Sjaak (7): Liefde

Zondag 24 november 2013

Door bazbo

Marcel Mooij

Ik had het café De Kalknagel een tijdje links laten liggen. Een vorige keer was me dat een dag of vier gelukt, nu zelfs een hele week. Toch ging ik er vandaag weer heen. Dorst is een grote drijfveer.
Het terras voor het café baadde in het nazomeravondzonnetje. Alle stoelen waren er bezet. Zowaar, het leek wel druk. Dat was nieuw. Ik ging naar binnen.
Bij de bar stond niemand. Achter de bar stond wel iemand. ‘Nee maar,’ zei ik. ‘Wie we daar hebben?’
‘Dag Sjaak,’ zei Felicia.
‘Doe maar Jacques,’ zei ik. ‘En een vaasje graag. Goed je te zien. En weer aan het werk ook.’
‘De schoorsteen moet roken,’ zei ze, terwijl ze een vaas tapte.
‘Met dit weer?’ vroeg ik.
‘Doe niet zo flauw.’
‘Je ziet er schitterend uit vandaag, Felicia.’
‘Dank je.’ Ze bloosde.
‘Die ronde buik van je wordt steeds boller.’
‘Kun je het al zien?’
‘Ik vind het zeer aantrekkelijk.’
‘Jij geilt op zwangere vrouwen?’
‘Op mooie rondingen.’
‘O Sjaak, wat zeg je dat lief. Zou het toch nog iets worden tussen ons?’
‘Wat mij betreft wel.’
‘Toch moet ik voorzichtig zijn in mijn toestand.’
‘Ik kan wachten, Felicia.’ En als je daarna het kind ergens te vondeling legt, dan wordt het echt iets.
‘Hier je vaasje. Zal ik een bon openen?’
‘Graag. En proost.’ Ik slurpte een slok eruit en ging ergens aan een tafel zitten.

Zo zo, dus Felicia was nog altijd in mij geïnteresseerd. Dat was een prettige gedachte. Hoe zaten de zaken? Ik was heftig op zoek naar liefde en het liefst enigszins lichamelijk. Wie niet? Wie niet? Met Felicia was het wel eens gekomen tot lijfelijke beroering. Zeer aangenaam. Het was dan ook een prachtig meisje, met haar enorme bos zwarte haren, haar donkere ogen, haar volle tietjes en nu ook nog eens een bol buikje.
En dan was daar Fien. Ik had een tijdje niets van haar vernomen. In een eerdere mail vertelde ze dat het maar beter was dat we elkaar een tijdje niet zouden zien en dat ze koos voor haar echtgenoot en haar werk als dominee. Maar gisteren bleek het tij gekeerd. Wat stond er ook weer in haar mail?

‘Lieve Sjaak,
Ik moet je zien, anders word ik gek. Hoe veel ik ook houd van mijn kinderen en van mijn werk, de leuke avond met jou kan ik niet vergeten. Wat denk je, bestaat er nog een kans dat we hem eens over doen? Volgens mij had jij het ook prima naar je zin.
Laat je me weten of we nog eens een afspraak kunnen maken?
Lieve groet,
Fien’

Wat had ik teruggemaild? Dat wat mij betreft alles mogelijk was, maar dat ik wel eiste dat ze werkelijk keuzes maakte. Koos ze voor mij, dan moest ze bereid zijn van alles op te geven. Die malle baan en die vent van d’r, bijvoorbeeld. Dat ze kinderen had, daar was niets meer aan te veranderen, maar ze moest het niet in haar hoofd halen dat ze in mijn huis konden wonen. Ha, daar ging ze vast nooit op in. Ik had nog geen antwoord van haar, maar was wel benieuwd hoe ze erop zou reageren. Het was een lepe zet, maar ik had niets te verliezen, alleen te winnen.
Felicia, Fien en dan had je nog … gut, hoe heette die andere troela ook weer? Verroest, daar had je d’r!

‘Dag Sjaak,’ zei Renate Baardmans.
‘Doe maar Jacques,’ zei ik. ‘En ga zitten. Iets drinken?’
‘Een wijntje graag.’ Toe maar.
‘Felicia, lekker ding!’ riep ik naar de bar. ‘Een droge witte en een vaas graag!’
‘Zo, jij bent lekker amicaal,’ pruilde Renate.
‘Jaloers, mens?’
‘Wat doe je afstandelijk, Sjaak. Alsof je me liever niet wilt zien.’
Sjesus. Die Renate leek me een halve psychopaat, als je het goed beschouwde. ‘Renate, lieverd. Natuurlijk zie ik jou graag. Echter, vorige week wilde ik troost bij jou zoeken na alle commotie rond de zelfmoordpoging van Fred van Holwerk. Toen was juist jij het die afstandelijk deed en mij afwees. Nu zit ik hier en ik vraag of je erbij komt zitten. Ik koop ook nog eens een wijn voor je. Wat wil je nog meer?’
‘Sorry Sjaak, je hebt gelijk. Ik ben gewoon wat zenuwachtig en nerveus. Vergeef mij.’
‘Het is Jacques. En ja, ik heb gelijk.’
‘Het is goed dat je me erop aanspreekt. Wat egoïstisch van me. Ik was me niet bewust van hoe jij het allemaal hebt beleefd.’
‘Ik? Ik beleef niets. Het is een saaie boel, momenteel. Ik kan wel wat leven in de brouwerij gebruiken.’

‘Leven in de brouwerij, die zoek ik ook,’ zei plots iemand anders. ‘Dag mam, dag Sjaak.’ Het was Lobke, de dochter van Renate.
‘Wat moet jij hier?’ vroeg Renate snibbig. ‘Jij zat toch hiernaast in de Bar Goens?’
‘Klopt, mam. Maar daar is weer even het Nederlandstalig muziekhoekje en dan moet ik weg. Ik word daar kotsmisselijk van.’
‘Je hebt smaak en stijl, leuke Lobke,’ zei ik.
Het meisje bloosde en lachte. Ik zag haar beugel glimmen.
‘Je loopt er toch niet met alle knullen te breezersletten, hè?’ vroeg haar moeder.
‘Jij likt toch ook aan iedere lolly die je maar kan likken?’ De glimlach was verdwenen. ‘Hoe vaak heb je tegen mij niet verzucht dat je Sjaak wilt neuken?’
‘Dames, mag ik even tussenbeide komen?’ vroeg ik. ‘Het is Jacques, niet Sjaak.’
‘Wat maakt dat bij het neuken nou uit?’ Hier had Lobke wel een punt, vond ik.

De deur van het café ging weer eens open. Wie hadden we daar? Het was Chris Veestapel.
‘Sjaak!’ riep hij van een afstandje. Tuurlijk. De lul. Altijd paraat om een goed gesprek om zeep te helpen. En om mijn naam verkeerdelijk te zeggen. ‘Sjaak! Je krijgt een groet van Fred.’
‘Dat is fijn, Chris. Ga je nu weer weg?’
‘Waarom? Ik kom net binnen.’
‘Ik ben in gesprek, Veestapel. Opfukken, dus.’
‘Wat ik wil zeggen, Sjaak,’ ging Chris onverstoorbaar verder, ‘is dat Fred je zeer erkentelijk is.’
‘Fred?’ vroeg Renate. ‘Hoe gaat het met hem?’
‘Zijn toestand is stabiel.’
‘Fred van Holwerk heeft vorige week een zelfmoordpoging gedaan, hier in het café,’ legde ik Lobke uit.
‘En Sjaak en je moeder hebben hem geholpen,’ vulde Chris Veestapel aan. Het enige wat ik had gedaan was naar de bar roepen dat er een ambulance moest komen, maar goed.
‘Oh, wat dapper van je,’ zei Lobke.
‘Ja, Sjaak was de rust zelve,’ zei haar moeder.
Zaten ze nou allebei te soppen? Dat zou lekker uitkomen. Ik had zin in seks. ‘Bedankt voor het bericht, Veestapel.’ Ga je nu weer? hoopte ik.
‘Ik moet ergens iets gaan eten.’ Hij ging ook nog.

Moeder en dochter zaten als twee bakvisjes naast mij. Links Renate, rechts Lobke.
‘Ik zie dat je een beugel draagt,’ zei ik tegen het meisje. ‘Dat moet lastig zijn.’
‘Ik haat dat ding!’ riep Lobke uit. ‘Ik zie er niet uit.’
‘Dat is niet waar,’ zei ik. ‘Je lacht nog steeds heel mooi. En jij hebt straks het perfecte gebit. Daar kunnen wij alleen maar jaloers op zijn. Of niet, Renate?’ Ik keek naar Renate en toen naar Lobke. Oké, haar moeder was ook mooi, maar te oud. Zijzelf was veel te jong, maar zo lang het meisje lief naar me lachte, kon me dat niet zo veel schelen. Het meisje lachte lief naar mij. Er kon mij sowieso niet zo veel schelen, nu.
‘Is dat Nederlandstalige uurtje niet afgelopen?’ vroeg Renate plots. Wat kregen we nu? Ging die hier een beetje jaloers zitten wezen op haar eigen dochter?
‘Stik! Straks mis ik het schuren nog!’ riep Lobke. Ze stond op. ‘Dag Sjaak, bedankt voor je lieve woorden. Jij bent echt een heel geschikte vent.’ Ik kreeg een zoen op mijn wang en ze stak haar tong in mijn oor. Wat een geile meid. Ik legde mijn hand op haar kont en schoof hem naar onderen, langs de binnenkant van haar dij. Ze stond het toe. ‘Wie weet,’ fluisterde ze, zonder dat haar moeder het hoorde. ‘Als je mijn ma maar niet neukt.’
Afgesproken, knipoogde ik naar haar.
Daar ging ze. Tjonge, dat beloofde wat. Zou ik die Baardmans eens van me afschudden en een kijkje gaan nemen hiernaast in de Bar Goens? Nah, eerst eens kijken wat hier te scoren viel.
‘Jij nog wijn?’ vroeg ik aan Renate.

Weer ging de deur open. Daar had je Paul Galvis. Die pipo moest natuurlijk ook weer bij onze tafel komen.
‘Galvis,’ zei ik. ‘Ik bied je niets te drinken aan, want ik wil even onder ons met deze dame zijn.’
‘Met Renate?’ vroeg Paul Galvis. ‘Wat heb jij wat ik niet heb?’
‘Ik weet niet wat ik heb, maar jij hebt een blauw oog, zie ik.’
‘Ja,’ zei Renate. ‘Hoe kom je daaraan, Paul?’
‘Ik ben vorig weekend mishandeld.’
‘Wat?’ Renate trok wit weg. ‘Hoe? Waar?’
‘In de steeg hiernaast, tussen café De Kalknagel en de Bar Goens.’
‘Die is berucht,’ zei ik. ‘Daar komen de potenrammers.’
‘Ben jij een poot, dan?’ vroeg Renate aan Galvis.
‘Nee. Ik wilde het toch met jou aanleggen?’ was het weerwoord van Paul.
‘Identiteitsproblemen komen vaak voor bij flikkers,’ zei ik. ‘Kijk naar Fred van Holwerk. Die bleek ook zo labiel als een houten vlonder op de Rio Grande.’
‘Iemand sloeg mij tegen de grond,’ ging Paul Galvis verder. ‘Vandaar dat ik niet op onze afspraak kon zijn, Renate.’
‘Wat erg, Paul.’ Renate leek plots heel erg begaan.
Dit ging verkeerd. ‘Maar goed, je was er dus niet,’ zei ik. ‘Het betekende dat Renate en ik het alleen hebben moeten opknappen, die hele toestand.’
‘Over welke toestand heb jij het, Sjaak?’
‘Doe maar Jacques. En ik heb het over de toestand van die zelfmoordpoging van Fred van Holwerk.’
‘Waren jullie daarbij?’
‘Sjaak heeft gelijk om een ambulance geroepen,’ zei Renate. Ze keek weer bewonderend mijn kant op.
Ik gaf haar een knipoog. ‘Zo is het maar net, Renate. Wij waren een hecht team, daar tijdens het bloederige tafereel.’ Ik legde een hand op haar bovenbeen.
Renate boog naar mij toe en gaf mij een kus op mijn wang. ‘Je bent een held, Sjaak. Echt waar.’
‘En jij, Galvis? Wat ben jij gaan doen? Ergens uithuilen?’
‘Ik was buiten westen. Nu je het zegt, ik kwam bij en mijn broek was open.’
‘Was je met een andere man bezig, Paul?’ Renate trok een vies gezicht.
‘Ik kan het mij niet herinneren.’ Galvis schudde verward zijn kop. ‘Ik ben naar huis gegaan, dat weet ik nog wel.’
‘Had je erge pijn in je kont?’ vroeg ik.
‘Nee, nee,’ zei Galvis beslist. ‘Ik had pijn in mijn kop.’
‘Een kater. Dat ook nog.’ Eens kijken hoe gek ik ‘m kon krijgen.
‘Ik heb gelijk de politie gebeld.’
‘En die heeft je gearresteerd?’
‘Nee! Het blijkt dat er een speciale rechercheur op zit.’
‘Waarop? Op wildplassen?’
Nu keek die Galvis mij giftig aan. ‘Hoe weet jij dat ik aan het…?’
‘Ik zeg maar wat, stuk schroot. Je bent een eersteklas zeikerd, vandaar.’
‘Ach zo. Nou, ik denk dat de politie er wel achter komt.’
‘Jij hebt kennelijk veel vertrouwen in het ambtelijk apparaat,’ zei ik.
‘Waarom niet?’ Even leek Galvis triomfantelijk. ‘Weet jij wie ze op mijn zaak hebben gezet?’
‘Fred Teeven. De Cock met C-O-C-K. Dirty Harry. Kojak. Bram Mosselfiets. Wat kan mij het ook schelen?’
‘Chris.’
‘Chris? Chris wie? Ik ken zo veel Chrissen. Chris van Akker, Chris de Smet, Chris Pardon, Chris Hinze, Chris Berrie, Chris Schampschoot, Chris Opbok, Chris te Lijk, Chris van Vuuren.’
‘Ken jij al die Chrissen?’
‘Natuurlijk, anders ken ik hun namen toch ook niet?’
‘Dat is waar.’
‘Chris Fazantsnijder, Chris van Werven, Chris Preutslobber, Chris Veestapel.’
‘Chris Veestapel! Die is het.’
‘Chris Veestapel?’ vroeg ik. ‘Chris Veestapel? Zit die bij de politie, dan?’
‘Inderdaad.’
‘Krijg nou wat.’
‘Wat?’
‘Nooit geweten.’
‘En nu?’
‘Nu ga jij weg, Galvis. Ik zit hier met Renate en graag hebben wij wat privacy.’
Paul Galvis zakte zo ongeveer in elkaar. Slapjes stond hij op. ‘Dan ga ik maar. Fijne voortzetting.’
‘Doehoei,’ zei ik.

‘Zo, eindeijk alleen,’ zei ik. Ik hief mijn verse vaas. ‘Proost.’
We proostten. Renate hield boven tafel mijn hand vast. ‘Wat gebeurt er toch allemaal, Sjaak?’
‘Jacques. Er gebeurt niet zo veel, hoor. Maak je geen zorgen dat je iets mist.’
Renate glimlachte. ‘Echt niet? Nou, vorige week die zelfmoordpoging van Fred, nu weer dat verhaal hoe Paul mishandeld is.’
‘Ach, die homo’s zoeken het vaak zelf op. Met hun donkere stegen en zo. Hoorde je hoe hij mijn vraag ontweek?’
‘Welke vraag?’
‘Of hij pijn in zijn kont had gehad.’
‘Zou je denken dat hij juist van de actieve kant is?’
‘Dan was de vraag of hij pijn in zijn kont had misschien niet de goede.’
‘Ik zou hem niet hebben durven vragen: had je poep aan je leuter?’ Renate gierde om haar eigen grapje. Ik vond het een vies idee.
‘Kom, laten we een luchtje scheppen.’
‘Waar wil je heen, Sjaak?’
‘Naar de achtertuin. Volgens mij is het daar lekker rustig. Hebben we het rijk alleen.’

Daar zaten we allebei op het bankje met onze broek op de enkels. Ze had mijn orgaan met haar hand omvat en bewoog hem ritmisch op en neer. Mijn vingers vonden bij haar de juiste plekjes. Die troela begon me toch een pot te krijsen, zeg. Er moest nu even niemand anders de tuin binnenkomen, want die zou gaan denken dat het twaalf uur was op de eerste maandag van de maand. Renate zakte hevig kronkelend verder onderuit. Volgens mij kreeg ze orgasme na orgasme. Het leek wel of ze piste bij ieder hoogtepunt. Was dit geil? Een beetje. Niet echt. ‘Als je mijn ma maar niet neukt.’ Ik sloot mijn ogen, dacht aan Lobke en kwam klaar. Mijn goedje gutste over Renates warme handen.
‘Zo.’
‘Wat bedoel je?’ Renate keek om zich heen. Ze zocht waarschijnlijk iets om haar handen aan af te vegen.
‘Ik bedoel niets. Nu moet ik thuis gaan kijken of er mail is. Een fijne avond verder.’ Ik stond op, deed mijn broek omhoog, verliet de achtertuin en ging naar binnen om mijn bon te betalen.

Thuis haalde ik bier uit de koelkast. Ik nam enkele grote slokken. Toen liep ik naar de computer en die zette ik aan.
Er was mail. Van Fien.

‘Lieve Sjaak,
Wat fijn dat je me nog een kans geeft. Voor jou ben ik bereid om alles op te geven.
Ik heb het mijn man en de kinderen verteld. Ook heb ik mijn ontslagbrief verstuurd naar het bestuur van de kerkgemeente. De verslagenheid is groot, maar ik weet dat ik bezig ben met Het Goede: Liefde.
Zullen we overmorgen, zondagavond, afspreken in je stamkroeg? Dan bespreken we de details. Ik kom naar je toe met het openbaar vervoer, want ik laat alles, inclusief de auto, achter. Natuurlijk blijf ik bij je slapen. Ik verlang er al naar.
Dikke zoen,
Je F’


Apeldoorn, september 2013


Wordt vervolgd.
Een volgende keer: Sjaak (8): Sjaak

Lees ook:
Sjaak (1): Onnozelaars
Sjaak (2): Koppijn
Sjaak (3): Plakkerig
Sjaak (4): Weerzien
Sjaak (5): Preek
Sjaak (6): Niemand

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?