Ik zie ze steeds vaker
Door Jasper van der Graaf

Het is woensdag 2 september 12.30 uur en ik loop door de binnenstad van Apeldoorn. Op de Deventerstraat, ter hoogte van de Albert Heijn, vraagt een oude, wat verwaarloosde man iemand om geld. Even later zie ik iemand met een fiets en een enorme hoeveelheid tassen metalen prullenbakken openmaken, leegtrekken en een werkelijk enorme bende achterlaten. Verderop waggelt een man over straat en spuugt een enorme groene fluim op de stoep. Voor het stadhuis hebben zich meerdere mannen verzameld. Ze zijn echt zo vervuild… Ze schreeuwen naar elkaar en roken iets dat minimaal op een joint lijkt. Vanochtend zag ik mannen met petten en trainingspakken tussen plantenbakken en onder bankjes ritselen. En dat is alleen vandaag.
Allemachtig, wat zien sommige mensen er ongezond uit. Vervuild, ongewassen, ongeknipt, slechte gebitten, wankelend en armzwaaiend. Wordt Apeldoorn een grote stad en hoort dit er dan bij? Ik moet terugdenken aan Rotterdam in de jaren negentig. Ik woonde daar en kwam regelmatig langs Perron 0 en de Pauluskerk. Rond Rotterdam Centraal was de overlast fors. Daklozen, verslaafden, bedelaars. Vaak duidelijk drugsgerelateerd. Het hoorde bij het rauwe straatbeeld van een grote stad. De laatste tijd zie ik in Apeldoorn steeds meer dingen die me daaraan doen denken. Kennissen, winkeliers en horeca-exploitanten vertellen me dat de ergernis nogal groeit. En eerlijk gezegd: ik merk het inmiddels soms ook bij mezelf.
Ik geef af en toe iets, geld, iets te drinken of eten. Maar steeds minder vanzelfsprekend. Tegelijkertijd weet ik dat achter die verpaupering een mens zit. Ik heb met verschillende mensen gesproken. Een man vertelde me dat hij naar Apeldoorn was gekomen omdat ze in een andere stad zijn bedelgedrag zat waren. Er werd minder gegeven dus vertrok hij naar een nieuwe plek. Hij slaapt op vaste plekken buiten, soms in het slaaphuis. Beide enkels gebroken omdat hij in benevelde toestand van grote hoogte ergens vanaf sprong.. Een ander groet me altijd vrolijk, zonder om geld te vragen. Hij verzamelt vooral blikjes. Soms ziet hij eruit alsof hij rechtstreeks van de vuilstort komt lopen, een andere keer dan weer verrassend verzorgd, maar hij wordt wel slechter.. Hoe oud zou hij zijn, rond de 40? Zonde en mensonwaardig.. Er zijn mensen die hier gewoon zijn opgegroeid, anderen komen van buiten de stad. Een ander die vertelt over zijn schizofrenie en vertelt me dat niemand in zijn omgeving werkelijk te vertrouwen is. Het zijn dus geen abstracte daklozen. Het zijn mensen met een verschillende achtergrond waar het leven minder gunstig voor is. Soms aardig, soms aandoenlijk, soms interessant en soms gewoonweg ontzettend irritant.
Een winkelier hoeft geen troep voor zijn zaak te willen. Een bezoeker hoeft niet voortdurend te worden aangesproken. En een binnenstad is geen openbaar toilet, slaapzaal of vuilnisbak. De openbare ruimte is van iedereen. Maar betekent dat ook dat we alles moeten accepteren? Is dit simpelweg de prijs van een grotere stad? Of kijken we naar iets anders: een combinatie van dakloosheid, armoede, verslaving, psychiatrische problemen en misschien mensen die vanuit andere steden of landen hier terechtkomen? Ik vraag me echt af waar dit heen moet..
