Erfgoed voor de deur

Donderdag 7 mei 2015

Door Anne Wijngaard

Cultuur kom je soms tegen op de meest onwaarschijnlijke plekken. Zo dachten wij toen we in ons dorpse huisje in de stad kwamen wonen, dat we zomaar een strookje kiezels voor de deur hadden. Een wat onhandig mini-veldje met stenen, op de grens van tuin en straat, dat zich vooral onderscheidde door een grote aantrekkingskracht op hondendrollen. Een stukje niemandsland dat eigenlijk nergens goed voor was, dat vanwege de onstabiliteit gemeden werd door wandelaars, fietsers, ouders met kinderwagens en senioren met rollator, en alleen nut leek te hebben als extra parkeerplaats en openbaar hondentoilet.

Kortom, we hadden een grindberm, en we wisten er niet goed raad mee.

Tot we ontdekten dat wij ons de trotse hoeders mogen noemen van een heus stukje Apeldoorns erfgoed. Hoeders, inderdaad. Geen bezitters, want de berm hoort natuurlijk niet bij ons erf, maar bij de openbare weg. Hoeders, want omdat we nog nooit een gemeentewerker in onze berm hebben gezien, nemen we geregeld zelf poepschep, schoffel en hark ter hand om te voorkomen dat het een erger zootje wordt dan het al is.

© CODA Archief Collectie Stokhuyzen

Maar waarom is zoiets onooglijks als een strookje grauwe kiezels naast de straat eigenlijk cultureel erfgoed, vroegen wij ons af. En waarom worden die malle, onhandige bermen gekoesterd, en zelfs op sommige plaatsen in ere hersteld? Een doodgewoon trottoir waar je tenminste fatsoenlijk kunt lopen, is toch veel praktischer? Wij besloten op onderzoek uit te gaan, en stuitten daarbij al snel op de gemeentelijke grindbrochure (ja, die bestaat echt), die repte van “de eenvoud, helderheid en eenduidigheid van de karaktervolle grindbermen”. Tjonge, dat hadden wij er niet aan af gezien.

Gefascineerd lazen we over de grote ecologische waarde van de bermen voor onze “klimaatadaptieve” stad. Het regenwater kan namelijk gemakkelijk langs de kiezels in de grond aflopen, wat onze riolen ontlast. Tsja, dat is natuurlijk mogelijk. Welnu, als het beter was voor het milieu, werd het misschien de hoogste tijd dat wij van onze kant ook wat meer klimaatadaptiviteit en goede wil toonden.

Verder vorsend ontdekten we dat die bermen toevallig zijn ontstaan, doordat het zand van de Veluwse wegen vaak door de regen wegspoelde, waarna alleen het grind waarmee het zand was vermengd, overbleef. Toen later ten gerieve van paard en wagen op het midden van de weg bestrating werd aangebracht, werd het grind opzij geharkt. En zie, de grindberm was geboren.

Het spreekt vanzelf dat wij nu helemaal verzoend zijn met onze slordige kiezelhoop. Duurzaamheid en cultuurhistorie vlak voor de deur, wat wil je nog meer? Dus als je ons ziet poep scheppen, harken en schoffelen… we doen het met liefde, om ons aller cultureel en natuurlijk erfgoed te bewaren voor het nageslacht.

En ach, vooruit, nu we toch bezig zijn: Schrik niet als er binnenkort op deze plaats een vurig pleidooi verschijnt voor de terugkeer van paard en wagen in het Apeldoornse straatbeeld. Voor dat stukje broodnodige klimaatadaptiviteit moet je tenslotte wat over hebben.

 

 

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?