Vakman (S003)

Zondag 3 mei 2015

Door bazbo

Marcel Mooij

De afvalbak puilde uit. Lege flesjes, plastic zakken en papieren proppen lagen her en der op de grond. Hij zat het te bekijken en inwendig schudde hij afkeurend zijn hoofd. De bank stond bij de bushalte. Niet dat hij op een bus wachtte. Hij hoefde nergens heen. Al tijden niet meer. De enige afspraken die hij had, waren met zijn behandelaar.
Het was heerlijk hier op het bankje, ook nu zo ’s morgens vroeg. De duisternis maakte langzaam plaats voor de dagenraad. ‘Dagenraad’, dat vond hij een mooi woord, met die tussen-n zo in het midden. Als schrijver gebruikte hij het maar wat graag. Hij vroeg zich echter wel af of hij zichzelf nog schrijver mocht noemen. Hoe lang was er al geen fatsoenlijk stuk tekst uit zijn vingers gekomen?

Plots was hij niet langer alleen. Er waren twee jongemannen bij de bank komen staan.
‘Shit man, weet je,’ begon de ene. Hij droeg een zwart strak leren jasje, een ruime spijkerbroek en een zorgvuldig getrimd baardje. ‘Moet ik nog wachten…’ Op het display dat bij de bushalte stond, was te zien dat het nog vier minuten zou duren voordat de bus arriveerde. ‘Hier.’ Een beetje stiekem drukte hij iets in de handpalm van de andere jongeman.
Die andere jongeman droeg een honkbalpetje achterstevoren op zijn hoofd. Gretig ontving hij hetgeen de ander had gegeven en hij kwam ook op het bankje zitten. De jongeman met het baardje kwam erbij staan. ‘Dit is goeie spul, weet je.’

Aha, een van de twee is een allochtone medelander, realiseerde hij zich. Ik zal het eens bekijken en volgen; mogelijk zit er stof voor een stuk in.
De jongeman met het petje haalde een buil shag uit de binnenzak van zijn jack tevoorschijn en legde een grote vloei op zijn schoot. Er ging een pluk tabak op en vervolgens peuterde hij een klein plastic zakje uit de half gesloten hand die had aangenomen wat die ene jongeman hem had gegeven.

Wat zou er in dat zakje zitten? vroeg hij zich af. Zo onopvallend mogelijk probeerde hij vanuit een ooghoek gade te slaan wat de twee jongemannen aan het doen waren. De ene stond toe te kijken hoe de andere de flinke sigaret vulde met een deel van de inhoud van het zakje. Een paar tellen later was de sigaret klaar.
Hij vond dat die jongen met dat petje zo ondeugend op zijn hoofd een guitig koppie had. Hoe oud zouden deze twee knullen zijn? Ze spraken af en toe zinnen in een vreemde taal, maar hij hoorde er ook veel Nederlands doorheen, zij het Nederlands met een zwaar Arabisch accent.
Opeens riep de ene: ‘Vakman!’

Hij schrok. Even keek hij weg, angstig dat ze door hadden dat hij hen volgde. Maar toen hij stiekem weer keek, bleek dat niet zo te zijn. Wat leuk dat ze elkaar complimenten geven over elkaars kunnen. Maar hij sprak het wel wat kribbig uit. Het klonk als ‘Fakman!’ Misschien was dit te wijten aan zijn Arabische accent? En het leek of hij boos werd. Hij stond op, liep naar de ander toe, maakte een slaande beweging en riep het nogmaals: ‘Fak, man!’ En moest je nu zien: hij schopte de ander tegen zijn been.
Die ander sprong opzij en maakte een afwerende beweging. ‘Hou op man, weet je!’ klonk het. ‘Ik moet weg.’

De bus was eraan gekomen. Beiden hieven hun vuist en lieten die tegen elkaar aan botsten. Toen stapte de jongeman met het baardje in; de andere keek hem na hoe hij in de bus een plekje zocht helemaal achterin. Ze staken allebei een vuist met de duim omhoog. De bus vertrok.
De jongeman met het petje op zijn hoofd draaide zich om en liep in de richting van de grote flat aan de overkant van de straat.

Hij trilde en merkte dat hij was geschrokken. Niet eens van het voorval tussen de twee jongens, maar veel meer van zichzelf, dat het hem zo raakte. Er sprongen tranen in zijn ogen.
Nee, zo bedacht de schrijver, ik begrijp niet zo veel van de huidige omgangsvormen.


Apeldoorn, november 2014

Dit is het derde deel van de eindeloze serie Schrijver.

Lees ook:
Kartelmes (S001)
Zakgat (S002)

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?