Inclusief op papier, gratis in de praktijk?

Dinsdag 3 november 2026

Door Marsha Regensburg

Marsha Regensburg

We hebben het tegenwoordig veel over diversiteit en inclusie. Organisaties, bedrijven en onderwijsinstellingen willen verschillende culturen zichtbaar maken, nieuwe doelgroepen bereiken en iedereen het gevoel geven welkom te zijn.

Een prachtige ontwikkeling. Tenminste, als we het ook serieus nemen.

Onlangs mocht ik als individu de Apeldoornse Prijs voor Diversiteit & Inclusie 2026 ontvangen. Een bijzondere erkenning. Maar tegelijkertijd zette die prijs mij aan het denken. Want hoe waarderen we eigenlijk de mensen die inclusie in de praktijk mogelijk maken?

Als projectleider van diverse culturele werkgroepen heb ik gezien hoeveel kennis, betrokkenheid en inzet er binnen gemeenschappen aanwezig is. Mensen die hun geschiedenis kennen, hun tradities koesteren en hun netwerk inzetten om culturele programma’s mogelijk te maken.

Maar ik zie ook iets anders.

Organisaties, bedrijven en onderwijsinstellingen die graag gebruikmaken van die kennis, zonder daar altijd een passende vergoeding tegenover te stellen. Er wordt gevraagd om mee te denken, contacten te leggen en programma’s te ontwikkelen. Vaak vanuit de gedachte dat mensen dit toch graag doen voor hun eigen gemeenschap.

Maar sinds wanneer betekent betrokkenheid dat je kennis en tijd niets waard zijn?

Stel, ik wil mijn tuin opnieuw laten aanleggen. Ik heb ideeën over de uitstraling, maar niet de kennis of het talent om dat zelf te realiseren.

Dus bel ik een hovenier.

Die komt kijken, luistert naar mijn wensen, denkt mee en bepaalt op basis van zijn vakmanschap wat zijn werk kost. Als ik akkoord ga, betaal ik hem.

Heel vanzelfsprekend, toch?

Maar draai het eens om.

Een organisatie, bedrijf of onderwijsinstelling wil een programma, activiteit of project ontwikkelen rondom een cultuur waarover zij zelf onvoldoende kennis bezit. Dus worden mensen uit die gemeenschap benaderd. Mensen die weten welke verhalen belangrijk zijn, welke gevoeligheden er leven en hoe je de gemeenschap bereikt.

Precies de kennis die men zelf niet heeft.

Maar vervolgens bepaalt de vragende partij hoeveel die kennis waard mag zijn. Soms helemaal niets.

Sinds wanneer bepaalt degene die kennis tekort komt wat de kennis van een ander waard is?

Omdat het hun eigen cultuur is? Omdat ze er trots op zijn? Omdat ze zich toch al inzetten voor hun gemeenschap?

Eerlijk gezegd roept het bij mij ongemakkelijke gedachten op over ons koloniale en slavernijverleden.

Ik hoor sommigen al denken: gaan we weer.

Maar probeer eens tussen de regels door te lezen.

Natuurlijk is vrijwilligerswerk niet hetzelfde als slavernij. Maar het principe dat de ene partij gebruik wil maken van de kennis en arbeid van een ander, terwijl zij zelf bepaalt wat die inzet waard is, raakt voor mij aan een oude ongelijkheid.

Wie heeft de macht om te bepalen? En wie moet dankbaar zijn dat hij überhaupt mag meedoen?

Vrijwillige inzet is ontzettend waardevol. Maar vrijwilligheid moet een keuze zijn, geen vanzelfsprekende verwachting omdat iemand tot een bepaalde gemeenschap behoort.

Als er budget is voor locaties, techniek, communicatie of andere deskundigheid, waarom dan niet voor de culturele kennis die het project mogelijk maakt?

Die prijs voor diversiteit en inclusie koester ik. Maar echte waardering zit niet alleen in een prijs, een juryrapport of applaus.

Het zit in gelijkwaardigheid. In erkennen wat iemand meebrengt.

Want inclusie is meer dan iemand uitnodigen aan tafel. Het is ook niet voor die ander bepalen wat zijn kennis waard mag zijn.

Meer lezen over column

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!