Bevrijdingsverhalen: ‘We betaalden alles met sigaretten en chocola’

Woensdag 15 april 2020

Door Redactie

In de serie ‘Bevrijdingsverhalen’ gaan we op zoek naar de mensen achter de geschiedenis—zij die erbij waren toen Apeldoorn op 17 april 1945 bevrijd werd. Hoe kwamen ze daar, wat deden ze en hoe voelden ze zich? Voor het verhaal van vandaag, woensdag 15 april, ontmoetten we Audrey Detheridge, die in Apeldoorn één van de mooiste dagen van haar leven beleefde, aan het einde van de oorlog.

‘Het leger heeft je nodig’

In de Tweede Wereldoorlog werden vrouwen nog niet ingezet als soldaten, maar ze waren desalniettemin een onmisbaar onderdeel van het Canadese leger. Zonder hen zou alles spoedig tot stilstand komen. Niet alleen het leger, ook de Canadese samenleving steunde op een nieuwe generatie onafhankelijke jonge vrouwen om alles draaiende te houden. Audrey Detheridge was zo’n vrouw.

,,Ik was naar London [in Canada, red.] gegaan om te solliciteren als verpleegster, maar ik was niet oud genoeg. ‘Kom over een jaar maar terug’, zeiden ze. De bus naar huis ging maar eens per dag en zo zat ik vier uur te wachten op het station. Er stond daar een trailer met een bord aan de deur: ‘Het leger heeft je nodig.’ Ik had wat afleiding nodig van al dat wachten, dus ging ik kijken. Eerlijk, toen ik in die trailer het formulier invulde dacht ik dat het was om een informatiepakket te krijgen…”

Audrey Detheridge bleek zich ingeschreven te hebben voor het Canadese leger en werd aangenomen als boekhoudster en secretaresse. Ze kreeg een functie in Woodstock, Ontario, waar ze werkte voor een man die zo van haar werk gecharmeerd was dat hij haar vroeg met hem mee te reizen naar het front, naar Engeland. Plots vond ze zichzelf op een boot de oceaan over.

‘Ik ben helemaal niet zo’n drinker’

,,Het was een verschrikkelijk onstuimige reis en er was weinig te doen, totdat de kapitein over de luidsprekers een oproep deed voor typistes. Met drie vriendinnen gingen we aan de slag en de kapitein was maar wat blij met ons. Zo blij zelfs, dat we een maaltijd van schapenvlees en geroosterde aardappels kregen met daarbij een glas met iets dat eruit zag als sinaasappelsap. Bleek daar een flinke scheut gin in te zitten— ik ben helemaal niet zo’n drinker. Plots besefte ik dat ik het niet binnen zou houden, ik moest weg. Bij de deur stootte ik de man aan die op wacht stond, 1 meter 80, erg aantrekkelijk. Zo ontmoette ik mijn toekomstige man.”

Audrey en Kel kregen uiteindelijk een relatie en kort na het einde van de oorlog werd ze overgeplaatst naar Apeldoorn. Daar besloot het stel dat ze niet konden wachten—als ongehuwd stel zouden ze beiden naar een andere plaats in Canada worden teruggezonden: “Maar we waren buitenlanders en Koningin Wilhelmina’s wetten verboden ons in Nederland te trouwen, dus reed Kel ons naar Antwerpen.” 

“Bij het gemeentehuis kregen we een kaartje met nummer ’48’ erop. We waren het 48ste paar dat getrouwd zou worden. Toen we terugkwamen in Apeldoorn hielden we daar het kerkelijk huwelijk. Dat was fantastisch, alle troepen kwamen naar de kerk en het voelde alsof we een erewacht hadden staan. Een doedelzakspeler speelde ons de kerk in en uit en de kolonel van het regiment gaf me weg. Toch, het werkte allemaal wel even anders toen.”

‘Sigaretten en chocola’

,,Want, geld daar had je weinig aan in die tijd. Sigaretten, dat was de enige manier om te onderhandelen. Nou rookte ik zelf niet, maar we mochten 900 sigaretten per maand kopen en kregen elke week een klein blik met 50 sigaretten. Zo betaalde we alles voor de bruiloft, bloemen, enzo—met sigaretten en ook wel met chocola. Zelfs toen we op huwelijksreis gingen naar Amsterdam werd alles afgerekend met sigaretten of eten, tot het hotel aan toe.”

De mooiste dag van haar leven, in een stad duizenden kilometers van huis, met een man die haar ouders nooit hadden ontmoet, gefinancierd met sigaretten. Het waren vreemde tijden.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

ONDERWERPEN

vier17april

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?