarkt. Soms ben ik een idealistische idioot.
Apeldoorn noemt zichzelf ‘Stad in het groen’. Dat klopt leuk in de lente en de zomer, maar in de herfst en winter is het heus anders. En zelfs in de lente en de zomer moet je tegenwoordig het groen echt zoeken. Je zou toch overal bosschages, parken en plantsoenen verwachten, maar zo groen is Apeldoorn niet meer. Overal hebben bomen en bosjes en groenvoorzieningen plaatsgemaakt voor kantoren, open terreinen en asfaltvlaktes. Zelfs het Parkje van Pythagoras is niet meer wat het achteraf ook nooit geweest is.
Ik woon in de wijk De Maten. Wat las ik nou laatst in de krant? Dat mijn wijk een grijze wijk wordt. We worden oud. Zelfs ik. Maar ik zoek de kleur wel op. In het centrum van Apeldoorn. Zoals laatst.

In de tuin achter het café stond een pergola. De druif die eroverheen geleid was, begon weer blad te krijgen. Het was volop lente. De zon scheen op het plaatsje. Het was aangenaam toeven, al weet ik niet goed wat dat precies is: toeven. Er waren niet al te veel mensen en het witbier was goed koud. Vrouwlief lachte. Dan kan het geluk niet op. Van binnen uit het café klonk een gitaar en een accordeon. Soms waan ik mij in Zuid-Frankrijk, maar ik had al gezegd dat ik soms een idealistische idioot ben. Ik keek om mij heen. Aan het tafeltje naast ons zat een stelletje. De vrouw had haar handen gelegd op het been van haar partner. Haar dochter dronk cola en had een stepje bij zich. Zijzelf hadden ieder een glas rosé voor hun neus. Lente. Liefde. Hoe mooi.

“Wat zit je te kijken?” vroeg Vrouwlief iets te hard. “Is ze mooi?”
“Huh? Wat?” deed ik net of ik niet wist waar ze het over had.
“Die vrouw. Vind je haar mooi?”
Als ik ‘ja’ zou zeggen, zou ik eerlijk zijn, maar had ik ruzie. Als ik ‘nee’ zou zeggen, zou ik liegen en dan had ik ruzie, want Vrouwlief weet wanneer ik lieg. De waarheid was dat ik helemaal niet naar de vrouw zelf keek, maar naar haar handen. De schoonheid daarvan trof me tot in het diepst van mijn ziel. Kun je verliefd worden op nagels?

Kleur geven aan het Apeldoornse leven. Het kan op zo veel manieren. Hoe doe ik dat? Hoe doet u dat?

(Heb ik nog stiften? Eerst maar eens stoppen met nagelbijten.)

Apeldoorn, mei 2011

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?