Sjaak (8): Sjaak

Zondag 8 december 2013

Door bazbo

Marcel Mooij

Ik geloofde er geen fuck van. Volgens mij zat die Fien me een beetje lekker te maken en ondertussen in haar vuistje te lachen. Dacht ze nou werkelijk dat ik tot de onnozelaars behoorde? Denk even nuchter na. Meisje van zestien zit op volleybal, vindt de trainer van vijf jaar ouder wel aardig en sleurt ’s avonds in bed de vinger door haar natte schacht. Jaren gaan voorbij. Trainer bouwt eigen leven op. Meisje studeert theologie, wordt dominee in de kop van Groningen, trouwt en krijgt twee kinderen. Dan plots via een volleybalforum krijgt ze weer contact met trainer, die inmiddels een werkloze en gescheiden veertiger is, net zoals alle andere werkloze en gescheiden veertigers. Ze ontmoeten elkaar één, nee twee keer. Tijdens de tweede keer wordt dominee dronken en er volgt een fikse sekspartij. Dominee kiest voor gezin en baan en zegt dat ‘we elkaar maar een tijdje niet moeten zien’. Nog geen week later: ‘Ik moet je zien.’ Bovendien is ze bereid alles op te geven om maar samen met haar volleybaltrainer te zijn. Man en kinderen zijn op de hoogte gesteld en haar ontslag bij de kerkgemeente ingediend. En nu zou ze vanavond hier naar café De Kalknagel komen. Voorgoed. Geloof je het zelf? Ik was geen onnozelaar. Dorstig was ik wel.

Ik stond op van mijn tafeltje en bij de bar bestelde ik een vaas. Het was die bolle Coby die ‘m tapte.
‘Hier,’ zei ze ongeïnteresseerd.
‘Daar,’ zei ik. Ik had zin om haar een mep voor haar bakkes te geven, maar ik deed het niet. Voor je het wist, stond die gluiperd van een Chris Veestapel te gluren en dan was ik het haasje. ‘Waar is je lekkere collega trouwens?’
‘Wie? Felicia?’
‘Ja, Felicia. Wie anders, bolle.’
Coby begon te huilen.
‘Wat is er? Stoppen met grienen, hoor.’
‘Soms kun jij zo tactloos zijn,’ snikte Coby.
‘Ik ben gewoon eerlijk rechttoe-rechtaan,’ haalde ik mijn schouders op. ‘Dan weet je waar je aan toe bent, bolle.’
Die griet zakte zowat door haar knieën heen van ellende.
Ik goot de vaas bier in een teug naar binnen en zei: ‘Maar genoeg gezellige kout nu. Doe mij nog een biertje.’
Met natte wangen ging ze aan het werk.
‘Goed zo,’ zei ik en ik pakte het glas aan. Toen draaide ik me om en wilde weer teruggaan naar het tafeltje. Bijna botste ik tegen iemand op.

‘Sjaak.’ Het was die hoe heette ze ook weer?
‘Dag Renate,’ schoot me net op tijd te binnen. ‘Jij hier? En je hebt je dochter meegenomen. Leuk.’
Renate Baardmans droeg een voor haar leeftijd veel te kort rokje en te strak topje. Haar haren had ze opgestoken en haar lippen roodgeverfd. ‘Ik weet niet of ik nog met jou wil praten, Sjaak.’
‘Doe maar Jacques. En natuurlijk wil jij met mij praten. Waarom niet?’
‘Je was niet bepaald invoelend, eergisterenavond.’
‘Invoelend? Invoelend? Wat is dat voor kutwoord?’
Renate zuchtte. ‘Ik heb het niet over een woord. Ik heb het over hoe je deed na afloop.’
‘Na afloop? Na afloop van wat? Ik was gewoon thuis. Alleen.’
‘Na afloop van die vrijpartij van vrijdagavond, hier in de achtertuin, Sjaak.’
‘Jacques.’
‘Jacques. Je dacht alleen maar aan jezelf.’
‘Wie niet, Baardmans? Wie niet? Maar waar doel je precies op?’
‘Nadat je was klaargekomen, trok je je broek weer op en ging je weg.’
‘Mens, denk aan je woorden. Er zijn kinderen bij.’ Ik keek naar Lobke. Zag die er even lekker uit. Met haar yogabroek en laarsjes en korte jasje en lange blonde haren en blauwe ogen. Ze stond bijna te schateren van het lachen. ‘Wat is er, meiske? En begroeten we elkaar niet meer?’
‘Dag Sjaak,’ zei het meisje en ze drukte haar beugel tegen mijn wang. Het glimmende zilver deed me bijna pijn in mijn ogen.
‘Laten we gaan zitten,’ zei ik.
‘Vooruit,’ zei Renate. ‘Eventjes.’ Ze deed het. Renate links, Lobke rechts van mij. Dat verbaasde Renate, dat haar dochter erbij kwam zitten. ‘Kind, moet jij niet naar de buren?’ vroeg ze aan haar.
‘Naar de Bar Goens?’ beet Lobke van zich af. ‘Nu? Nee, op Facebook zag ik dat ze vanavond een labberparty hebben.’
‘Een Labourparty?’ Renate schudde verward haar hoofd. ‘De jeugd van tegenwoordig is overal vroeg bij. Nu ook met buitenlandse politiek.
‘Een lebberparty?’ negeerde ik Renate. ‘Wat is dat?’
‘Een labberparty. Engels. De meiden dansen in het midden en de kerels staan eromheen. Als je danst, weet je dat je afgelebberd kan worden. De mannen mogen naar je toestappen en toeslaan.’
Een labberparty, dat leek me wel wat. Maar ik had even genoeg aan mijn hoofd. Eerst iets ophelderen bij Renate, dan zouden we later nog wel zien. ‘Willen jullie iets drinken?’ vroeg ik. Dat wilden ze. Natuurlijk. Renate bliefde wijn en Lobke een cola zonder suiker. Wat er dan wél in die cola zat, wist ik ook niet. Ik stond op.

‘Kijk nou eens,’ zei ik bij de bar. Naast Coby stond Felicia. ‘Daar ben je weer. Alles goed met de dikke buik?’
Coby begon weer te huilen.
‘Ik had het tegen Felicia.’
Coby rende grienend weg in de richting van de toiletten.
‘Met mij is het goed,’ zei de zwangere schoonheid. ‘Maar met Coby niet zo goed, geloof ik.’
‘Kijk maar uit met haar,’ zei ik. ‘Voor je het weet heb je weer een zelfmoordpoging in je kroeg.’
‘Praat me er niet van.’ Felicia trok een moeilijke smoel.
‘Wat trek jij een moeilijke smoel.’
‘Het is niet goed afgelopen met die zelfmoordenaar.’
‘Met Fred van Holwerk, bedoel je? Hoe bedoel je, niet goed afgelopen?’
‘Heb je hem niet als vriend op Facebook?’
‘Ik doe niets met Facebook.’
‘Als je hem als vriend wilt, ben je te laat.’
‘Hoezo?’
‘Hij heeft gisteren een volgende zelfmoordpoging gedaan. Deze keer is-ie geslaagd.’
‘Gefeliciteerd. Klik op Like.’
‘Niet zo hardvochtig, Sjaak.’
‘Jacques.’
‘Wees eens lief.’
Ik boog over de toog en gaf haar een kus. ‘Als je weer maandstonden krijgt, bel je me dan?’ vroeg ik.
‘Dat beloof ik,’ bloosde het serveerstertje.
‘En o ja, een wijn, een cola zonder suiker en een vaas bier.’

Met de bestellingen in beide handen ging ik terug naar het tafeltje.
‘Ik wil niet dat je naar zulke aflebberparty’s gaat,’ hoorde ik Renate tegen haar dochter zeggen.
‘Ben ik daar dan?’ snauwde Lobke. ‘Ik ben toch hier? Die stomme labberparty’s vind ik niks an.’
‘Dat valt me dan weer van je mee, meid. Gelukkig ben je nog niet helemaal een hoer.’ zei haar moeder.
‘Die party’s zijn me veuls te soft,’ ging Lobke verder.
‘Dames,’ onderbrak ik. ‘Geen onenigheid. Hier is iets te drinken. Op mijn kosten. Zomaar. Omdat het kan, ook al heb ik geen werk en is een uitkering geen vetpot.’
‘Dank je, Sjaak.’
‘Jacques graag, Renate. Waar wilden we het ook weer over hebben?’
‘Over vrijdagavond.’
‘Och dat. Kijk, Baardmans. Het is eenvoudig. Gedane zaken nemen geen keer. Je moet begrijpen dat de hele situatie fysiek veel van mij vraagt. Ben ik eenmaal moe en ledig, dan kan ik informatie niet meer goed verwerken. Mijn emotionele belastbaarheid is beperkt. Dan moet ik naar huis. Dat gebeurde er vrijdagavond.’
‘Ach zo,’ knikte ze begrijpend. Wat een troela. Ik lulde maar wat en zij ging hier even de begrijpende vrouw uit zitten hangen. Overal onnozelaars. Gek werd ik van ze. Ik keek naar mijn andere zijde en gaf Lobke nog maar eens een knipoog. Uit het zicht van haar moeder tuitte ze haar lippen en onder de tafel wreef ze met haar laarsje langs mijn scheenbeen.
De deur van het café De Kalknagel ging open. Daar was Chris Veestapel. Hij keek depressief de kroeg rond en liep toen naar de bar. Bij Felicia bestelde hij iets. Zie, die bolle Coby kwam ook weer achter de toog staan. Die dacht zeker dat niemand haar roodomrande ogen zag. De drie raakten zo te zien verwikkeld in een serieus gesprek.
‘Ik moet plassen,’ zei Renate Baardmans. Ze stond op en liep in de richting van de toiletten.

‘Even alleen, Lobke,’ zei ik tegen het mooie blonde meisje. ‘Dat vind ik leuk.’
‘Ik ook,’ antwoordde ze. ‘Met mijn mam erbij wordt het zo gauw zo’n pauperzooi.’ Ze boog naar mij toe. ‘Wat ik alleen niet zo leuk vind,’ fluisterde ze in mijn oor, ‘is dat je het met ma hebt gedaan. Je had het beloofd!’
‘Ik heb haar niet geneukt, zoals ik inderdaad had beloofd.’
‘Maar je kwam wel klaar?’
‘Ze kon haar handen niet thuishouden. Echt. Geloof me. In werkelijkheid geef ik niets om haar.’
‘Ik weet niet wat daar waar van is, Sjaak.’
‘Doe maar Jacques. Ik ben nog nooit zo eerlijk geweest, lieve Lobke. Want ik verlang naar jou.’
‘Naar mij?’
‘Ik ben zo blij dat je hier bent,’ fluisterde ik. ‘Ik moest je zien.’
Ze schrok. ‘Waarom?’
‘Begrijp je het dan niet?’
‘Wat moet ik begrijpen?’
‘Ik ben verliefd op jou. Geloof ik.’
‘Je weet het niet zeker?’
‘Doe nou eens lief tegen me, Lobke.’
‘Waarom? Ik ken je niet eens. Je bent een ouwe vent, Sjaak.’
‘Ssst,’ deed ik.
Daar was Renate weer.

‘Heb je nog sollicitaties lopen, Sjaak?’ vroeg die, toen ze weer naast mij zat.
Waar bemoeide dat mens zich mee? Ik voelde een hand op mijn dijbeen. Van wie was die hand? Hij lag op mijn linkerdijbeen, dus het moest bijna wel die van Renate zijn. Ik besloot iets terug te doen en deed onder de tafel bij haar hetzelfde. Ze keek me aan en glimlachte. Langzaam schoof haar hand naar de bobbel in mijn broek. Die van mij gleed omhoog tussen haar benen. Haar rokje zat hoog opgeschoven. Potjandorie, dat mens droeg geen slip. Mijn vingers werden vochtig.
Ik keek naar Lobke en gaf haar een knipoog. Ze deed haar ogen half dicht en stak geil haar tong uit. Dit werd nog wat.
‘Ja, een stuk of wat,’ loog ik. Ik had wel wat anders aan mijn kop. ‘Ik weet van gekkigheid niet waarop ik moet solliciteren, dus solliciteer ik maar op alles wat ik tegenkom.’
‘Jij wilt tenminste werken,’ kreunde dat wijf van een Baardmans. Die zat hier zichtbaar te genieten. Nog een wonder dat haar dochter het niet doorhad. ‘Daar kunnen vele anderen een voorbeeld aan nemen.’

Verroest, wie kwam er nou weer bij onze tafel staan? Het was die idioot van een Paul Galvis.
‘Dag. Goed dat ik er bij kom zitten?’ Nee, natuurlijk niet, bospik. Ik trok mijn hand tussen Renates benen vandaan en rook even aan mijn vinger. Zurig, zurig. Galvis zag mijn giftige blik niet en nam plaats op het plekje tegenover mij. Nu had hij Renate rechts en Lobke links van hem. Ik zag Lobke gruwen. ‘Het is me allemaal wat, de laatste tijd.’
‘Wat bedoel je, Paul?’ vroeg Renate.
‘Nou, eerst word ik in elkaar geslagen.’
‘Je oog is gelukkig al niet meer zo blauw.’ Nee, inmiddels was het groenbruin en zag het er nog minder uit. ‘Hoe staat het met het onderzoek naar de dader?’ Ik spitste mijn oren.
‘Chris Veestapel doet zijn best. Hij zegt dat hij dichtbij is.’
‘Weet hij al wie jou dit heeft aangedaan?’ vroeg ik. Zo leek het net of ik er niets mee te maken had.
‘Dat weet ik niet, Sjaak.’
‘Doe maar Jacques.’
‘Ik hoop dat het gauw goed komt, Paul,’ zei Baardmans. Ik niet, dacht ik.
‘Ik ook,’ zei Galvis. ‘Want het is niet het enige dat me bezighoudt. Er is ook nog dat hele gedoe met Fred.’
‘Gut, je bent ervan van slag, hè?’ Plots was de hand van mijn dijbeen verdwenen. Renate leek van het ene moment op het andere al haar aandacht te vestigen op die Galvis. Ik verdacht haar ervan dat haar hand nu bij die idioot op z’n tent lag. ‘Toch ook mooi om te zien hoe veel reacties er op Facebook zijn.’
Fuck Facebook, dacht ik. Ze maken er elkaar helemaal gek. Het is een grote incestueuze bende.
‘Weet jij wanneer de uitvaart is?’ vroeg Renate.
Vanaf hier volgde ik het hele gesprek maar nauwelijks. Voortdurend moest ik kijken naar het mooie meisje dat vlak naast mij zat. Omdat ik niet wilde dat het al te zeer op zou vallen, keek ik af en toe ook even het café De Kalknagel rond. Zie daar, Chris Veestapel ging naar de wc. Dit was een kans.
‘Ik moet even naar het toilet,’ zei ik en ik stond op.
Renate leek het niet te horen en bleef in gesprek met Galvis.
Ik keek naar Lobke. Met mijn ogen, met opgeheven wenkbrauwen en een hoofdknikje lonkte ik haar in de richting van de achtertuin. Toen liep ik naar het toilet. Even keek ik achterom. Ik zag dat Lobke ook opstond en naar mij toe kwam.

In het herentoilet stond Chris Veestapel te pissen. Verder was er niemand. Die Veestapel had niet door dat ik het was die binnenkwam. Ik haalde uit en gaf hem een beuk tegen zijn achterhoofd. Hij sloeg met zijn smoel tegen de muurtegels en zakte gelijk onderuit. Wat een slapjanus. Ik sleepte hem naar het toilet, duwde hem het hok in en deed de deur dicht. Bloed was overal. Tijd om schoon te maken nam ik niet. Ik piste, waste mijn handen en ging naar de tuin.

Het was er tamelijk donker, dus ik moest even zoeken. Daar, achterin stond ze. Ik liep naar haar toe. Vrijwel onmiddellijk lagen haar armen om mijn nek. Mijn tong bleef bijna haken achter haar beugel.
‘Je zoent lekker voor een vijftienjarige,’ zei ik. In werkelijkheid deed het zeer. Volgens mij bloedde ik. Maar dat vertelde ik haar niet. Het meisje had nog een klusje te klaren.
‘Echt?’ vroeg ze met glimmende ogen.
‘Hier, moet je kijken.’ Ik opende mijn broek en trok hem samen met mijn slip omlaag. Voorts toonde ik haar mijn tamelijk harde penis.
Lobke maakte aanstalten om door haar knietjes te zakken.
‘Nee, niet met je mond,’ zei ik. ‘Met dat metalen hekwerk in die muil van jou riskeer ik liever niet mijn voorhuid.’
‘Wat wil je dan?’
‘Zwanger moet je nog maar niet worden.’
‘Mijn kont kom je mooi niet in. Ik rag je wel even af.’ Ze pakte mijn orgaan beet en begon aan de klus.
Ik gooide mijn hoofd in mijn nek en vroeg: ‘Moet je d’r nog een breezer of zo voor hebben?’
‘Breezers zijn uit,’ zei Lobke. ‘Dacht je soms dat ik een slet was? Dan bekijk je het maar.’ Ze hield op. ‘Tuurlijk ben jij een sloerie,’ zei ik en ik gaf haar een pets tegen haar wang. ‘Schiet op, kutkind. Ga door.’
‘Zoek het uit, zeikerd!’ riep ze.
Plots hoorde ik een gil van iemand anders.

Ik keek op. Daar stond Renate Baardmans ons met open mond aan te staren. Naast haar stond Felicia met haar bolle buik en uitpuilende ogen. En dan vlak daarachter verscheen iemand met twee koffers in de hand. Het was Fien.
Ik hees mijn broek op. ‘Jammer, Lobke. Vandaag zit het er even niet in.’
‘Sjaak!’ riep Felicia. ‘Ik dacht dat jij en ik …’
‘Jij en hij?’ schreeuwde Renate Baardmans ertussendoor. ‘Ik dacht dat ik en hij … maar kennelijk is het zij en hij.’
Fien deed een stap dichterbij. Ze liet haar koffers naast zich op de grond vallen en begon te huilen.
Het leek me beter dat ik in dit tafereel geen actieve rol meer speelde. Ik ritste mijn gulp dicht, stak mijn tong tussen de ijzeren sluizen van Lobkes mond en zei: ‘Dag schat, als je achttien bent, zoek je me dan nog eens op?’
Antwoord wachtte ik niet af. Ik liep naar de deur van het café. Toen ik de drie vrouwen passeerde, zag ik dat ze me allemaal aan stonden te gapen. Binnen was volk. Galvis kwam op mij af. Ik gaf hem een knietje. Hij sloeg dubbel. Toen zijn hoofd naar beneden kwam, ramde ik met twee vuisten omhoog tegen zijn bruingroene oog. Hij viel opzij en ik spoedde mij naar de bar. Op het moment dat ik langs de toiletten kwam, ging de deur van de heren open en verscheen Chris Veestapel. Zijn gezicht zag er verschrikkelijk uit en zijn kleren zaten onder het bloed.
‘Maandstonden, Veestapel?’ vroeg ik en ik liep door. Bij de bar gooide ik wat biljetten onder bolle Coby’s neus en voor ik het wist stond ik buiten.

De nacht was donker. Maar dat was de nacht altijd al. Dat heb je zo zonder zonlicht. Even had ik met het idee gespeeld om de Bar Goens binnen te gaan om eens te zien of er bij die labberparty een deerne was die het seksuele karwei dat Lobke was begonnen kon afmaken. Maar ik deed het niet. Genoeg onnozelen ontmoet, vandaag. Bovendien had ik dorst.
Thuis nam ik een bier en nog een bier. Staand bij de koelkast goot ik de ene fles na de andere mijn keelholte in. Met een vijfde liep ik naar de bank. Daar plofte ik neer. Diep ademde ik in en ver ademde ik weer uit. Toen zette ik de vijfde fles aan de mond. Die was leeg voor ik het wist. Dan maar weer opstaan en naar de koelkast. Deze keer nam ik er drie tegelijk mee.

Allemensen, wat een rampscenario, vanavond. Het leek allemaal zo veelbelovend. Eerst Felicia met haar mooie bolle babybuik, dan Renate die haar hand op mijn bobbel legde, de prachtig blonde Lobke die een veertiger wel wilde plezieren en het onwaarschijnlijke, maar misschien toch mogelijke vooruitzicht op een herontmoeting met Fien.
Het mocht echter niet zo zijn. Felicia is zwanger, godbetert. En niet eens van mij. Niet dat ik ooit een kind zou willen. Ik moet er niet aan denken, zeg. Stel je voor dat hij op mij gaat lijken. Renate Baardmans, dat is gewoon een psychopathische borderliner of is dat dubbelop? Ze ziet er lekker uit, maar veel moet ik eigenlijk niet van haar hebben. Hoewel, ze is goed voor een robbertje pretseks. Het meiske Lobke, haar dochter nota bene, is als je het goed beschouwt een kutpuber. Kutpuber is ook dubbelop. Toegegeven, de prille tietjes en billetjes en beentjes brengen het beste in een man naar boven, maar haar mylittleponygedrag is iets om te ontwijken. Net als die beugel in d’r bek. Het bleef een minderjarig mokkel. En dan Fien. Dat geloof je toch niet? Dat malle mens zet haar hele leven op het spel! Ze gaat bij haar man en kinderen weg en zegt haar domineebaantje op. Waarom? Om met mij samen te kunnen zijn? Geloof je het zelf? Toch zou ik het moeten geloven, want ze kwam met haar koffers in haar hand naar café De Kalknagel.
Het allergenantste was nog wel dat Felicia, Renate en Fien getuige hebben moeten zijn van Lobkes halfzachte poging om mij aan mijn seksuele genot te helpen. Dit verhaal kende geen spetterend hoogtepunt.
Nee, echt alles was verkeerd gegaan, de afgelopen tijd. ‘Het leven is kut. Gewoon kut,’ zuchtte ik. ‘Kut met hoofdletters. Kaa. Uu. Tee.’
Ik nam nog een slok. De deurbel ging.

Ik zette mijn bierfles op de salontafel, liep naar de hal en opende de deur. Er stonden twee mannen.
‘Meneer Ondermaat?’ vroeg een van hen. ‘Sjaak Ondermaat?’
‘Doe maar Jacques,’ zei ik. ‘Geen Sjaak.’
‘Meneer Jacques dan. Jacques Ondermaat?’
‘Dat ben ik.’
‘Politie.’ Hij hield iets omhoog. Ik kon het zo gauw niet zien. Vast een legitimatiebewijs. ‘Wij nemen u mee naar het bureau voor een ondervraging.’
Ik was te laat om de deur dicht te gooien en te vluchten. Die andere vent had zijn voet al tussen de deur gestoken. Ik kon niet anders doen dan de beide mannen aangapen als een onnozelaar. Toen zag ik iets verderop, aan het begin van de galerij, nog iemand staan.
Tsjonge, dacht ik. Nu is het echt zo. Nu ben ik echt de Sjaak.

EINDE


Apeldoorn, september 2013

Lees ook:
Sjaak (1): Onnozelaars
Sjaak (2): Koppijn
Sjaak (3): Plakkerig
Sjaak (4): Weerzien
Sjaak (5): Preek
Sjaak (6): Niemand
Sjaak (7): Liefde

 

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?