Brasserie De Tulp

Zondag 12 oktober 2014

Door Stukslaan


Vandaag ben ik op weg naar een bijzondere afspraak. Kladblokje mee onder de arm. Ik denk na over het onderwerp van gesprek en hoor op de radio die evergreen van Acda en De Munnik: ‘Herman zit in de zon op een terras / Leest op AD dat het terras er niet meer was…’ Alsof de duvel ermee speelt! Toeval bestaat niet. Mijn afspraak gaat vandaag ook over een terras. Een terras dat er niet meer was.

Eigenaar Ogilvie staat mij al met brede glimlach op te wachten. In oranje T-shirt en met beide armen breeduit zwaaiend is hij niet te missen. Zo ken ik hem: gastvrij, aimabel en altijd goedlachs. We nemen plaats in kleermakerszit op de stoep voor zijn etablissement en praten over ditjes en datjes. Het gevoelige onderwerp laat nog even op zich wachten.

‘Deze tent heeft nog steeds een enorme potentie’, zegt hij. Dat neem ik graag van hem aan. Het interieur, de fijne keuken, de wisselende exposities… in korte tijd heeft De Tulp een zekere bekendheid verkregen en tout Apeldoorn is er al eens geweest. Het is een plek waar je graag bent en graag gezien wil worden.

Dan komt een andere man aangelopen. Hij zit bij ons neer en stelt zich aan mij voor. ‘Bolt is de naam’, zegt hij kort en zakelijk. Ogilvie geeft hij een amicale tik op zijn schouder. De heren kennen elkaar blijkbaar. Bolt vervolgt: ‘Mijn specialiteit is het opsporen van verdwenen mensen en goederen. In verkiezingstijd help ik bij de PvdA en deel ik rozen uit. En verder verhuur ik wat panden in de stad, waaronder dit fraaie ding’. Met een achteloos gebaar wijst hij met duim naar de gevel. De huurbaas dus van Ogilvie.

Ik probeer het onderwerp aan te snijden waarvoor ik hier ben. ‘Heren, dat terras, hoe zit dat nu eigenlijk?’. Beide ondernemers kijken een beetje geschrokken naar mij en vervolgens naar elkaar. Het gesprek krijgt meteen een enigszins verwijtende lading.
‘Waarom betaalde je nou die factuur niet gewoon’?, vraagt Bolt.
‘Die stond op jouw naam’, antwoordt Ogilvie.
‘Ja, duhhh, we hebben allebei dezelfde voornaam. Da’s lekker makkelijk!’
‘Het is toch jouw pand’.
‘Het is daarbinnen toch jouw business’.

Met lichte spijt maar met interesse kijk en luister ik naar de woordenwisseling. Het voelt alsof ik naar een spannende tenniswedstrijd zit te kijken en in hoogfrequent tempo mijn gezicht van links naar rechts en weer naar links beweeg. Twee ondernemers met allebei goede bedoelingen maar langs elkaar heen pratend. Op dit moment denk ik dat dit gesprek niets gaat verhelderen, laat staan oplossen.

‘En opeens was het terras verdwenen. Spoorloos!’, zegt Ogilvie.
‘Je ziet spoken, Derk!’, blaft Bolt hem toe.
‘Help me dan dat het terras op te sporen. Daar ben je toch zo goed in?’, voegt Ogilvie toe.

Het is me niet duidelijk van wie het terras is (was), voor wie de factuur is en wie het terras heeft weggehaald. Ik vermoed ene Derk, maar daar schiet ik natuurlijk niet veel mee op. Mijn kladblokje is nog helemaal leeg.

Het gesprek is al weer verder. ‘Toen werd dus het faillissement aangevraagd!’, roept een van hen. ‘Dat vond ik een streek!’, reageert de ander. Dan valt opeens een stilte.

Nog een onduidelijkheid erbij: wie heeft nu dat faillissement aangevraagd en vooral: voor wie is het faillissement aangevraagd? De krant van deze week gaf hier ook al geen helderheid over. Het raadsel van De Tulp wordt alleen maar groter. Tout Apeldoorn is in verwarring, mijzelf incluis.

We zijn inmiddels gaan staan en nemen afscheid. Ik bedank de heren voor hun tijd en maak aanstalten om te gaan. Ogilvie en Bolt omhelzen elkaar en wensen elkaar sterkte. Raar gezicht, die verzoening na zo’n verhit gesprek.
‘Waarvoor wensen jullie elkaar sterkte?’, vraag ik.
Ogilvie: ‘We hebben dinsdag een belangrijke tenniswedstrijd. We spelen tegen elkaar’.
Bolt, met vette knipoog naar mij: ‘Daar hebben we vanaf nu toch alle tijd voor’.

-jertaa

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?