Achter de geraniums begon mijn Nederland

Woensdag 30 september 2026

Door Bako Sorany

Bako

Een deurbel, een taalprobleem en een kopje thee.

Toen ik via de ROA, de Regeling Opvang Asielzoekers, een woning in Apeldoorn kreeg, voelde dat als een klein stukje vrijheid. Eindelijk had ik een eigen voordeur, een eigen sleutel en een plek waar ik mijn leven opnieuw kon opbouwen.

Maar achter die voordeur was het soms stil. Heel stil.

Ik had een huis, maar nog geen thuis. En ik had nooit gedacht dat een simpele deurbel zo’n belangrijke rol zou spelen in mijn eerste kennismaking met Nederland.

In Koerdistan is alleen zijn bijna onmogelijk. Familie, buren en vrienden lopen zomaar bij elkaar binnen. Een afspraak maken hoeft meestal niet. Je belt aan en voor je het weet zit je aan tafel met thee, eten en verhalen.

Een huis zonder bezoek voelt bij ons een beetje als een lichaam zonder ziel.

In Nederland ontdekte ik dat het ook anders kan. Ik zat vaak achter mijn raam. Bijna letterlijk achter de geraniums, al had ik die nog niet. Alleen een kale vensterbank en veel stilte. Soms was die stilte zo groot dat ik bijna tegen mijn klok begon te praten. Die had tenminste altijd tijd voor mij.

Toen ging de deurbel.

Voor de deur stond een vriendelijke blonde vrouw, ongeveer van mijn leeftijd. Ze glimlachte en begon enthousiast Nederlands te praten. Ik antwoordde met een mengeling van Koerdisch en gebrekkig Nederlands.

Zij Nederlands.

Ik Koerdisch, met hier en daar een Nederlands woord ertussen.

Veel begrepen we niet. Met handen, gebaren en een lach kwamen we toch een heel eind. Op een gegeven moment wees ik naar binnen.

‘Kom binnen. Thee?’

Dat woord kende ik inmiddels goed.

Ik zette mijn mooiste Koerdische glazen op tafel en haalde nootjes, zonnebloempitten en andere lekkernijen tevoorschijn. Voor mij was dat vanzelfsprekend. Een gast laat je niet met lege handen vertrekken.

Toen ze wegging, liet ze een paar boekjes en folders achter.

Ik dacht: Wat aardig. Ze weten blijkbaar dat ik van lezen houd.

Ik kon er nauwelijks iets van begrijpen, maar de plaatjes waren interessant. Mijn Nederlands werd er niet meteen beter van, maar mijn kennis van Nederlandse folders groeide razendsnel.

Een paar dagen later ging de deurbel opnieuw. Zij stond er weer. Met nóg meer folders.

De bibliotheek komt gewoon bij mij thuis, dacht ik.

Langzaam begon ik te begrijpen dat de folders niet het belangrijkste waren. Ze vormden het begin van een ander gesprek: over hun geloof.

Dat was voor mij geen reden om de deur dicht te doen. Integendeel. Ik was nieuwsgierig naar hun verhaal en luisterde met respect. Zij vertelde, ik stelde vragen. Soms moest ik een zin opnieuw laten uitleggen. Soms kwamen we niet verder dan een glimlach. Mijn gastvrijheid bleek in ieder geval een uitstekende vertaler.

Ik schonk thee. Zij vertelde. Ik serveerde dolma. Zij kwamen met folders.

Zo ontstond er, tussen twee culturen en twee overtuigingen in, toch een gesprek.

En natuurlijk waren er verschillen.

Bijvoorbeeld over het woordje ‘nee’. In Nederland kun je zeggen: ‘Nee, dank je.’
En daarmee is het meestal klaar.

In Koerdistan kan een ‘nee, dank je’ juist het begin zijn van een tweede poging. Als iemand bij mij thuis zegt dat hij niets wil, denk ik al snel: Hij zegt het uit beleefdheid.

Dus bied ik het nog een keer aan.

Misschien vonden mijn Nederlandse bezoekers dat vreemd. Ik vond het op mijn beurt bijzonder dat een simpel ‘nee’ hier zo definitief kon zijn.

Uiteindelijk vertelde ik dat ik hun geloof respecteerde, maar niet wilde overstappen.

Dat was geen ruzie en ook geen afwijzing van hen als mensen.

Zij hadden hun overtuiging. Ik de mijne.

We hoefden het niet eens te worden om elkaar te respecteren.

Na verloop van tijd werden de bezoekjes minder frequent. Misschien waren de folders op. Misschien was het gesprek afgerond. Misschien was het gewoon tijd om verder te gaan.

Toch ben ik die ontmoetingen niet vergeten.

Juist omdat ik me in die eerste periode soms alleen voelde, betekende het iets dat mensen de moeite namen om bij mij aan te bellen. Niet omdat we hetzelfde dachten, maar omdat ze nieuwsgierig genoeg waren om binnen te komen.  Er waren nootjes, dolma en stapels folders die ik toen nauwelijks kon lezen.

Maar bovenal was er een eerste kennismaking met een land dat nog nieuw voor mij was.

Misschien begint een ontmoeting tussen twee werelden niet met elkaar volledig begrijpen.

Misschien begint ze veel eenvoudiger: een deur die opengaat.

Iemand die binnenkomt.

En iemand die zegt: ‘Thee?’

Achter de geraniums begon mijn Nederland. Ik leerde er dat je een ander niet hoeft te worden om elkaar te kunnen verstaan.

Soms begint echt begrip precies daar waar het overtuigen ophoudt.

Meer lezen over column

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!