Apeldoorn draagt een ANWB jas

Dinsdag 9 juni 2026

Door Redactie

Creatief maker Erik Nieuwenhuis reageert op een recent stuk van Jasper van der Graaf over de identiteit van Apeldoorn.

Als Apeldoornse creatieve maker vind ik het leuk er even op te reageren!

Apeldoorn heeft veel waar andere steden jaloers op zijn: de Veluwe, ruimte, bereikbaarheid, relatief weinig grote stedelijke problemen, historie, cultuurinstellingen, evenementen en een groeiende bevolking. Maar wat vaak ontbreekt is een gevoel van avontuur, lef en eigenheid.

Als je Apeldoorn vergelijkt met steden die boven hun gewicht boksen:

  • Eindhoven > design, technologie, innovatie (wat is het gebied rond het klokgebouw een tof voorbeeld van hoe een geürbaniseerd Zwitsal zou kunnen zijn, mits de superbelangrijke evenementenfunctie helemaal behouden blijft!)
  • Arnhem > kunst en mode, creativiteit, stads
  • Nijmegen > oudste stad, studenten, alternatief
  • Zwolle > historisch centrum, hanzestadvibe, gastronomie, cultuur, sterk in muziek (Hedon en bevrijdingsfestival)

En Apeldoorn? Vaak hoor je: groen, veilig, ruim, prettig wonen. Tja… gáááp.

Netjes binnen de kaders

Dat zijn mooie eigenschappen… maar niemand reist ergens naartoe omdat het er voor de inwoners ‘prettig wonen’ is. Dat is ook waarom Jaspers vergelijking met ‘aardig’ zo sterk is. Iedereen vindt aardige mensen prettig, maar zelden inspirerend. Hetzelfde geldt voor steden.

Wat mij altijd opvalt aan Apeldoorn is dat er vaak een soort voorzichtigheid hangt. Apeldoorn is een beetje als je opa die net met pensioen is: heus nog actief, maar qua ideeën al een beetje grijs. Apeldoorn draagt een ANWB huismerk jas. Projecten moeten breed draagvlak hebben, niemand mag zich eraan storen, alles past netjes binnen bestaande kaders. De organisatoren binnen het cultuurkwartier passen wat mij betreft in dat brave karakter. Neem Royal Light / Maaiveld, het is heus aardig en goed bedoeld, maar ook heel braaf. Je kunt je oma er mee naartoe nemen. Maar zo krijg je zelden iets iconisch, waarvan ze twee provincies verderop zeggen: ‘What the fuck doen ze daar?!’ De naam Maaiveld is wel eerlijk gekozen. Het is immers niet ‘Boven het maaiveld’.

Urban cultuur en evenementen

Het evenment Urban Apd is moedig, maar wel netjes op één dag op de stoep van het stadhuis, heeft een gemeentekleurtje, keurig met een praatje van een wethouder die het opent (‘Jaja, we zijn vandaag urban’). Daarna is deze cultuur amper zichtbaar. Volgens mij is een gemeente niet hetzelfde als een urban cultuur, want urban cultuur komt van onderaf, niet van bovenaf. We hebben geen spraakmakende / grote / gedurfde street art, geen skatepark van betekenis meer voor de regio, de hiphop scene is niet zichtbaar op straat. Als een straatlantaarn wordt volgeplakt met urban stickers, worden deze verwijderd door de gemeente. We verwijderen rauwe randen, alles wordt haastig aangeharkt.

Abnormaal is wel iconisch en nieuw. Een housefeest in de Grote Kerk schuurt, werpt felle discussies op, maar dat is ergens goed. We hebben meer van dit soort dingen nodig om ons te onderscheiden, aantrekkelijk te worden voor nieuwe generaties en niet alleen het ‘aardige’ publiek te bedienen. Gigant doet veel goeds (zoals Stadsoase). Drakenboot is sterk. Roots in the Woods was origineel.

Deze voorbeelden alleen kunnen de kar nog niet trekken, we hebben nog te weinig waarvan mensen zeggen: “Wat een sick idee, maar het werkt.” We doorbreken het ‘aardige’ karakter van onze stad nog niet. Maar Apeldoorn zou daar wel ruimte voor hebben.

  • experimentele architectuur;
  • opvallende openbare kunst (meer gek, groot, ruig of wauw-effecten);
  • festivals die echt nergens anders bestaan. Had ‘Where the Sheep sleep’ hier behouden bijvoorbeeld, hoe lekker alternatief was het dat er door heel Nederland geruchten gingen ‘In Apeldoorn lopen ze naakt rond’… Burning Man binnen onze stadsgrenzen, dat wíl je!
  • een veel sterker profiel rondom natuur / technologie / events;
  • een identiteit die verder gaat dan “de stad naast de Veluwe”.

Toegangspoort

De ironie is dat Apeldoorn vaak wordt verkocht als toegangspoort tot iets anders: de Veluwe, Paleis Het Loo, Apenheul. Apeldoorn is de ‘poort’… maar nooit de eindbestemming. Terwijl een stad pas echt interessant is wanneer zij zélf de bestemming wordt.

Lokaal patriottisme

Veel Nederlandse steden en regio’s hebben hun eigen stukje lokaal patriottisme. In Deventer hebben ze de Eagles, in het centrum kun je kleding kopen waarop trots de naam Deventer of Kowet staat afgebeeld. Denk ook aan iAmsterdam, Rotterdam (Roffa in de hiphop cultuur) en de regiotrots van Achterhoekers, Brabo’s of Twentenaren. Veel jongeren uit stedelijke gebieden uiten zich met hun kerngetal… ‘030 represent!’

Ze laten de stad of regio waar ze vandaan komen deel uitmaken van hun identiteit.

Apeldoorn heeft dit niet. Veluwenaren hebben dit onderling ook niet. Wij scharen ons als bevolking niet achter een gemeenschappelijke trots of identiteit. Als je elders in Nederland meldt dat je uit Apeldoorn komt, krijg je soms als reactie ‘Wat is daar te doen dan?’ Ze kennen Apenheul of de Julianatoren van een schoolreisje vroeger, maar dat is het dan wel.

Het ontbreken van lokaal patriottisme toont het probleem dat Jasper benoemt aan vanuit een andere hoek. Als een stad geen sterk eigen verhaal heeft, ontstaat er ook geen sterk ‘wij-gevoel’. Dat is waarom er – denk ik – geen markt is voor Apeldoornse merchandise. Zouden we met hoodies waar ‘055’ of ‘Apd’ op staat gaan lopen? Zijn we er trots genoeg voor? Ik zou het graag zien gebeuren!

Het brave “groen en leefbaar” is een kwaliteit. Maar geen identiteit.

Meer lezen over stad

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!