Leeezzzie Zondag: ‘Stapel’

Zondag 20 november 2011

Door bazbo

Menno Mulder

Iedere zondag presenteert Apeldoorn Direct ‘Leeezzzie Zondag’, waarin plaats is voor een langer verhaal. Heeft u ook iets moois te vertellen en daar meer ruimte voor nodig? Stuur uw verhaal in een mail naar info@apeldoorndirect.nl.

Stapel

Omdat ik de meeste van mijn stukjes schrijf in de eerste persoon enkelvoud, vragen veel mensen aan mij: “Is het allemaal echt waar? Is alles autobiografisch?” Ik ga daar geen antwoord op geven. Het gaat u helemaal niets aan. Bovendien is mijn leven al moeilijk genoeg. Ik zal hier niet klagen. Daar heb ik geen tijd voor. Ik ben veel te druk met mijn twee nieuwe werkplekken (Had ik al verteld dat ik … laat maar), de verbouwing in mijn badkamer, het opvoeden van de Zoon, het schrijven van dit soort stukjes en mijn boekjes en alle artikelen voor alle andere internetsites. Toch wil ik van de gelegenheid gebruik maken om een intieme bekentenis te doen.

Ik ben een structopaat. Ordenen en structureren van de dingen om mij heen is mijn levensopdracht. Het schrijven is voor mij ook al een actief proces van vastleggen, ordenen en in perspectief plaatsen. Niet zelden begrijp ik pas nadat ik iets heb vastgelegd, hoe de patronen en de (samenhangende) gebeurtenissen in elkander zitten. Al klinkt dit allemaal wat academisch. (Excuus.)
De hele dag door ben ik bezig met ordenen. Ik ben er dan ook heel erg goed in. Het is een van de redenen dat mijn manager me destijds heeft gevraagd voor de nieuwe werkplek. Had ik al … laat maar. Regelmatig komt de baas met de vraag of ik even meekijk naar een situatie. Ik kan enorm goed hoofdzaken van bijzaken onderscheiden en ik zie snel de grote lijn. Dan stel ik wat vragen ter verduidelijking en voor je het weet is er een schitterend overzichtelijke notitie klaar. Voor mij is het een makkie om ingewikkelde zaken op een eenvoudige manier uit en vast te leggen, maar dat had u inmiddels al begepen.

Ook in het dagelijks leven floreer ik als ik mag ordenen. De boeken en platen staan alfabetisch op auteur en artiest en vervolgens chronologisch gerangschikt in de kast. De vaatwasser is volgens een overzichtelijk en logisch principe ingeruimd, zodat je ’s morgens vroeg zonder al te veel lawaai de broodplank, het mes, de koffiemok en de kaasschaaf kunt pakken. De wc-rol hangt met het eerste velletje naar mij toe. Het bestek ligt op soort en grootte in de besteklade en wel zo dat Vrouwlief snel kan zien dat vorken links van het bord moeten liggen en messen en lepels rechts. Hoe vaak moet ik het nog zeggen?

Ordenen is dus het hogere doel op deez’ aard. En het gaat heel ver. Toch is er een vorm van ordenen en organiseren die zelfs voor een topautist als ik te ver gaat. Het is een handeling die mij uitslag tussen de tenen bezorgt. Puisten op mijn leesbril. Schurft in mijn navel. Pus uit de urogenitale buis. Psoriasis aan de anus. Aambeien op mijn huig.
Waar gaat het om? Houdt u vast; daar komt-ie. Stapelen. Stapelen? Ja! Stapelen! Ziedend word ik alleen al van het woord. Want in het dagelijks leven word ik er dag in dag uit, van moment tot moment mee geconfronteerd. Potjandikkie, u kunt uw voorbeeld krijgen ook! Ik kom thuis van een dag hard werken op de nieuwe werkplek en wat tref ik hier aan?

Er liggen stapels spullen op iedere stoel. Ik snap het heus wel. Je haalt de was van de waslijn en brengt die naar binnen. Voordat je gaat vouwen leg je het even van je af. Maar waar? Wat is het gemakkelijkst? Precies. Op een stoel. Een stoel is om op te zitten! Niet om je tas op van je af te gooien of de wagonladingen reclamefolders die er wekelijks door de brievenbus gepropt worden.
Want die post, dat is het volgende. Overal liggen stapels met post. Je zoekt je de takke! ’s Morgens vroeg komt de krant (op zaterdag twee), in de loop van de dag de reclamezooi, ’s middags de échte post en dan heb je ook nog die 12.354 Apeldoornse sufferdjes. Alles belandt op allerlei plekken. Niet één centrale stapel op het dressoir; nee, je vindt tientallen stapeltjes verspreid over de hele benedenverdieping. Op de keukentafel, het aanrecht, de luie stoel, de bank, het krukje om hoog mee in de platenkast te kunnen, de vloer onder de salontafel en vier verschillende stapels op de salontafel zelf. De achterstallige post stapelt zich maar op, maar wáár?

Wat ligt hier nou weer op de trap? Een enorme stapel zooi. Dat moet naar boven. Ik ken het. Vroeger, in het ouderlijk huis, was de regel ook: “Nooit met lege handen de trap op!” Beneden stonden dan ook hopen met spullen die naar boven moesten. Maar in de praktijk héb ik al nooit lege handen als ik naar boven ga, dus de kans dat ik struikel over de rótzooi die er op de trap ligt is maar wat groot. Nóg erger is het als je naar beneden loopt. Dan zie je niet altijd wat er onder je voeten ligt. Je vertrouwt erop dat je veilig op de treden kunt stappen, maar dat is niet altijd het geval. Gelukkig heb ik nog niet bloedend onderaan de trap gelegen, maar op het moment dat het wél het geval is, weet ik zeker dat ik daar niet alleen lig!

Hoog tijd om eten te maken. Misschien koelt dat me wat af: koken. Wat zal het vandaag weer worden? Een ovenschotel. Heerlijk. Nu zijn we slechts met z’n drietjes in huis, dus zou je denken dat ik dan geen grote hoeveelheden hoef te koken. Was dat maar zo. Eén van die drietjes is De Zoon en die is negentien en eet ook als negentien bootwerkers tegelijk. Dus als ik een ovenschotel wil maken, dan heb ik een enorme ovenschotel nodig. En waar staat die in het keukenkastje? Natuurlijk! Precies! Altijd onderop de stapel ovenschotels! Hetzelfde met de pannen, de borden, de soepkommen en zie hier: als je koffie wilt pakken uit de bus, dan staat het schaaltje met suikerklonten en melkcupjes erbovenop! Terwijl we helemaal geen suiker en melk in de koffie doen. Dat is alleen voor bezoek en we krijgen nooit bezoek! (Vind je het gek?) Iets wat je dagelijks gebruikt, daar moet niks bovenop staan! Rhaaaaa!
Na de maaltijd komt het meest ergerlijke van alles. De vaat. “Wie kookt hoeft niet af te wassen,” zou je zeggen. Nou, ik kóók (van woede óók) en ík spoel de ergste smurrie van de borden en schalen, maar ik ben altijd te laat. Voor ik het weet staat alles bovenop elkaar op het aanrecht. “Nee! Niet de afwas stapelen!” roep ik steevast. “Nu moet ik de onderkanten van de borden ook afspoelen!” In blinde woede smijt ik alles door de keuken heen. Dat scheelt weer afwas.

Om te kalmeren zal ik eens even een rustgevend muziekje opzetten. Ik loop naar de boeken- en platenkast in de woonkamer. Een hele wand vol heb ik. Je wilt niet weten hoe trots ik erop ben. Het leuke aan verzamelen is dat je nooit klaar bent. Mijn collectie groeit dan ook gestaag. Mijn kast niet. Al een paar jaar heb ik ruimte te kort. Waar laat ik al die mooie cd’s en boeken die ik onlangs kocht? Ik kan moeilijk die pulp van Vrouwlief bij het oud vuil gooien. (Over smaak valt veel te twisten. Gelukkig vraagt Vrouwlief soms: “Kunnen we nu eindelijk weer eens Frank Zappa horen?” Had ik al verteld dat ik heel veel van Vrouwlief houd? Ik houd heel veel van Vrouwlief.) Dolgraag zou ik mijn zelfgebouwde kast uitbreiden een meter of wat verder de woonkamer in, maar dat wil Vrouwlief liever niet. Laatst kwam ze zelfs met het onzalige voorstel om dan maar oude boeken en platen weg te doen. (“Die van jou dan!” gilde ik. Badend in het zweet werd ik ’s nachts wakker.)

Wat ik de eerste tijd heb gedaan, is op de planken vóór de rij cd’s mijn nieuwe aankopen neerleggen. De oude vertrouwde muziek staat rechtop (alfabetisch en vervolgens chronologisch gerangschikt); het nieuwe werk ligt plat. Deze situatie is nu al een paar jaar zo en langzamerhand zijn er al fikse stapels cd’s op de planken vóór de rechtopstaande klassiekers ontstaan. Wacht, ik wil nu zo’n klassieker horen. Dan moet ik zo’n stapeltje opzij schuiven. Als dat kan. Want het staat ondertussen al twee rijen dik in de kast. Ik klim op het trapje om boven in de kast iets te pakken. Voorzichtig, er staat een hele stapel cd’s vóór. Langzaam schuiven. Levensgevaarlijk. Ho, kijk uit! Daar heb je het al! De hele boel sodemietert om en komt naar beneden zeilen! Ik wil de stapel tegenhouden, maar verlies mijn evenwicht. Brullend stort ik ter aarde, de hele stapel met mij mee slepend. En niet alleen de stapel;, nee, alle andere stapels komen ook naar beneden gevallen. Terwijl ik word bedolven onder mijn schitterende collectie muziek, schreeuw ik moord en brand. Ik vloek en ik tier! Mijn huis is te klein. Dat is het toch al; ik kan mijn verzameling er niet goed in kwijt.

Stapelen! GEK word ik ervan!!! STAPELGEK!!!


Apeldoorn, juli 2011

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?