In Beeld: Jan Bark

Zaterdag 14 november 2020

Door Ben Eggermont

Aan de Schotweg nummer 63 zit Museum in de Zevende Hemel. Jan Bark begon hier in 2001 met zijn museum met unieke collecties rond gebruikelijke Hollandse feesten. Volgend jaar viert Jan het 20-jarig bestaan. Het meest bekend is het museum als Sinterklaasmuseum, maar gedurende het hele jaar vind je er nog veel meer verzamelingen.

Wanneer ben je met het museum begonnen?

“In 2001 op 11 november, op de dag van Sint Maarten. Het is de naamdag van Sint Maarten, maar ik heb de opening wel door Sinterklaas laten doen. Dat komt omdat we destijds heel actief waren binnen de ASK (red. Apeldoornse Sinterklaas Kommissie). Ik heb zo’n grote Sinterklaas-collectie, dus ik vond dat hij het wel moest openen. We hadden er ook een draaiorgel bij. Met het jubileum van volgend vraag ik misschien wel de nieuwe, jonge orgeldraaier uit Apeldoorn. Hij doet het zo leuk en had net pech toen in maart de coronacrisis alles overhoop haalde. Ik heb hem al ontmoet en hij heeft mijn collectie mini-orgeltjes al gezien. Het is een heel enthousiaste jongen.”

Wat deed je voor die tijd?

“Ik ben in 1975 begonnen met spinnen en weven, ik was toen 17 jaar. Ik heb in dat jaar mijn zaak ‘De Kaardedistel’ geopend en die heb ik tot 2000 gehad. In de jaren 80-85 hadden we een enorme crisis met hoge hypotheek rentes van soms wel 13% en liep de winkel voor geen meter. Ik moest toen iets bedenken. Mijn moeder deed voor mij de winkel en ik ging als clown met mijn grabbelton de kermis op om zo mijn winkel in stand te houden. Mijn vader geloofde in het principe van de zeven magere en de zeven vette jaren. In de vette jaren moet je zorgen dat je wat overhoudt voor de magere jaren. In tijden van crisis moet je slim zijn en niet bij de pakken neer gaan zitten.”

“Mijn winkel heb ik tot op de draad toe leeg verkocht en bleef ik achter met een lege ruimte.”

Hoe ben je op de naam ‘In de Zevende Hemel’ gekomen?

“Het verzamelen is al begonnen op mijn achtste jaar. Mijn grootmoeder heeft mij opgevoed. Ze was heel koningsgezind en deed via de kerk nog wat verstelwerk voor Koningin Wilhelmina. Ze heeft mij geleerd te verzamelen. Ik kom uit een gemengde familie met zowel protestantse als katholieke aspecten. Vandaar dat ik ook heiligenbeelden verzamel. Ik vind ze prachtig. Ik had één wand met helemaal vol met religieuze objecten, dat was mijn altaar. Tot 2000 heb ik hier mijn winkel in handenarbeid materialen gehad, in 1975 ben ik ermee begonnen.

Ik heb er 25 jaar mijn boterham mee verdiend en in 2000 ben ik ermee gestopt. Mijn winkel heb ik tot op de draad toe leeg verkocht en bleef ik achter met een lege ruimte. Die ben ik toen gaan vullen met mijn verzamelingen die verspreid door het huis en op allerhande andere plekken waren opgeslagen. Lekker voor mezelf om er van te kunnen genieten en er dagelijks lekker te rommelen. Als ik daar dan zo bezig en in mijn stoel zat te genieten voelde in mezelf als in de zevende hemel, zoals men zegt. Zo ben ik dus aan die naam gekomen.”  

Hoe zou je je museum willen omschrijven?

“Alles wat te maken heeft met feest, zeg ik altijd. Paasfeest, Kerstfeest, Oranjefeest, Sinterklaasfeest en dan hebben we nog al het speelgoed. Zoals gezegd begon ik met verzamelen op mijn achtste. Ik heb hier een doosje, daar zitten schoencadeautjes in die ik kreeg vanaf mijn zesde. Ik wilde als kind een pop, maar mijn vader zei: ‘Jongens spelen niet met poppen. Maar je kan het ook aan Sinterklaas vragen.’ Toen kreeg ik van Sinterklaas dat chocoladepopje en dat heb ik nu dus nog. Het is echt het meest dierbare wat ik heb. Wat je in het museum ziet is maar de helft van wat ik heb. Ik heb nog zo’n hoeveelheid in opslag. Alles zit her en der verstopt, zo staat hier nog arrenslee en allemaal ander winterse dingen voor de jaarlijkse wintertentoonstelling. ”

Kan er nog wel iets bij?

“Eigenlijk staat alles vol. Ik moet zeggen dat ik de laatste tijd een beetje aan het ont-zamelen ben, een nieuw woord in de museumwereld. Ik kan niet meer op mijn zolder komen, daarom ben ik nu aan het schiften wat ik wel en niet wil behouden. Vroeger zetten ze het gewoon voor de deur en liepen dan weg. Het gebeurt nog regelmatig. In het begin naam ik alles aan, maar op een gegeven moment leek het wel of ik een soort kringloopwinkel was. Door het ont-zamelen hoop ik over een tijdje zover te zijn dat alles in het museum past. Een verzamelaar wil eigenlijk nooit iets kwijt, maar het moet wel.”

Over Jan:

  • Geboren: januari 1956
  •  Ouders: allebei heel lief, maar ze zijn er niet meer
  •  Broers-Zussen: een broer en een zus
  •  Verliefd, verloofd, getrouwd: ik woon al 20 jaar samen met Henk
  • Meest trots op: Nederland, ik vind dat we het heel goed doen
  • Raakt geïnspireerd door: tentoonstellingen, circusvoorstellingen en andere culturele uitingen
  • Hekel aan: liegen
  • Is gek op: eten
  • Welk boek ligt er op je nachtkastje: op het ogenblik Baantjer en verder lees ik veel over cultuur en mijn hobby’s
  • Waar  mogen ze je ’s nachts voor wakker maken: liever niet, maar als het moet voor iets lekkers, zoals een ijsje
“Bij CODA was er vorig jaar ook een Sinterklaas tentoonstelling en hebben we ook spullen uitgeleend.”

 

Treed je nog naar buiten met je spullen?

“Ik heb wel eens tentoonstellingen in bijvoorbeeld een verpleeghuis waar ik een vitrine vul of een ander museum vraagt: ‘Mogen we wat lenen om op te nemen in onze Sinterklaastentoonstelling van dit jaar’. Bij CODA was er vorig jaar ook een Sinterklaastentoonstelling en hebben we ook spullen uitgeleend. En dan is het toch handig als je dubbele items hebt. Soms is dat ook een excuus om dingen niet weg te doen. Mijn partner zegt altijd: ‘Nou, moet je maar eens wat dingen weg doen.’ Als ik het dan in mijn hand heb en hij heeft niets gezien, dan stop ik het gauw weer in de doos.”

Hoe omvangrijk is je collectie en hoe heb je die opgebouwd?

“Ik weet het niet. Een tijdlang heb ik het bijgehouden, maar het enige wat ik nu nog wel doe, is het vastleggen van enigszins kostbare dingen en zaken die ik krijg. Ik vind namelijk dat ik dingen die ik krijg, niet mag verkopen. Voor de verzekering heb ik ook een hele tijd gedaan, maar het is niet te verzekeren. Het enige waar ik bang voor ben is brand, maar dan krijg ik het geld terug. De waarde is niet te bepalen en de meeste dingen zijn onvervangbaar. De mensen zeggen daarom wel dat hier voor een kapitaal staat en dat klopt. Ik stopte alles in het museum als het morgen zou moeten verkopen dan krijg ik niet meer dan 1 of 2 procent van wat ik er ingestopt heb.”

Wat zijn de meest bijzondere items die je bezit?

“Naast het chocoladepoppetje uit mijn kindertijd heb ik nog een heel lief zwarte pietje. Een prachtige bronzen Sinterklaas van Greet Grottendieck  en ik heb een hele grote collectie oude sinterklaasboeken. Vanaf ongeveer eind 18de eeuw tot en met de jaren’60. Eerst waren dat niet echt sinterklaasboeken, wel boeken  waar Sint Nicolaas in voorkomt als heilige. Begin 19de eeuw komen de eerste boekjes waar Sint Nicolaas wat meer in voorkomt en halverwege de eeuw krijgen we de echte sinterklaasboekjes. Daar zitten een paar heel bijzonder exemplaren bij die zelfs de Koninklijke Bibliotheek niet heeft in Den Haag niet heeft. Deze boekjes gaan, als ons ooit iets zal overkomen, naar de KB, zo is het beschreven. De rest wordt geveild en gaat naar de Dierenbescherming.”

“Onlangs had ik een man en vrouw op bezoek, allebei agent, en daarmee heb ik 2,5 uur in het museum rondgelopen.”

 

Groeit de collectie nog steeds en waar vind je nieuwe items?

“Ja, nog steeds wel, zij het wel iets minder. Ik heb een Sinterklaasje in rood. Dat is een porseleinen flesje en dat is van Lucas Bols. Dat kreeg van de KLM als je met het vliegtuig ging op 5 december, in plaats van zo’n blauw huisje. Er zijn twee exemplaren, een waarbij de sint het flesje jenever in de hand heeft. Er is er ook een met in de hand een koffertje van de KLM, die zoek ik eigenlijk nog.”

Hoeveel bezoekers komen er ongeveer in een jaar?

“Ik heb het niet bijgehouden en het interesseert me eigenlijk ook niet zoveel. Het bijhouden van bezoekersaantallen ben ik niet verplicht. Het is een particulier museum  en ik vind het ook niet zo belangrijk. Ik kan wel zeggen dat ik de afgelopen maanden misschien, sinds het begin van corona, zo’n 20 bezoekers heb gehad. Dat is heel slecht. Soms heb ik weekenden met 10 mensen en soms zijn dat er maar 2 of 3. Ik vind het niet zo belangrijk, het gaat mij om de mensen die echt geïnteresseerd zijn. Onlangs had ik een man en vrouw op bezoek, allebei agent, en daarmee heb ik 2,5 uur in het museum rondgelopen. Normaal is dat zo’n 45 minuten tot een uur. Het waren zelf ook verzamelaars. Dan hebben zij een leuke middag en voel ik me in de zevende hemel.”

Het is een betrekkelijk klein museum. Kan je alles nog wel herbergen?

“Als je rondkijkt heb je het antwoord al. Als we tegenwoordig naar een beurs gaan dan spreken we met elkaar af dat het in het rollatortasje van mijn partner moet passen of in mijn plastic tas, maar dat lukt niet altijd. We hebben boven nog een circuskamer, we zijn echte circusliefhebbers. We lopen al jaren mee als administratief- en kassamedewerker bij het Apeldoorns Wintercircus, dat gaat dit jaar dus ook niet door.

Trouwens, er worden prachtige dingen gratis aangeboden, laatst had iemand een prachtig mooi poppenhuis. Iemand anders bood een enorme grote clown, heel leuk, maar ik weet niet meer waar ik het zetten moet. Dan vragen ze waar ze het nog wel kwijt kunnen, eigenlijk nergens alle musea en depots zitten bomvol. De musea krijgen het zwaar de komende jaren. Er is in Steenwijk een prachtig circus-en kermismuseum. In een prachtig pand, het pand is afgekeurd  en de gemeente heeft geen geld voor onderhoud en doet het ook niet. De collectie staat daar te verpieteren, het museum is al 2 jaar dicht.”

Hoe zie je je toekomst van het museum?

“Mijn toekomst is prima, daar heb ik alle vertrouwen in. Zolang we nog open mogen blijven gaan we gewoon door. Maar zodra we weer normaal open mogen na de corona, dan gaan we weer gewoon draaien. Ik hoef geen busladingen. Ik houd dit wel vol tot mijn tachtigste, dus nog een jaar of 15 of langer, want ik vind het leuk. Het restaureren doe ik ook allemaal zelf, dat heb ik wel meegekregen in mijn opleiding handvaardigheid.”

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over ondernemen

ONDERWERPEN

In Beeld Portretten

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?