Flirtueel

Zondag 17 februari 2013

Door bazbo

Marcel Mooij

‘Wat gaan we doen? Naar huis of nog even naar De Graaf?’
‘Zeg het maar, schat,’ zeg ik.
‘Dan wordt het De Graaf,’ lacht ze.
De Zoon neemt afscheid. Hij wil nog naar de gamewinkel en dan naar huis. We zwaaien hem na.
Even later betreden we het café. Ze kiest een tafel bij het raam en gaat op de bank zitten die uitzicht op de straat heeft. Ik neem plaats op een stoel aan de andere kant van de tafel. Onze jassen liggen op een lege stoel.
‘Goedemiddag,’ klinkt de stem van een meisje. ‘Willen jullie iets drinken?’
‘Nou, vooruit,’ zeg ik. ‘Welke bieren heb je op de tap?’
‘Eh …’ Ze draait zich om en kijkt naar de toog. ‘Ik heb De Koninck, Grolsch, Chouffe, Kwak, …’
‘Maak er voor mij een Kwak van.’
‘Voor mij ook,’ zegt De Vrouw.
‘En voor u ook een Kwakje,’ bevestigt de serveerster.
‘Dat klinkt héél gek als je het zo zegt,’ zegt De Vrouw lachend.
De serveerster heeft zich al omgedraaid en loopt weg. Ik kan niet zien of ze een rood hoofdje heeft.

De deur van het café gaat open. Het stelletje komt binnen en zoekt een tafel. Er zijn er nog zat leeg en het wordt de tafel naast de onze. Echter, hun tafel staat op een verhoging en tussen die van hen en die van ons is een soort afscheiding. Ze trekken allebei hun natte jassen uit en hangen die over de rugleuning van hun stoelen. Als ze gaan zitten, leggen ze ieder iets voor zich op tafel. Ik kan niet zien wat het is, maar ze pakken het allebei beet en gaan ermee bezig, ieder voor zich. Er licht iets op en ik zie aan hun schouders dat hun handen drukke bewegingen maken.

‘Kijk eens, twee Kwakjes,’ klinkt het naast ons. De serveerster zet de beide bijzondere glazen voor onze neus. Ze heeft geen rood hoofdje, dus ze heeft de eerdere opmerking van De Vrouw niet gehoord. De Vrouw moet weer lachen. Dan gaat de serveerster weer weg.
We heffen het glas. ‘Proost. Op het weekend.’
‘Toch wel mooie dingen in het museum,’ zegt De Vrouw.
‘Inderdaad,’ knik ik. ‘Hoewel het niveau erg wisselend is, moet ik wel zeggen dat er zeker kwalitatief hoog spul bij hing.’ We hebben zojuist een uurtje in het plaatselijk CODA-museum naar werken van plaatselijke kunstenaars gekeken. ‘Wel grappig dat het materiaal dat ik echt erg mooi vond, afkomstig is van een kunstenaar met een zeer Arabisch aandoende naam.’
‘Oh, dat met die tegeltjes. Ja, dat vond ik ook een van de betere.’

Het stelletje is stil. Ik kijk. Ze zitten ieder met gebogen hoofd. Ik zie af en toe een schittering in hun gezichten. Vast bezig met belangrijke zaken op hun mobiele telefoon.
Het serveerstertje komt bij hun tafeltje staan. Het meisje kijkt op en bestelt. De jongeman blijft zijn aandacht vasthouden bij dat waar hij mee bezig is. Toch mompelt hij iets. De serveerster buigt naar de tafel met een vragende blik. De jongen kijkt niet op of om, maar bromt weer wat. Het serveerstertje gaat weer rechtop staan en knikt. Het meisje heeft haar hoofd ook weer gebogen. Het serveerstertje draait zich om en verdwijnt.

‘Fijn dat we het bij ons mannetje zo snel helder hadden,’ zegt De Vrouw.
‘Ha ja,’  zeg ik. ‘Hij weet beter hoe onze financiële situatie is dan wijzelf.’ We moeten allebei lachen. ‘Proost maar weer.’ Ik hef mijn glas nogmaals.
‘Zo is de vrijdagmiddag toch nog leuk geworden.’
Dat klopt. Ik ben vanuit mijn werk naar het centrum van Apeldoorn gefietst en ontmoette De Vrouw en De Zoon voor de deur van onze financieel adviseur.
‘Ik heb De Zoon maar eens meegenomen,’ zei De Vrouw. ‘Hij was toch thuis en zo kan hij ook eens zien en horen wat er allemaal speelt. En daarna gaat hij nog mee naar het museum.’
‘Heel goed,’ was mijn reactie. ‘Opvoeden, die hap.’ De Zoon is twintig.
‘Volgens mij keek hij best op, toen hij al die bedragen bij de adviseur hoorde. We krijgen het nog moeilijk, de komende jaren.’
‘Wie niet?’ zeg ik. ‘De crisis ramt genadeloos om zich heen.’
‘We moeten echt goed nadenken of we onze oude hypotheek wel omzetten. Driehonderd euro per maand aan extra lasten; ik weet niet of we dat trekken.’
‘Ja, dat is de keus waarvoor we staan. Kiezen we voor zekerheid, dan moeten we van dat aflossingsvrije deel af, maar dat kost wel wat. Kiezen we ervoor het zo te laten, dan weten we zeker dat we aan het eind van de rit de boel niet kunnen aflossen en zullen we dus extra bij moeten sparen.’
‘Als je het zo zegt, maakt het dus niet uit wat we kiezen.’
‘We kunnen De Zoon ook kostgeld laten betalen en daarmee het gat opvangen.’

Mijn blik glijdt achter De Vrouw langs, naar het tafeltje op de verhoging achter haar. Het stelletje krijgt drankjes. Ik zie een bokaal donker bier en een longdrinkglas met kleurloze vloeistof erin. De jongen en het meisje kijken niet op. Ze praten af en toe met elkaar, maar kijken elkaar niet aan. Dat wat ze in hun handen houden, eist al hun aandacht op.
‘Gezellig,’ zegt De Vrouw. ‘Zit je een beetje naar die meid te kijken of zo? Terwijl we in gesprek zijn.’
‘Joh, zo interessant is die meid niet. Het is niet mijn type. Ze interesseert zich voor heel andere dingen dan ik. Kijk maar.’
De Vrouw draait zich om en werpt een blik. Grinnikend draait ze zich terug. ‘Ik begrijp wat je bedoelt. Gaan wij trouwens nog iets doen aan Valentijnsdag?’
‘Dat doen we toch nooit? Dat hebben wij toch niet nodig?’
‘Dat is waar.’
‘Waar hadden we het over?’

‘Over onze vaste lasten.’
‘Shit, uiteindelijk gaat het altijd over geld,’ zeg ik. ‘Maar De Zoon kan Verlichting geven. Kostgeld!’
‘Ik heb het er al wel eens met hem over gehad. Hij begrijpt het wel. We hebben er alleen nooit iets mee gedaan.’
‘Probleem is dat hij over een x-aantal jaren wellicht het huis uit gaat. Dan missen we die inkomsten en moeten we het zelf weer ophoesten.’
‘Wat zou eigenlijk een redelijk bedrag aan kostgeld zijn om van hem te vragen? Honderd euro per maand?’
‘Da’s een leuke. We kunnen kijken naar reële kosten die we voor hem maken. Bijvoorbeeld eten. Hoe veel zou een avondmaaltijd kosten? Een euro of drie? Dat maal zeven dagen in de week maal vier weken in de maand is voor het gemak twintig euro maal vier. Dan zit je dus op tachtig euro alleen al aan avondeten.’
‘Oei. Dan kan het wel oplopen.’
‘Het Nibud heeft daar wel adviezen over, weet ik.’
‘Dat zouden we toch ’s moeten uitzoeken. Ik ga morgen wel even googlen.’
‘We kunnen ook naar de inkomens van ons drietjes kijken en dan het totaal aan kosten voor levensonderhoud verdelen naar rato.’
‘Leuke puzzel.’

We bestellen nog een Kwak en nog een. De middag verstrijkt. Buiten is het al bijna donker.
Aan het tafeltje naast ons maken de duimen overuren. De blikken zijn gericht op de schermpjes. Heel af en toe gaan de hoofden van het meisje en de jongen omhoog. Ze kijken elkaar aan en geven elkaar een snelle kus. Dan gaan ze gauw verder met hun telefoon.

‘Zit je weer te gluren?’ vraagt De Vrouw. ‘Ben je jaloers op zulk jong geluk?’
‘Ik? Jaloers? Laat me niet lachen!’
‘Ja, jij. Je zit de hele tijd te kijken naar dat verliefde stelletje.’
‘Moet ik bewijzen dat ik volmaakt gelukkig ben?’
‘Ik word nieuwsgierig. Doe maar.’
Ik doe het. Ondertussen kijk ik nog een keer naar het stelletje. Het meisje heeft zich inmiddels meer dan een halve slag op haar stoel gedraaid en zit nu bijna met haar rug naar de jongen, onderwijl totaal verdronken in haar beeldschermpje. Wat een geluk.
‘Wat wij doen is hartstikke ouderwets!’ roep ik uit, terwijl ik mijn tong uit de mond van De Vrouw haal. ‘We moeten kappen met dat analoge gefrunnik en helemaal overstappen op flirtueel!’


Apeldoorn, februari 2013

ONDERWERPEN

Muziek

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?