‘Mensenrechten beginnen in je straat’
Door Redactie

Amnesty-activist Hildegard Braam vertelt bevlogen over haar werk en missie voor mensenrechten. Braam is actief binnen Amnesty International als gastdocent en organizer van de werkgroep Apeldoorn. Ze geeft presentaties en gastlessen op scholen en werkt aan de versterking van Amnesty’s lokale beweging. “Mensenrechten zijn geen luxe. Ze beginnen bij jou thuis, op school, op het werk,” zegt ze. “Als we het daar niet geregeld krijgen, kunnen we het ook niet van onze leiders verwachten.”
Van schrijfactie tot wereldbeweging
Amnesty International ontstond in 1961 na een succesvolle schrijfactie van de Engelse advocaat Peter Benenson. Twee Portugese studenten werden veroordeeld tot zeven jaar cel voor het uitbrengen van een toast op de vrijheid. Benenson besloot actie te ondernemen — en met succes. De studenten kwamen vrij, en het idee voor Amnesty was geboren.
Inmiddels is Amnesty uitgegroeid tot een wereldwijde mensenrechtenorganisatie, die strijdt voor een eerlijke, veilige en rechtvaardige wereld. Braam: “Amnesty doet grondig onderzoek, brengt schendingen in de publiciteit en zet aan tot actie. Ook in Nederland, bijvoorbeeld bij het verbod op etnisch profileren.”
Mensenrechteneducatie in de klas
De inzet van Braam is niet alleen internationaal zichtbaar, maar juist ook lokaal voelbaar. Ze ontwikkelde een programma voor mensenrechteneducatie, gericht op het mbo en voortgezet onderwijs. Om het programma te versterken zocht zij de samenwerking op met Discriminatie.nl en Stichting Samenspraak. Haar lessen zijn geen standaard college, maar interactieve sessies vol storytelling, bewustwording en dialoog.
“Ik maak lespakketten op maat, afhankelijk van de doelgroep, leeftijd en wat er leeft in de groep,” legt ze uit. Thema’s als discriminatie, vrouwenrechten of vluchtelingen komen aan bod. Centraal staat de escalatieladder: hoe een ogenschijnlijk onschuldige opmerking kan leiden tot uitsluiting, haat en in het uiterste geval zelfs geweld of genocide. “Het begint met woorden,” benadrukt Braam. “Auschwitz begon ook niet met gaskamers, maar met boeken en retoriek.”
Emotie en inzicht
De lessen blijven niet zonder impact. Braam vertelt over studenten die hun ervaringen met racisme durven te delen — soms voor het eerst. “Dat zijn emotionele momenten. Maar ook waardevol, omdat de klas dan vaak in verbinding komt. Jongeren beseffen: dit gebeurt echt, ook hier.”
Dat bewustzijn is belangrijk, maar niet voldoende. “Ik wil jongeren handelingsperspectieven bieden. Wat kun je doen als je onrecht ziet? Niet iedereen hoeft op de barricade. Maar iedereen kan iets betekenen — al is het door een situatie te benoemen, te normeren, steun te bieden of het gesprek aan te gaan.”
Van toeschouwer naar bondgenoot
In haar lessen leren jongeren hoe zij van bystander een upstander kunnen worden: iemand die opstaat voor de ander. Daarbij past geen standaardantwoord. “Het hangt af van de situatie, en van wie je bent. Je hoeft niet fysiek in te grijpen. Je kunt ook iets documenteren, 112 bellen, of later iemand aanspreken,” legt Braam uit. “Het belangrijkste is: blijf niet stil.”
Universeel, niet onderhandelbaar
Het verhaal van Braam laat zien hoe universele mensenrechten heel concreet en dichtbij kunnen zijn. In Apeldoorn, in de klas, op straat. “Het universele aspect is juist het krachtigste,” zegt ze. “Dat het altijd en overal geldt, voor iedereen. Niet alleen als het ons uitkomt.”
Braams boodschap is helder: “Je hoeft niet perfect te zijn. Maar als je iets ziet dat niet klopt — kijk niet weg. Wees moedig. Dat is waar mensenrechten beginnen.”
