De kaaskraam

Dinsdag 14 juni 2011

Door bazbo

Morbier (foto: bazbo)

“Waarom doe jij niet mee met ‘CODA Open: Mijn verhaal’?” vroeg Vrouwlief.
“Omdat ik maar vierhonderd woorden mag gebruiken,” antwoordde ik. “En normaal heb ik zo’n drieduizend woorden nodig voor mijn verhalen die nergens over gaan.”
“Nou,” moedigde Vrouwlief me aan, “dan kun je jouw verhaal (dat toch nergens over gaat) toch ook kwijt in vierhonderd woorden?”
Ik zeg het niet graag, maar ze had gelijk. Op dinsdagavond 7 juni 2011 las ik onderstaande bijdrage voor in CODA.

*

De kaaskraam

Er was markt achter het winkelcentrum Anklaar. De kaasboer uit Apeldoorn was er ook. Ik liep naar de kaaskraam. Wat een mooi woord.
“Goedemorgen,” zei de meneer van de kaaskraam. Ik ga dat woord heel veel gebruiken. “Wat mag het zijn?”
“Het mag een mooi pond pittig belegen boerenkaas uit uw kaaskraam zijn,” zei ik tegen de meneer van de kaaskraam.
Hij pakte een homp van een stapel uit de kaaskraam en begon erin te snijden. “Een mooi pond, zei je?”
“Een vet pond,” beaamde ik. “Het mag dus wat meer zijn.”
De meneer van de kaaskraam haalde met een kaasschaaf een plak kaas van de homp en gaf de plak aan mij. “Proeven?”
“Altijd,” antwoordde ik de meneer van de kaaskraam. Ik pakte de plak aan en propte hem in mijn mond. Snel kauwen en doorslikken, want ik wilde bij de meneer van de kaaskraam nog iets bestellen. Dat viel nog niet mee, want het was best stevige pittige kaas. Toch lukte het. Ik zei tegen de meneer van de kaaskraam: “En doe er ook maar een fikse punt Morbier bij.”
“Gaan we doen,” zei de meneer van de kaaskraam. “Hij blijft lekker, hè?”
“Het is misschien wel de lekkerste kaas uit uw kaaskraam,” bevestigde ik. Wat valt er te vertellen over Morbier? Een heleboel. Ik ga het hier niet doen. Het is een kaas waar weinig mensen iets zinnigs over weten te vertellen. En het is misschien wel de lekkerste kaas uit deze kaaskraam.
De meneer van de kaaskraam woog alles af, rolde het in kaaspapier met daarop de naam van de kaaskraam en schreef de prijs erop. “Dat is dan negen vijfentwintig samen,” zei hij.
Ik haalde een tientje uit mijn broekzak en gaf die aan de meneer van de kaaskraam.
“Zal ik het in een tasje doen?” vroeg de meneer van de kaaskraam.
“Dat zou heel fijn zijn.”
“Kijk eens,” zei de meneer van de kaaskraam. Hij overhandigde mij het tasje met daarop de naam van de kaaskraam.
“Dank je wel. Nu maar hopen dat de lente echt snel komt en dat er weer graskaas is.”
“Dat duurt nog eventjes,” zei de meneer van de kaaskraam.
“Het leven is kut; dat zie je dan maar weer,” zei ik en ik liep weg. Nog één keer keek ik om naar de kaaskraam en las het reclamebord. Stik. De kaaskraam kwam helemaal niet uit Apeldoorn.

Apeldoorn, juni 2011

*

P.S. Die graskaas is inmiddels volop verkrijgbaar bij de kaaskraam!

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?