Marsha Regensburg: ‘We maken samen de geschiedenis’
Door Gerrit Steenbergen

Naar aanleiding van de onthulling van het Molukse monument ULU KORA in Rotterdam hebben we een gesprek met Marsha Regensburg over de betekenis van dit monument voor de Molukse gemeenschap in Apeldoorn en hoe haar leven er uit ziet.
Marsha werkt als accountmanager en jobcoach bij Foenix, een kringloop- en reïntegratie organisatie en daarnaast als cultureel ondernemer en projectleider. Met mijn bedrijf Theater Toko ontwikkel ik culturele projecten waarin verhalen, kunst en ontmoeting centraal staan. Ik word ingehuurd om ideeën te vertalen naar impactvolle projecten die mensen, organisaties en gemeenschappen met elkaar verbinden.
Zij is in Apeldoorn geboren en opgegroeid, van Molukse afkomst – derde generatie. Dat maakt haar uniek gepositioneerd om een brug te slaan tussen gemeenschappen die elkaar in de culturele instellingen nog niet vinden.
Cultuurhuizen als ontmoetingsplek
Het idee ontstond uit frustratie. “We hebben heel veel culturen in Apeldoorn,” zegt Regensburg, “maar niet iedereen voelt zich welkom in de cultuurhuizen of kent het niet.” In plaats van erover te theoretiseren, ging zij in gesprek met Gigant en CODA. Het resultaat was werkgroepen die zelf bepalen wat er gebeurt, activiteiten organiseren die in een eigen culturele behoefte voorzien. De eerste was Typisch Moluks – logisch, omdat Regensburg zelf die achtergrond heeft. Anderhalf jaar lang bedachten deze werkgroepen activiteiten die in cultuurhuizen hebben plaatsgevonden: Gigant, CODA, ACEC, Tim Koldenhof en Paleis Het Loo.
Zij is de drijvende kracht erachter – projectleider van werkgroepen die Apeldoorners van verschillende achtergronden uitnodigen om cultuurhuizen in te vullen. “Wij zijn de cultuurhuizen van en voor Apeldoorners,” zeggen die instellingen. “Dan mogen Apeldoorners dus ook dingen aandragen,” zegt Regensburg. “Maar veel mensen weten dat gewoon niet.”
De Molukse Stadsoase incl. markt was o.a. een groot succes. Niet alleen omdat het authentiek was, maar omdat het mensen kennis liet maken met de cultuur en gemeenschap – niet alleen het sateetje maar het hele verhaal eromheen. “Dat is voor mij het grootste compliment,” zegt Regensburg. “Als ik terugkijk en zie dat we veel verschillende mensen hebben bereikt.” “Dat het gemixed is en dat er gesprekken ontstaan.”

Na anderhalf jaar de mensen op gang te hebben gebracht stapt zij terug – maar blijft bereikbaar. Dan vraag ik: willen jullie dit voort blijven zetten? Ik ben altijd bereikbaar mocht iets lastig gaan of jullie mijn advies willen, maar jullie moeten het zelf uitvoeren. Dan komt er een volgende groep aan wie het de beurt is.
Typisch Turks als vervolg
Dit jaar was Typisch Turks aan de beurt. Bij Paleis Het Loo organiseerden zij Bayram, het islamitische offerfeest, in Gigant muziekoptredens en films en bij CODA o.a. een voorleesmiddag. In oktober start een nieuwe werkgroep, de derde – de naam houdt Regensburg nog even voor zich. Maar haar droom is duidelijk: een beweging op gang brengen waarin de verschillende culturele gemeenschappen van Apeldoorn elkaar ontmoeten, samenwerken en hun verhalen delen.

De geschiedenis van stilte
Marsha is derde generatie Moluks. Haar opa kwam na de Tweede Wereldoorlog met de boot naar Nederland – samen met haar oma, die zwanger was, mijn twee ooms en drie andere familieleden. Haar vader werd onderweg geboren. De oudste dochter moest achterblijven. Haar oma stierf jong met een blijvend verlangen naar de Molukken en opa sprak er nooit over.
“Mijn opa was stil,” vertelt Regensburg. “Mensen hebben het wel over Indisch zwijgen – dat is bij de Molukse gemeenschap ook zo.”Daar werd niet over gesproken.” Het enige wat zij weet: haar opa weigerde varkensvlees te eten. Hij had gezien dat Japanse soldaten lijken aan varkens voerden. “Je hoeft niet veel te fantaseren daarbij.”Binnen de familie werd niet gesproken over wat er was gebeurd. “Dat bleef binnen vier muren. Je moest niemand vertrouwen. ” Al sowieso niet de Nederlander.”
Pas in haar puberteit ging Regensburg zelf op zoek. “Je gaat jezelf omringen met vrienden, waar je herkenning vindt.” Maar echte verhalen? Die hoorde je niet aan de keukentafel.” Mijn opa is uiteindelijk op 24 september 1990 voorgoed teruggegaan naar de Molukken (eiland Babar- dorp Tela) en mijn oma is daar herbegraven. Hij liet dit keer meerdere kinderen en ook kleinkinderen achter, maar het verlangen naar huis was groter.
Excuses en erkenning
Premier Rob Jetten heeft in Rotterdam excuses aangeboden aan Molukkers. Een monument herdenkt de eerste aankomst van de boten met Molukse militairen die niet in Indonesië konden blijven – omdat zij voor Nederland hadden gevochten. Zij werden zonder pardon ontslagen uit het leger, gehuisvest in barakken, behandeld als tweederangsburgers.
Regensburg ziet een duidelijk verschil tussen het monument en de excuses.
“Het monument vind ik juist heel mooi,” zegt ze. “Het herdenkt, het bewijst eer aan de eerste generatie en laat ook zien wat er mogelijk is als verschillende partijen de handen ineenslaan. Het staat voor ontwikkeling, broederschap, creativiteit en vastberadenheid. Dat kan ik alleen maar aanmoedigen.”De excuses raken haar persoonlijk minder.
“De excuses betekenen voor mij persoonlijk niet zoveel. Waar ik vooral benieuwd naar ben, is wat er daarna gebeurt. Ik hoop dat dit niet het eindpunt is, maar juist het begin van iets blijvends. Bijvoorbeeld dat dit verhaal een eerlijke plek krijgt in het onderwijs, zodat ook toekomstige generaties leren over deze gedeelde geschiedenis – inclusief de moeilijke hoofdstukken. Erkenning krijgt pas echt betekenis als er ook iets uit voortkomt.”
Opruimen
Regensburg ziet zichzelf als iemand die opruimt, niet iemand die rommel maakt. We zijn als een ruwe diamant. Iedere generatie polijst die een beetje verder. Zo maken we het leven, stap voor stap, mooier en waardevoller.” Dat kost jaren. En ja, zij merkt nog steeds iets van het trauma – dat wantrouwen, die voorzichtigheid in spreken en zijn. Het zijn patronen die je meekrijgt, zonder dat je je daar altijd bewust van bent. Maar ik geloof dat je kunt leren om die patronen te herkennen en stap voor stap los te laten. Bij mij duurde dat zeker tot mijn dertigste en soms merk ik er nog steeds iets van. Dat is ook helemaal niet erg; het hoort bij wie je bent.”
Toch lacht zij erover. Humor helpt. Als je af en toe ook om jezelf kunt lachen, wordt het leven lichter. Het verleden blijft een onderdeel van je, maar het hoeft niet te bepalen wie je bent of waar je naartoe gaat”
Regensburg ziet ook dat trauma generaties lang kan doorwerken.
“Sommige mensen blijven dicht bij het verdriet en de pijn die generaties met zich meedragen. Dat is niet iets waar je zomaar uitstapt. Soms voelt zelfs iets wat pijn doet nog vertrouwd, terwijl verandering of het onbekende juist spannend kan zijn.”
Nieuwsgierigheid als antwoord
Waar moeten we heen, vraagt Gerrit Steenbergen aan het einde van het gesprek. Regensburg aarzelt niet: “We moeten gewoon oprecht nieuwsgierig blijven naar elkaar.” Dat is wat zij mist. Als kind maak je overal vriendjes, ongeacht waar ze vandaan komen. “Dat is oprecht die nieuwsgierigheid naar elkaar.” Maar ergens onderweg verliezen mensen dat. Angst speelt een rol – angst voor wat je niet kent.
Daarom organiseert Regensburg die activiteiten op alledaagse plekken, openbaar en toegankelijk. “Daarmee probeer ik die drempel naar het onbekende te verlagen. “En het wekt je nieuwsgierigheid op.”
Het is een eenvoudig recept, maar het werkt. Op het moment dat je het verhaal van iemand kent, begrijp je vaak ook beter waarom iemand denkt, voelt of handelt zoals die doet. Dat betekent niet dat je het altijd met elkaar eens hoeft te zijn. Maar begrip maakt het veel makkelijker om verschillen te accepteren en naast elkaar te leven. Voor mij begint het met één simpele vraag: ‘Vertel eens… wie ben jij?’ Als we die vraag wat vaker aan elkaar zouden stellen, zou de wereld er misschien heel anders uitzien.”
