José Bonenberg: ‘De markt is meer dan winkelen’
Door Gerrit Steenbergen
Voorzitter ambulante handel spreekt over 150 jaar marktgeschiedenis, tijdelijke verplaatsing en waarom de zaterdagmarkt zo belangrijk is.
José Bonenberg zit al decennia in de ambulante handel samen met haar man – dat moeilijke woord voor alles wat reizend in de openbare ruimte verkoopt. Als voorzitter van de afdeling ambulante handel van Apeldoorn (een landelijke organisatie) weet zij als geen ander hoe het gesteld is met de markt. En daar is nogal wat aan de hand.
Een lange geschiedenis
De markt bestaat hier al rond 1880, schat ik,” zegt José . Landelijk leeft de markt al meer dan 150 jaar. In Apeldoorn hebben we van alles gehad: de kippenmarkt, de stoffenmarkt, de automarkt. Veel daarvan is verdwenen. En ook wij passen ons aan de tijd aan.
De oorzaken zijn bekend: goedkope ketens als Primark en Zara, online winkelen, en collega’s die liever naar grote stoffenspectakels in België en Duitsland trokken. Ze waren daar in het weekend, dus ze waren niet op de maandagmarkt. Ze hebben het zelf een beetje kapot laten gaan, zegt Bonenberg nuchter.
Toch floreren de markten in Apeldoorn. Maandag, dinsdag, woensdag, donderdag – er is altijd wel markt. Het Fort, de Eglantier, Schubertplein, Anklaar en de biologische martkt. Corona heeft ons geholpen, geeft Bonenberg toe. We waren essentieel en in openlucht. Toen mochten we open blijven, terwijl veel winkels dicht waren. De consument ontdekte ons opnieuw.
De tijdelijke verplaatsing: een zorg
Maar er is een grote verandering aan de gang in Apeldoorn. Het Stadspark wordt aangelegd, en daarmee verdwijnt de tijdelijke uitwijklocatie aan de Hofstraat. We krijgen hier ruimtetekort. De gemeente wil ons 4 keer per jaar verplaatsen naar een langgerekt traject: van Shabu Shabu via de Kanaalstraat, langs het Kadaster, de Brinklaan, tot aan de Beekstraat.
Dat is een flinke afstand. Ik ben benieuwd of we nog voldoende publiek krijgen. Want dat is niet zo gezellig als een Albert Cuyp, zegt zij, vooral omdat we slechts enkele rijen hebben, dus geen kramen tegenover elkaar. Het huidige Marktplein heeft voordelen: een parkeergarage eronder en fietsenstallingen rondom en de klanten kunnen hun boodschappen wegbrengen voordat ze gaan winkelen in de binnenstad. Straks is dat niet meer mogelijk. Het worden lange afstanden.
Bonenberg pleit voor tegenover elkaar staande rijen – zoals nu – in plaats van enkele rijen. Dat heeft alles te maken met gezelligheid en met hoe klanten winkelen. Ze kijken links en rechts, ze doen twee rijen in één klap. Ook voor winkeliers is het ongezellig, ze kijken tegen de achterkant van een kraam.
Terrassen en evenementen
Een motie van drie politieke partijen (VVD, ChristenUnie en lokaal) wil de markt opleuken met terrasjes en evenementen, ook op zaterdag. Jose Bonenberg is daar voorzichtig mee. Ik heb niks tegen horeca terrassen op andere dagen. Maar zaterdag? Nee. De zaterdagmarkt vormt de kern van ons bestaan en onze klanten. Dat is onze dag.
Zij verwijst naar voorbeelden in Antwerpen, Brussel en dichterbij Deventer waar markten en horeca flexibel samenwerken. Terrassen gaan weg als de markt begint, en worden opgebouwd als we weg zijn. Dat kan gewoon.
Elektrische vrachtwagens: te vroeg
Een ander knelpunt: de zero-emissiezone. Niet dat wij als ambulante handel niet willen investeren in een beter milieu voor ons allen, maar het moet haalbaar en betaalbaar zijn. Haalbaar is het tot op heden nog niet om de eenvoudige reden dat de huidige elektrische voertuigen niet voldoende power hebben om de verkoopwagens te trekken en het prijskaartje is zeker 1,5 keer hoger ten opzichte van een dieselauto met voldoende trekkracht.
En de actieradius? Wij komen uit Apeldoorn maar als je uit Spakenburg komt moet je hier opladen. De infrastructuur ontbreekt. In Amsterdam, Den Haag, Leiden is het ingegaan. Maar hier in Apeldoorn? Nee. En dan moeten vijftig ondernemers tegelijk opladen? met te weinig capaciteit.
Er is nu uitstel tot 2030. Daar ben ik hartstikke blij mee. Tegen die tijd zijn er hopelijk wel geschikte voertuigen.”
Wat maakt de markt speciaal
Jose vertelt over een weduwe die zaterdags op de markt kwam. “Ze zei: dit is het eerste gesprek sinds een week dat ik iemand spreek. Daar schrok ik van.”
De markt is meer dan winkelen. Wij kennen onze klanten. We weten van geboortes, van sterfgevallen. We geven gratis advies: hoe snij je bloemen af, hoe lang doe je vis in de oven. En het sociale contact – mensen wachten geduldig en maken een praatje met de buurman.
Bonenberg ziet ook dat Apeldoorn veranderd is. Dertig jaar geleden kende ik iedereen. Nu is het veel abstracter geworden. Maar op de markt? Daar herken je gezichten. Daar weet je: die heb ik gemist, fijn dat je er nog bent.
Wat nu?
De zaterdagmarkt loopt goed. De wijkmarkten ook. José is opnieuw voorzitter geworden na een tijdje te zijn weggeweest. Ik denk dat we best wel tevreden zijn, zolang we maar flexibel kunnen blijven, en zolang de zaterdagmarkt niet wordt opgeofferd aan evenementen en er een goed alternatief voor de uitwijklocatie is.
Gesprekken met de gemeente over voorwaarden en de belangen van de ondernemers staan altijd onder spanning het vereist veel wijsheid om daar goed uit te komen van beide kanten.
