In Beeld: Greet Aanen, drijvende kracht achter de Veluwse Cantorij

Zaterdag 20 oktober 2018

Door Ben Eggermont

Al vele jaren leidt Greet Aanen als dirigent de Veluwse Cantorij in Apeldoorn. Volgend jaar neemt ze na al die jaren afscheid van het koor. Voor het zover is, een terugblik met haar op deze periode.

Hoe is het destijds allemaal begonnen?

„Ik doe het nu vanaf januari 1982, dat is dus nu 37 jaar, meer dan de helft van mijn leven. De Cantorij bestond toen ruim 10 jaar. Maarten Kooij was eerste dirigent, daarna kwamen er nog enkele, vooral Meti Smit-Duyzentkunst was mijn grote voorbeeld, en mijn voorganger was Jan klein bussink uit Deventer, allen zeer bepalend voor de diverse ontwikkelingen op het gebied van koor- en kerkmuziek in die tijd. Er was weer een plotselinge vacature en ik ben toen ook uitgenodigd voor proefdirectie: afgewezen! Ik was net weggestuurd bij een ander koor omdat ik veel te streng was. Blijkbaar was er niemand die matchte met de verwachtingen. Ik werd opnieuw gebeld: kun je aanstaande maandagavond komen dirigeren? We willen het toch graag met jou proberen. Wil je het programma dat we hebben ingestudeerd afmaken en uitvoeren (en doe er ook nog iets bij wat jij leuk vind). Ik zou voor dit ene project komen, maar na de uitvoering wilden ze dat ik gewoon door zou gaan en inmiddels zijn we een tijdje verder.”

„Ik was net weggestuurd bij een ander koor omdat ik veel te streng was”

Hoe zou je de Veluwse Cantorij typeren als koor?

„In het begin, nog voor mijn tijd, bestond de cantorij vrijwel uitsluitend uit geschoolde musici (maar geen prof. zangers), op het moment dat ik kwam waren de meeste daarvan vertrokken. Het koor bestond uit geëngageerde zangers, met voorkeur voor ‘oude muziek’. Vanuit mijn schoolmuziekopleiding had ik dat allemaal meegekregen. Ik vind het mooi als je met elkaar iets kunt opbouwen en tijdens het studeren ook informatie rond de composities delen, daarmee stijgt het uit boven het gemiddelde. Maar dat alles met vocale precisie. Zo heeft de NCRV in 1987 het Requiem van Duruflé opgenomen in Schagen met het Franse Nicholson-orgel en is daarna uitgezonden. Naar aanleiding daarvan kreeg ik van diverse collega’s uit het land zeer positieve reacties. Het stuk was nog nooit eerder door amateurs ‘opgenomen’, het was bijzonder dat ze ons, een amateurkoor, hiervoor goed genoeg vonden. Je kunt bij ons niet zomaar aanschuiven, de eisen zijn stevig.” [qiote align=”block”]het was bijzonder dat ze ons, een amateurkoor, hiervoor goed genoeg vonden.[/quote]  

Wanneer ontstond de gedachte: Ik wil koordirigent worden?

„Dat is een heel gek verhaal. Ik kwam er achter dat ik altijd op mijn duvel kreeg als ik aan het zingen was thuis. ‘Houd nou je mond eens!’ en dan vroeg ik ‘Wat bedoel je?’. Ik moest, gewoon stoppen met zingen! Ik had er zelf geen erg in, het was blijkbaar gewoon voor mij. Ook nu in deze periode merk ik dat verschijnsel weer op. Dan ben ik in mijn hum. In mijn conservatoriumtijd in Utrecht moest je als schoolmuziekstudent altijd meezingen in de koor- en dirigentenklassen. Ik vond dat enig, maar de anderen vonden het maar niks. Ik kreeg zo ook een idee welke koorliteratuur er voor handen was. In de Alblasserwaard zong men alleen psalmen. De conservatoriumtijd is een ongemakkelijke tijd geweest. Ik mocht van mijn ouders niet op kamers, had veel reistijd naar het conservatorium. Een studentenleven waar je contacten maakt voor je beroep: het zat er niet in. Dat was niet prettig. Op advies van mijn middelbare schoolleraar ben ik naar het conservatorium gegaan om musicus te worden. Dat betekende ook veel zingen. Dirigeren was gewoon een integraal onderdeel van de opleiding en werd heel serieus gedoceerd. De toepassing begon met een kinderkoortje  en daarna kwam er weer eentje bij en een volwassen koortje en zo voort.

„Een studentenleven waar je contacten maakt voor je beroep: het zat er niet in”
Veel ervaring deed ik op, direct na mijn afstuderen, tijdens 4 intensieve jaren bij de geënsceneerde voorstellingen door de Utrechtse Operette Vereniging; in de bak zat het Metropole Orkest en de semiprof solisten van heinde en ver. Zo is het langzaam gegroeid naar kamerkoren. Ik vind het bijzonder dat samen zingen weer populair is geworden.”
Greet Aanen

Geboren: 08-04-1947 te Hoornaar bij Gorinchem
Opleiding: Conservatorium Utrecht: Schoolmuziek; Piano; idem Hilversum Solozang. Koordirectie
Is trots op: de Veluwse Cantorij een geweldig ensemble met pit en aandacht voor muziek en elkaar
Raakt geïnspireerd door: samen muziek maken
Heeft een hekel aan: valse noten
Is gek op: onverwachte gebeurtenissen
Welk boek ligt op je nachtkastje? Socrates! Maak muziek van Jos Kessels
Koffie of thee? Capuccino
Levensmotto? Inspiratie en Creativiteit verbonden met Levenskracht

Je bent ook zangeres. Welke weg heb je daarvoor afgelegd? Kortom hoe ziet/zag je zangcarrière eruit?

„Ik wilde gewoon graag zingen maar om dat als derde hoofdvak te kiezen op het conservatorium was gewoon te veel. Na afstuderen van Schoolmuziek en piano zei een van mijn vrienden, je verandert zo, alleen maar bezig met school. Hij zei: ’We gaan samen zingen.’ Ik heb alsnog de zangopleiding redelijk makkelijk voltooid, en werd dus ook zangdocent. Ik streefde niet naar een solo-carrière, samen zingen en samen doen, vind ik veel leuker. Een zangcollega, Lyda Dekkers, had zich helemaal op het Gregoriaans gestort en daar het ensemble ‘Cercamon’ voor opgericht. Daar kwam een plaatsje vrij en ik heb er zo’n 15 jaar meegezongen. Een hoogtepunt was de reis naar Rome waar we 5 concerten hebben gegeven onder ander  in de Friezenkerk, de Anima Aeterna en de Santa Maria Maggiore.”

„Een hoogtepunt was de reis naar Rome waar we 5 concerten hebben gegeven”

Heb je nog voorkeuren voor bepaalde muziek, los van uiteraard koormuziek?

„Voor mij is muziek medicijn, troost of energie opwekkend. Op adem kunnen komen na stress of wat dan ook. Voor mij is het ‘ademen’. Ik heb wel favoriete stukjes muziek, maar je moet geraakt worden, muziek moet binnen kunnen komen. Voor mij moet het wel een zekere consistentie hebben, anders wordt het flodderig of flinterdun. Speciaal bij zang is het gebruik van taal.”

Wanneer is de passie voor muziek eigenlijk ontvlamd?

„Het zaadje is in mijn vroege jeugd al geplant, naast mijn vader zittend in de kerk. En hoe dan ook, ik zong altijd. Ik herinner nog een voorval. Ik zal een jaar of 5 geweest zijn en was met mijn voet tussen de spaken van de brommer gekomen en eenmaal thuis kwam de dokter langs. Hij begon een liedje te zingen, wat ik nog niet kende, als afleiding, en dat werkte. En zo is het misschien wel begonnen, troost voor mezelf.”

Hoe kijk je aan tegen de huidige popmuziek?

„Wat ik het bezwaar vind van veel muziek, is dat het niet meer alleen om “horen” / luisteren gaat. Het zintuig “zien” / kijken is er onlosmakelijk mee verbonden geraakt. De massiviteit, teveel geluid vormt een zekere mate van overkill. Hierdoor worden naar mijn idee alle zintuigen overprikkeld. Dan zoek je in feite een roes of extase. Dan gaat het niet meer over muziekbeleving. Het gaat momenteel om de totaalbeleving, die moet nogal krachtig en op hoog volume moet worden toegediend, anders werkt het niet. Dat vind ik lastig. Ik vraag me af wat dat voor gevolgen het heeft voor de toekomst: zoals gehoorschade die onherroepelijk daardoor ontstaat.”

Hoe onderscheidt je nu goede muziek tussen alles wat er wordt geproduceerd?

„Mijn mening is: goede muziek is allereerst persoonlijke smaak. Het is ook tijdgebonden, wat aan samenklanken vroeger niet kon, kan nu wel. Wat in lengte of wat in omvang niet kon, kan nu ook. Wat er elektronisch kan is nog veel meer. Daar ervaar ik dat het wel klank is, maar ik heb het gevoel dat het een machine is die het doet, de menselijke maat mis ik daarin.

„Mijn mening is: goede muziek is allereerst persoonlijke smaak”
Ik mis dan de adem. Machinaal kan alles heeeeel lang duren, maar dat is geen menselijke maat. Ik zeg niet dat het een beter is dan het ander. Je kunt het niet met elkaar vergelijken. Maar ik vind dat ze er iets nieuws mee kunnen gaan doen en niet slechts reproduceren. Dat gebeurt nu wel op de conservatoria vaak in combinatie met licht. Voor mij gaat het dan meer over ‘sound’ dan over muziek. Je merkt: Een beetje dwarsigheid is mij niet vreemd.”

Je neemt nu afscheid als koordirigent. Wat staat er daarna nog op je verlanglijst om te gaan doen?

„Nog geen enkel idee, alles staat nog volledig open. Het zal onvermijdelijk te maken hebben met muziek, ik kan ik niet zonder. Maar misschien moet ik ook gewoon eens beginnen met het huis op te ruimen. Ik ga het wel zien.”

ONDERWERPEN

In Beeld Kunst Portretten

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?