Kunst die terugkijkt
Door Jasper van der Graaf

Wie met de trein reist heeft misschien het werk van Sick Society gezien. Vanuit de ooghoek flitst ineens een beeld voorbij op een meterkast, een onooglijke muur of een viaduct. Een verwrongen gezicht in zwart en wit dat je aankijkt en de aandacht opeist. Vaak verdwijnt het alweer voordat je het helemaal hebt kunnen zien. Juist daarin schuilt de kracht van stencil art.
Stencilkunst ontstond eind jaren zeventig en begin jaren tachtig als een praktische vorm van straatkunst. Kunstenaars als Blek le Rat gebruikten uitgesneden sjablonen om snel en trefzeker beelden aan te brengen in de openbare ruimte. Later werd de techniek wereldwijd bekend door kunstenaars als Banksy. De stencil maakte het mogelijk om niet alleen een naam achter te laten, maar ook een beeld, een verhaal of een boodschap. Een enkele afbeelding, uitgevoerd in enkele minuten, kon een hele straat veranderen.
In Nederland duikt de laatste jaren steeds vaker het werk op van Sick Society. Een anonieme kunstenaar die bekendstaat om monumentale zwart-wit portretten. Zijn gezichten verschijnen langs spoorlijnen, op industriële muren, verlaten gebouwen en soms zelfs op rijdende objecten. Ze zijn rauw, intens, verscheurd, agressief, verward. Het zijn behoorlijk schreeuwerige statements. Juist daarom blijven ze hangen. Zijn werk is inmiddels gesignaleerd op verschillende plekken in binnen- en buitenland en heeft binnen de internationale street-artgemeenschap een herkenbare plaats verworven.
Wat mij fascineert is niet alleen het beeld zelf, maar vooral de manier waarop het verschijnt. Deze officieuze vaak onbestelde kunst in de buitenruimte vraagt geen subsidieaanvraag, geen opening, geen routekaart en geen audiotour. Het duikt op waar je het niet verwacht, woekerend als onkruid. Soms zelfs waar je het misschien niet wilt hebben. Dat maakt deze kunst ongemakkelijk én waardevol.
Even verandert een viaduct van infrastructuur in een openbare kunstwand
Onze openbare ruimte wordt steeds meer gepland, ontworpen en gereguleerd. Vrijwel alles heeft een functie, een eigenaar of een bestemming. Juist daarom hebben onverwachte ingrepen zo’n kracht. Ze onderbreken onze routine, maken ons wakker uit de slaap van het alledaagse en vertrouwde. Je kijkt opnieuw naar een plek die je al honderd keer bent gepasseerd. Even verandert een viaduct van infrastructuur in een openbare kunstwand. Een saaie muur krijgt een verhaal. Kunst die ruimte inneemt, claimt, als een verzet tegen officiële en commerciële uitingen waar we visueel mee worden doodgegooid.
Niet iedereen zal daarvan houden. Dat hoeft ook niet. Openbare kunst die alleen bevestigt wat we al vinden, verliest een deel van haar betekenis. Kunst in de buitenruimte mag ontregelen, verrassen en wat mij betreft opdringerig zijn. Het herinnert ons eraan dat de stad niet alleen een functionele verzameling gebouwen is, maar ook een spontaan decor kan zijn voor menselijke verbeelding.
Ze houdt de stad levend met randen en rafels
Misschien is dat precies wat deze kunst doet: ze houdt de stad levend met randen en rafels. In die spanning ontstaat de spontane stad — onvoorspelbaar en gelaagd als een culturele toverbal.
Dat is ook waarom hele volksstammen naar steden als Berlijn, New York of Londen reizen. Niet alleen voor hun musea of iconen, maar voor die laag die zich niet laat plannen: de straat als voortdurend veranderende tentoonstelling. Daar waar kunst niet wordt aangekondigd, maar gewoon gebeurt.
