‘Apeldoorn? Da’s een kolére end…’ vierde boek van Arnold Zweers

Donderdag 22 september 2022

Door Ben Eggermont

‘Net als in zijn eerdere boeken behandelt Arnold ook in dit boek een specifiek aspect van de Apeldoornse samenleving. Hij verdiepte hij zich in de achtergronden van de enorme groei die Apeldoorn in de jaren ‘60 en ’70 meemaakte. Hij ging daarvoor in gesprek met Apeldoorners die van elders kwamen en hier in die jaren een thuis hebben gevonden. Maar daar beperkte hij zich niet toe.

De titel heeft betrekking op de 650 Amsterdamse Centraal Beheer-medewerkers die eind jaren zestig van de vorige eeuw van hun baas te horen kregen dat het bedrijf naar Apeldoorn verhuisde. ‘Apeldoorn? Da’s een kolére end…’ riepen de CB’ers in koor. Ze hadden er geen zin in Mokum te verlaten. Maar toen bleek dat ze in Apeldoorn een mooie woning in de schoot geworpen kregen, bezweken ze één voor één. Uiteindelijk gingen 400 Amsterdammers mee naar Apeldoorn. En werd CB met de slogan ‘Even Apeldoorn bellen’ landelijk een begrip. Er werken nu bijna 5000 mensen.

Arnold Zweers interviewde een aantal van hen, inmiddels gepensioneerd, en tekende hun verhalen op. Net zoals oud-Philips-mensen, medewerkers van de Belastingdienst, het Kadaster en andere overheidsinstellingen die vijftig jaar geleden in Apeldoorn domicilie kozen. Het is dit jaar een halve eeuw geleden dat het iconische Centraal Beheer-complex – inmiddels al tien jaar leegstaand en aan verpaupering onderhevig – feestelijk werd geopend. Dat is de aanleiding voor Zweers om het boek dit jaar uit te brengen. Eerder verschenen van zijn hand Popsporen, Stiekem trots op Apeldoorn en Apeldoorn in de steigers

Waar komt de liefde/interesse voor Apeldoorn vandaan?

“Ik ben hier geboren en getogen. Maar het is geen blinde liefde. Soms erger ik me weleens aan de mentaliteit hier van ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’ en het op de rem trappen bij nieuwe ontwikkelingen. Apeldoorn is een geweldige woonstad en ligt in een prachtige omgeving. De combinatie van stad en dorp, zeg maar storp, is uniek in het land voor een stad van deze omvang: 166.000 inwoners, de elfde van het land.

Maar het stoort me dat onze binnenstad zo pover afsteekt tegen tal van even grote of zelfs kleinere steden. Onze Hoofdstraat is een aaneenrijging van winkelketens die je overal ziet, we hebben horeca, maar dat is wel zo’n beetje. In Deventer, Zwolle, Arnhem noem maar op zie je een veel gezelliger, veelzijdiger stadshart. Met boetiekjes, kunstgalerietjes, antiekwinkeltjes, museumpjes. Dat is waar mensen voor komen. Wat heeft een ‘dagjesmens’ in ons centrum te zoeken? Het gemeentebestuur zal er hard aan moeten werken om daar verbetering in te brengen. In het nieuwste binnenstadsplan zie ik daar weinig van. Bovendien zijn er de laatste twintig jaar diverse binnenstadsplannen gelanceerd die al gauw in een diepe lade verdwenen.”

Hoe verschilt het schrijven van een non-fictie boek van de dagblad journalistiek wat je vele jaren hebt gedaan?

“Om te beginnen, ik heb 45 jaar met heel veel plezier bij dagbladen gewerkt: Het Vrije Volk, de Gelderlander, de Stentor. Nu ik boeken schrijf kan ik meer de tijd nemen om zaken uit te diepen, langere interviews maken, het hele boek zo inrichten als ik wil. Ik vind het heerlijk.”

Wat waren de criteria om mensen te kiezen voor je boek?

“Zoals ik al zei een aantal mensen die indertijd meekwamen met bedrijven en instellingen. Maar daarnaast ook veel andere mensen uit verre oorden. Een Vietnamese bootvluchteling, een meisje en oma die vluchtten voor de gruwelen van IS, een vrouw die als baby door haar moeder in de kinderwagen naar Apeldoorn werd geduwd tijdens de Slag om Arnhem. En nog talloze anderen. Er zitten ook twee hoofdstukken ‘Hagenaars en Hagenezen’ in het boek, want in Apeldoorn wonen duizenden oud-inwoners van de Residentie.”

Heeft de coronatijd het maken van het boek nog beïnvloed?

“Ik was anderhalf jaar geleden bang dat mensen me niet thuis wilden ontvangen uit vrees voor corona. Maar dat viel erg mee. Ik kon eigenlijk overal terecht.”

Het is inmiddels je vierde boek, wordt het daardoor makkelijker?

Schrijven doe ik al van kinds af aan, op mijn negentiende werd ik journalist, het is mijn lust en mijn leven. Schrijven is me nooit zwaar gevallen. De zinnen vloeien als het ware uit mijn pen, of toetsenbord moet ik zeggen.”

Wat zijn lastige hobbels die je tegenkomt in het maak/schrijfproces?

“Eigenlijk geen. Omdat ik het met hartstocht doe valt het me licht. Alles wat ik doe voor het boek: het bedenken, het interviewen, het schrijven, maar ook met de uitgever meedenken over het verkoopproces en de publiciteit, want het boek moet wel aan de man worden gebracht. Ook dat vind ik leuk om te doen.”

Wanneer is een boek echt ‘af’? Hoeveel mensen zijn er door de bank heen bij betrokken?

“Ik denk dat ik wel vijftig, zestig mensen heb geïnterviewd. Vooraf maak ik een lijst, maar in de loop der tijd vallen sommigen af omdat ik interessantere mensen tegen het lijf loop waar ik een ‘beter verhaal’ in zie.”

Je bent al een aantal jaren met pensioen. Mis je het journalistieke werk nog?

“Ik vind het maken van een non-fictie boek ook journalistiek werk. Alleen is het anders: niet die dagelijkse deadline van de krant, alhoewel ik daar nooit moeite mee had.”

Wat vond je het meest interessant aan de journalistiek?

“Met mensen praten, want hun verhalen interesseren me mateloos. In ieder mens zit een mooi verhaal, als je maar doorvraagt. Bovendien vind ik het prettig dat ik mijn ei kwijt kan, dat ik kritische verhalen kan schrijven en pittige columns over maatschappelijke onderwerpen; ook die vind je in mijn boek. Wat dat betreft ben ik eigenlijk gewoon krantenjournalist gebleven.”

Kunnen we nog meer boeken van je verwachten?

“Eerst afwachten wat dit boek gaat ‘doen.’ Maar de voortekenen zijn goed. Ik denk dat het al gauw uitverkocht zal zijn. Mijn uitgever, Ton Brands van Uitgeverij Gelderland, vroeg er al naar. Even laten bezinken. En dan zal het over een tijdje vast wel weer beginnen te kriebelen.

Nog één ding: de papier- en drukprijzen zijn zo enorm gestegen dat ik voor het eerst niet een boek zonder sponsoring zou kunnen brengen. Daarom ben ik blij met de steun van Erfgoed Platform Apeldoorn, Draisma Bouw en hoveniersbedrijf de Tuinkabouter.”

‘Apeldoorn? Da’s een kolére end’ ligt vanaf 30 september in negen Apeldoornse boekwinkels.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over apeldoorn

Elke maandag ons nieuws in de mail?