Mannen in de mode: Tirza Verrips

Zaterdag 29 oktober 2016

Door David Levie

Tirza Verrips is de meest veelzijdige kunstenaar van Apeldoorn. In de stad vindt men zijn sporen terug. Beelden, een follie in het Beekpark, een brug ’’de Freule’ over het kanaal, en onder meer het herdenkingsmonument bij de synagoge, zijn daarvan voorbeelden. Hij is beeldends kunstenaar, ontwerpt glazen, vazen, stoelen, tafels en op het gebied van mode tassen en kleding. Tirza maakt en betaalt zijn prototypen zelf en hoopt wel op- maar verwacht geen internationale doorbraak, hoewel er goede contacten zijn in Tsjechië.

CODA heeft 2 tassen van jouw aangekocht, 1 tas die nu in het Tassen museum in Amsterdam te zien is, is genomineerd voor een prestigieuze prijs, in Tsjechië willen een uitgeefster/model Jana Militka en modeontwerpster Helena Bedrnova met jou samenwerken. Toch ben je enigszins teleurgesteld.

,,Ja, omdat het haast niet verkoopt. Kunst in het algemeen verkoopt trouwens slecht. Mijn hele huis staat inmiddels vol met dingen die ik heb gemaakt en die niet verkocht worden. Onlangs hield ik open huis. Veel aanloop, veel complimenten, maar men koopt niet. Ook de crisis speelt een rol.’’

Je tassen dan?

,,Daarvoor geldt hetzelfde. Ze kosten tussen de 500 en 3000 euro. Hoewel ze stuk voor stuk uniek zijn is dat voor veel mensen toch veel geld en ze hebben niet de status van bijvoorbeeld Louis Vuitton. Daar geven mensen die het kunnen betalen wel geld voor uit. Een goede plek, een goede galerie is van belang om het te kunnen laten zien. Gezien worden is belangrijk. De tas die nu in de prijzen zou kunnen vallen, zou prima bij Máxima passen. Een vorstelijke tas, durf ik rustig te zeggen.

Jouw kleding?

,,Laatst kwam ik terug uit Milaan een man tegen op Schiphol, die mij herkende aan mijn jas waarin hij mij op straat in Milaan had gezien. Hij vond mijn jasje zo mooi. Mouwen die waren opengeknipt en gaten die weer gevuld waren met horrengaas. Het bleek Jan de Bouvrie te zijn. Later heb ik hem een brief geschreven om eens,… helaas nooit iets retour gekregen. Jammer. Zulke voorvallen staan niet op zichzelf. Zo gaat het vaak. Maar daar staat tegenover dat ik heel veel complimenten krijg. Van mannen, van wildvreemden op straat over de mode die ik ontwerp en draag. Ik ontwerp het en laat het dan maken. Naaien kan ik niet zo goed.’’

En hoe zit het met Praag? Model/uitgeefster Jana Militka staat op prachtige affiches met jouw tas en modeontwerpster Helena Bedrnova heeft jou uitgenodigd voor samenwerking in Praag.

,,Ja, Helena vroeg mij naar Praag te komen voor een fotoshoot van haar mode en mijn tassen voor een artikel in de Tsjechische modeglossy ’Perfect Woman’. Mijn oorspronkelijke bedoeling was in samenwerking met haar nieuwe mode voor mannen te gaan ontwerpen. Maar voorlopig blijft zij zich bezig houden met damesmode, maar ze bood mij wel aan, als ik dat wilde, gebruik te maken van haar ateliers in Tsjechië. Ik overweeg dat nog, misschien ga ik dat wel doen.’’

Nooit veel geld willen verdienen?

“Eh,… ja, maar dat gebeurde in een ander vak dan dat van kunstenaar. Kijk, ik heb thuis als kind en als jongen alle vrijheid gekregen om me te ontplooien. Mijn vader was een goede kleermaker, mijn moeder was landelijk actief voor de plattelands vrouwen en reisde veel. Ik maakte toen al “kunst”. Wilde op de middelbare school niet leren. En over geld verdienen heb ik me nooit zo druk gemaakt. Maar ja, je moest toch een vak leren. Ik werd naar de kappersschool gestuurd. Eerst in Rotterdam, daarna in Zürich. Ik vond dat niet leuk, maar ik was er wel goed in.’’

Kassa?

,,Ja. Ik heb samen met mijn eerste vrouw in kapsalons gewerkt. Eerst een in de polder in Swifterbant, later in Drachten. Het werd een succes. We werkten keihard en kochten een villa in het Groningse Marum. Maar er echt plezier aan beleven? Nee. Ik raakte dan ook overspannen. Had geen tijd meer om kunst te maken. Ik voelde me doodongelukkig.’’

Wanneer komt Apeldoorn in beeld?

,,Na Marum verhuisden we naar Ermelo, waar ik voor een landelijk recreatiebedrijf ging werken en eindelijk weer scheppend bezig kon zijn naast mijn werk. Via contacten kwam ik Apeldoorn waar ik korte tijd van de BKR (subsidie regeling voor kunstenaars, red.) gebruik heb gemaakt. Mijn vrouw en ik gingen uit elkaar.’’

Korte tijd zeg je?

,,Ja, want na korte tijd had ik die regeling niet meer nodig en ben ik uit die regeling gestapt. Mijn werk verkocht toen goed. Na de scheiding had ik toch een baan nodig- naast mijn beroep als kunstenaars beroep heb ik bijna altijd fulltime ergens gewerkt – en zo kwam ik terecht bij steenhouwerij Wegerif omdat ik ook beelden ging maken en daar het steenhouwersvak heb geleerd. Wegerif ging over in Hoogenberg. Ze zaten omhoog met personeel en ik werd gevraagd er te komen werken. Dat heb ik eerst fulltime en later ook op parttime basis gedaan.’’

Over naar mode: accessoires en design?

,,Dan moeten we eerst even een stuk terug, naar waar het begon. Zoals ik al zei was mijn vader kleermaker. We hadden een grote boomgaard met een klein woonhuis dat werd verhuurd aan Marinus Boezem (mede grondlegger van conceptuele kunst in dit land, red) en twee grote stenen kippenhokken die leeg stonden. Een daarvan mocht ik gebruiken. Ik zal een jaar of twaalf geweest zijn en dat werd toen al mijn atelier. Het andere kippenhok werd gebruikt door Willem Buis, een glasontwerper/kunstenaar uit Leerdam. In mijn omgeving had ik buitengewoon inspirerende mensen om me heen, Daar leerde ik van en het zette me ertoe veel te gaan lezen. Daar ben ik als kunstenaar/ontwerper geboren.’’

En je vader?

,,Mijn vader maakte prachtige kostuums, maar ook onverslijtbare jassen van manchester. Natuurlijk leerde ik in de kleermakerij al snel de kwaliteit van de stoffen kennen. Voor mezelf mocht ik vaak stoffen uitzoeken en ik tekende hoe ik het hebben wilde en hij maakte het dan.’’

In Apeldoorn kwam dat weer boven?

,,Ja, Op straat en in het uitgaansleven zag ik dat mannen qua kleding er ongeveer allemaal hetzelfde uitzien. Saai, en on-charmant. Ik ben gaan ontwerpen. Onder andere met kleding uit de kringloopwinkel die ik verander. Niet eens zozeer om mezelf te manifesteren, maar meer om anderen te stimuleren en om wat anders te gaan denken. Een lichte vorm van provocatie ook.”

Hetgeen jezelf draagt vind je niet in de heren modezaken?

,,Nee en dus kom ik daar niet. Wel bij dameszaken. Een van de eerste dingen die ik vanuit dit standpunt kocht was een jas in een dikke dameszaak. Een prachtige lange zwarte jas, waar ik veel positieve reacties op kreeg. Mijn broeken koop ik standaard bij dameszaken, ook tweedehands. Bij Reborn aan de Asselsestraat ben ik klant en leggen ze vaak kleding voor me weg.’’

Verander je die kleding ook?

,,Ja met regelmaat verbouw ik kleding, jasjes, overhemden, broeken. Verbazingwekkend hoeveel complimenten ik daar voor krijg, wachtend op de tram in Amsterdam of gewoon op straat of op een terras.’’

Daar zit toch brood in?

,,Ach, ik denk het niet, maar misschien ook wel, maar weet je dan moet ik daar zelf ook weer achteraan. Dat is hetzelfde als een overzicht van mijn werk in CODA dat komt er ook niet van. A: omdat het museum te weinig mankracht daarvoor heeft en B ook nauwelijks budget en dan moet ik dat allemaal zelf gaan regelen. Dat wordt me dan te veel.”

Maar wat nou als je die prijs zou winnen (Joke Veeze Award) met je koninklijke tas?

,,Dat zou leuk zijn, maar de vraag is of je dan daardoor meer gaat verkopen? Voor de naamsbekendheid is het niet verkeerd. Maar weet je ik kan de spullen die ik gemaakt heb haast niet meer bergen. Dus ga ik voorlopig even iets anders doen”.

Wat dan?

,, Ik ga een boek schrijven. Ben er al mee bezig en het neemt minder ruimte in”

Zou je komende zomer een ’kamer ’met jouw werk, zelf gemaakt en ontworpen willen inrichten in ACEC? Denk aan vazen, meubels, glas mode en accessoires?

,,Gaan we doen als dat kan. Uitstekend idee. Lijkt me hartstikke leuk!’’

ONDERWERPEN

Mannen in de mode Portretten

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over mannen in de mode

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?